Rijtuigenmuseum naarstig op zoek naar vrijwilligers

Op aantal plekken onderbezet, museum zit te springen om extra handen

LEEK – Het Rijtuigenmuseum in Leek bergt honderden jaren geschiedenis. In het museum op Landgoed Nienoord en in het depot achter het museum staan eeuwenoude rijtuigen die gebruikt zijn door onder andere Prins Willem van Oranje, Willem I, de senaat van Vindicat en koningin Emma. Het museum in Leek is samen met het rijtuigenmuseum in Wenen en Lissabon één van de drie rijtuigenmusea die Europa rijk is. In totaal zijn 55 vrijwilligers dagelijks bezig met de unieke schat van Leek. Toch is het museum driftig op zoek naar gidsen, educatief medewerkers en vrijwilligers die de kassa van de winkel willen bestieren. Enthousiastelingen die zich melden krijgen allemaal een interne opleiding.

Wim Wieringa en Bineke Pietersen zijn beide vrijwilligers van het rijtuigenmuseum. Over de hele linie zijn nieuwe vrijwilligers hard nodig, vertellen de twee. In het museum zijn zo’n 80 verschillende rijtuigen tentoongesteld voor het publiek. In het depot staan er nog eens een slordige 170. Al die koetsen worden door vrijwilligers met een technische achtergrond in een speciale werkplaats onderhouden. ‘Binnen het museum hebben we verschillende afdelingen: gids en suppoost, winkel, huishoudelijke dienst, documentatie, bibliotheek, techniek en educatie. Behalve dat het leuk en leerzaam is om hier te werken, is het ook gezellig. De onderlinge sfeer is prettig. Iedere vrijwilliger krijgt hier een interne opleiding. Je wordt nooit zomaar in het diepe gegooid’, zegt Pietersen. ‘Op een aantal plekken zijn we onderbezet. We zitten vooral te springen om gidsen en supposten en vrijwilligers die bij de kassa van de winkel willen helpen. Tijdens de opleiding loop je mee met ervaren gidsen.’

Uniek museum

Het museum dateert uit 1957 en herbergt rijtuigen uit heel Nederland vanaf de 17e eeuw tot het einde van de 19e eeuw. Toen aan het begin van de twintigste eeuw de verbrandingsmotor opkwam en de automobiel haar intrede deed, werden de koetsen aan de kant gezet. Een groep studenten waren vastberaden om het erfgoed te bewaren en ondernamen actie. Zo is het rijtuigenmuseum ontstaan. Een uniek museum. Alleen in Lissabon en Wenen vind je rijtuigenmusea, vertelt Wieringa. De rijtuigen in het museum van Wenen zijn grotendeels afkomstig uit het keizerlijk hof. Ze zijn minder protserig dan de chique gouden exemplaren in Lissabon. ‘Adelijk geld’, lacht Wieringa terwijl hij de werkplaats opent waar een oude koets onderhanden is van een restaurateur. Aan de wand hangt een enorm bord met verschillende soorten ringsleutels. ‘Iedere koets heeft zijn eigen unieke set sleutels. Hier worden de koetsen onderhouden en gerepareerd mocht er iets stuk zijn.’ Ook komt het voor dat houtworm zich te goed doet aan een rijtuig. Dan gaat de koets in z’n geheel voor een week de vriezer in. Dat kost een hoop energie, erkent Wieringa, maar daar moet met de komst van zonnepanelen op het dak verandering in komen.

Op de begane grond van het depot staan zo’n 70 koetsen, sjezen en kapwagens. Op de bovenverdieping staan nog eens honderd rijtuigen uit vervlogen tijden. In het oog springt de enorme  glimmende zwarte lijkkoets van een Rotterdamse uitvaartvereniging. Alleen mensen die eerste klas verzekerd waren mochten gebruik maken van de koets. Iedere koets heeft zijn eigen verhaal. Dat maakt het werk bij het Rijtuigenmuseum ook zo bijzonder, vindt Pietersen. Ook de gala Berliner van de Groningse studentenvereniging Vindicat is een lust voor het oog. Een koets uit 1880. ‘Daar reed de senaat van Vindicat mee rond.’ Een sjieke bedoening, getuigende de met rood velours beklede deuren en bank. Een andere opvallende is de Leeuwenslede van de gemeente Apeldoorn. Een slede uit 1885 met een enorme goudkleurige leeuwenkop. Ook bijzonder: de gitzwarte nonnenwagen. De bijna volledig geblindeerde wagen (nonnen mochten niet gezien worden)  werd tot in de jaren zestig nog gebruikt, weet Pietersen. Een ding is zeker: je raakt niet uitgekeken in het depot.

Vrijwilligers

Terug naar de vrijwilligers. Daar is het museum naar op zoek. Echte verhalenvertellers kunnen direct aan de bak. Dan kun je aan de slag als gids of als surveillant. Je beantwoordt vragen van bezoekers in de expositiezalen. Als educatiemedewerker leid je schoolklassen rond, geeft gastlessen op basisscholen en verleent hand- en spandiensten tijdens kindermiddagen.

Liever achter de schermen een rol spelen? Dan is de functie van vrijwilliger collectieregistratie op de afdeling Collectie misschien iets voor je. Deze afdeling conserveert, restaureert, registreert en documenteert de collecties van het museum. Om de nationale rijtuigencollectie en de collectie Westerkwartier digitaal beter toegankelijk te maken voor het publiek zijn vrijwilligers bezig met het controleren van alle objectinformatie en het registreren van nieuwe objecten. Ook kun je de Technische Dienst versterken. Je steekt in de tuinen de handen uit de mouwen of bent juist die handige vrijwilliger die helpt bij reparatie- en onderhoudsklussen in en rond de gebouwen.

Technisch en organisatorisch talent

Verder is het museum op zoek naar organisatorische talenten voor het secretariaat en de administratie. Ook kun je ondersteunende werkzaamheden verrichten ten behoeve van fotografie, website, nieuwsbrieven en de donateursbestanden. Meer weten of wil je je aanmelden als vrijwilliger? Stuur een mailtje naar: info@museumnienoord.nl.