Roden ligt op de route naar Hawaï

RODEN-ironlady-charlotte-01

“Een Ironman kan je eigenlijk maar één keer per jaar doen”

RODEN – Dromen moet je najagen, maar voor sommige dromen moet je wel heel ver gaan. Zoals bijvoorbeeld de droom om je te plaatsen voor de wereldkampioenschappen van de zwaarste triatlon ter wereld, de Ironman in Hawaï. Toch is dat het doel van Charlotte Dieteren. En het mooie Roden ligt op de route richting haar droom; een ticket voor de Ironman wereldkampioenschappen. Toch was het even schrikken bij binnenkomst. Bij een interview met een ‘Ironlady’ verwacht je een beul, een spierbundel. Niets van dat alles dus. Charlotte blijkt een leuke meid van 25 jaren jong, met een vlotte babbel en dus die droom. Trainen om 3,86 kilometer te gaan zwemmen, ruim 180 kilometer te wielrennen en een volledige marathon van 42,2 kilometer als toetje na te nemen. Je moet het maar durven.

“Het is inderdaad flink trainen”, geeft Charlotte toe. “Maar het is erg leuk om te doen. Zeker in de omgeving van Roden. Je kan hier heerlijk fietsen en hardlopen. Mijn ouders wonen hier, dus ik volbreng zeker de helft van mijn trainingsuurtjes hier in de regio. Van de week heb ik bijvoorbeeld nog baantjes getrokken in het zwembad van Leek, ook al zo’n mooie voorziening naast de deur. Roden ligt dus op de route naar Hawaï, hopelijk.” ‘Hopelijk’ klinkt als een slag om de arm en dat is het ook. Voor de Ironman wereldkampioenschappen moet je je plaatsen. Dat hoopt Charlotte Dieteren te doen in Maastricht. Aanstaande zondag is de grote dag, dan moeten al haar trainingsuurtjes op hun plek vallen en tot een grootse prestatie leiden. “Eigenlijk moet ik eerste worden in mijn leeftijdscategorie”, vertelt ze. “Dat is een hele opgave. Ik zit in de ‘age-group’ 25 tot en met 30 jaar. Mijn leeftijd lijkt dus een voordeel te zijn, omdat ik tot de jongsten behoor. Echter, zo werkt het niet bij Ironmanwedstrijden. Er komt zoveel training bij kijken dat je vaak de doorgewinterde sporters met –dus- meer trainingsuurtjes het goed ziet doen. Het is natuurlijk ook een duursport.” Daarom traint Charlotte vele uren per dag. Zo lang doet ze nog niet mee aan triatlonwedstrijden, dus ieder uurtje extra op de teller is mooi meegenomen. “Eigenlijk ben ik er per ongeluk ingerold”, lacht ze. “In Cuijk deed ik mee aan een kwarttriatlon en had na binnenkomst het idee dat ik best een aardige tijd had neergezet. Dat heb ik nagevraagd en mijn vermoedens werden bevestigd. Ik bleek als vierde te zijn binnengekomen. Best netjes, want mijn wissels waren langzamer dan die van de meer ervaren atleten en bovendien had ik het vrij rustig aan gedaan. Er had meer in gezeten als ik bepaalde onderdelen beter had gedaan, misschien zat er dan zelfs wel een tweede plek in. Vanaf dat moment was ik verkocht en wilde ik meer langere triatlons gaan doen, meestrijden met de top met als ultieme doel de Ironman van Hawaï. Daarvoor train ik nu zeker vijftien uur per week. Een fietstraining duurt al snel zo’n vijf uurtjes en voor de duurlopen trek ik meestal 3,5 uur uit. Dat bouw je op tot een weekje of twee voor de wedstrijd, dan ga je in supercompensatie.” Met 31 juli om de hoek is de trainingsarbeid van Charlotte momenteel dus flink omlaag geschroefd. “Dat moet om op de dag zelf in topconditie te zijn”, aldus Charlotte. “Al die trainingen maken je sterker, maar zijn ook een aanslag op je spieren. Deze laat je in de supercompensatie even rusten, zodat ze niet gespannen of vermoeid zijn op de dag van de wedstrijd. Ik wil daar in Maastricht pieken. Dat houdt overigens niet in dat ik helemaal niet meer train. Er staat nog een zwempartijtje in open water op het programma in Heerenveen, dat is toch anders dan in een zwembad waar je wel onder water kunt zien.” Voor nu ligt de aandacht vooral op de voeding voor de wedstrijd. Want wie hard wil sporten, zal veel verbranden. Met de afgelopen Tour de France nog in het achterhoofd weten de liefhebbers wel wat een hongerklop is en wat deze met je doet. “Op die ene dag verbrand je misschien wel 10.000 calorieën”, weet ze. “Vooraf moet je dus koolhydraten gaan stapelen. Veel in het voren eten. Erg smaakvol is dat trouwens niet. Ik eet nu veel droge pasta’s, dus zonder saus. Niet het meest lekkere eten, maar ik doe het graag om mijn doel te bereiken.” Veel eten en weinig sporten dus, merken we op. “Tegenstrijdig nietwaar?”, stelt Charlotte retorisch. “Zo voelt het ook. Het is toch gek om rustig te trainen met de wedstrijd zo dichtbij. Maar goed, het is de juiste manier om in de voetsporen te treden van de winnares van vorig jaar, Yvonne van Vlerken.” Wat overigens een dappere vergelijking is. Van Vlerken heeft niet alleen Maastricht 2015 op haar naam staan, ook wist zij zich in 2008 te plaatsen voor de Ironman wereldkampioenschappen in Hawaï en claimde het zilver. “Noem dan Bas Diederen maar als voorbeeld”, zegt ze lachend. “Hij is dé Nederlandse Ironman van dit moment en een groot voorbeeld. Bovendien schelen onze achternamen maar één letter.” En dat klopt, een ‘d’ of een ‘t’ is maar één letter verschil, dat maakt niet zoveel uit. Tenzij je bij De Krant werkt natuurlijk.