Rodermarktfeestweek: those were the days….

kraaijkamp

Of ik als ouwe rot in het vak in deze vooral aan de Rodermarktfeesten gewijde Krant wat herinneringen uit het verleden wilde oprakelen, mailde de redactie me. Tsja, ik ben al jaren uit de dagelijkse journalistieke roulatie, schrijf enkel nog wat voor mijn plezier – en soms misschien in ook dat van het uwe – maar ik hanteer nog steeds het uitgangspunt van ‘geweest is geweest, punt uit’. Dus was ik in eerste instantie geneigd om terug te mailen dat men deze beker maar aan mij voorbij moest laten gaan.

Maar daar toch wat dieper over nadenkend – nog steeds niet mijn allersterkste kant – kwam ik, eigenlijk tegen mijn principe in tot de conclusie, dat ik destijds als journalistieke scharrelaar, wat ik in feite nog steeds ben, in mijn betere jaren best wel nauw met die feesten te maken heb gehad. Beroepshalve dan, want een feestbeest in grote massa’s was en ben ik zeker niet. Maar mijn destijdse journalistieke scharrelarij – samen met mijn schoonzoon Henk Hovingh, de baas van onder meer de krant die u nu leest – bracht mij toen vrijwel dagelijks met het Roder gebeuren in aanraking. Het Roder Journaal – waarom zou ik die naam niet noemen? – was namelijk een van de kranten die we samen hebben opgericht en bestierd. De gemeenteperikelen volgden we op de voet. De rol van de krant was toen, in tegenstelling tot het mediatijdperk van nu, nog duidelijk die van bijna exclusieve nieuwsbrenger.

Maar ter zake. Ja, ik heb bij enig doordenken wel degelijk bijzondere journalistieke herinneringen aan de Rodermarktfeestweek. Na nog wat dieper doordenken zou ik er zelfs hele pagina’s mee kunnen vullen. Wat niet de bedoeling is. Daarom beperk ik me tot wat zaken rond de Jaarbeurs, één van de peilers immers rond het feest dat ook in de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw vooral werd gedomineerd door de activiteiten van het beursbestuur en de Vereniging voor Volksvermaken. De meeste tradities van toen zijn ook nog die van vandaag. Alleen zijn die voor wat de jaarbeurs betreft professioneler geworden, minder à l’ improviste maar gestroomlijnder. De beurs was toen wel veel groter in mijn beleving. Zes, zeven tenten, wat stunteliger en chaotischer dan nu maar wel heel gezellig met allerlei kruipdoor- sluipdoor gangetjes.

Een complete tent, de eerste na de entree via het Johan Bleker Plein (terecht later zo genoemd als hommage aan de man die jarenlang bijna alle organisatietouwtjes in handen had) was het domein van de Zakenkring Roden die toen net geen Handelsvereniging meer heette. Dertig, veertig bedrijven stalden er hun negotie uit. Er waren zelfs wachtlijsten voor deelname. Die Zakenkringtent had ook een eigen – groot! – horecaterras plus een podiumpje waar ’s avonds allerlei artiesten optraden. DE grote attractie echter was de Recreahal, waar ‘s lands meest bekende artiesten, echte toppers, optraden.

Heel goed herinner ik me nu opeens de avond, waarop Rob de Nijs, de Zangeres zonder Naam (en stem, hoor ik Jacques d’Ancona nog zeggen) en conferencier Harry Touw, een fenomeen, bekend door de Fred Hachéshow op de tv, achter elkaar optraden. Ze werden daarbij uiterst professioneel begeleid door de Royal Showband die jaren achtereen gedurende de hele Rodermarktfeestweek het huisorkest van de beurs was. D’Ancona was als relatief ‘jonkie’ ook toen al de vaste theaterrecensent van het Nieuwsblad van het Noorden. Hij zat naast ons met Loesje – het snoesje van de drummer van de band – en ook hij lag dubbel van het lachen om de zéér platte moppen van Touw. Maar ook hij verkeerde kennelijk in een aanstekelijke feestroes. Zijn recensie de dag daarna in het neisblad was ook zéér positief…

Wat ik me eveneens goed herinner is, medio jaren zeventig, een optreden van Johnny Kraaijkamp, toen een van de allerpopulairste tv-komieken. Kraaij verkeerde privé in een financiële dip, hij was net gescheiden en had een nieuwe Chinese liefde. Er moest brood op de plank komen en Johnny pakte daardoor alles aan om aan alimentatiecentjes te komen. Hij was op tijd met zijn nieuwe liefde in de Recreahal aanwezig in afwachting van zijn optreden rond een uur of tien. Bomvol was het, toen vlak voor zijn optreden het licht uitviel. Een stroomstoring in de hele regio. Ongelukkiger kon niet. De storing zou binnen een half uur zijn opgelost; voor Kraaijkamp was dat geen enkel bezwaar, die nam er nog wel eentje. Om kort te gaan: het geschatte half uurtje werden twee volle uren. Maar Johnny bleef geduldig, vriendelijk en charmant, hij wilde wel met iedereen op de foto en nam daarbij nog wel eentje. En nog een. Zo rond twaalf uur was er weer licht en kon Johnny zijn act – een beschamend zwakke met een corset als leitmotiv, ver onder zijn kunnen, zo herinner ik me – voor een nog steeds bomvolle Recreahal opvoeren. Met groot succes.

Alles verandert. En dat is goed. De Jaarbeurs die toen jaarlijks het traditionele getal van 20.000 bezoekers – wie telde ze eigenlijk?- trok, vroeg toen een entree (fl 7,00?). Kassa dus waardoor figuurlijk grotere artiesten dan nu konden worden aangetrokken. Maar nu is de beurs gratis en professioneler, qua outillage en organisatie. Anderzijds was er destijds wel bij elke beursopening een gast-sprekerd van Wiegel-niveau. Of de beurs toen leuker en gezelliger was dan nu, kan en wil ik niet beoordelen. Want sinds ik er niet meer als journalist bij hoef te zijn, zit ik de laatste twee weken van september op onze vaste stek in Zuid Frankrijk, in Poor Man’s Hilton oftewel bij Van der Valk. Lekker rustig, een beetje saai zelfs. Ik ben weliswaar geen feestbeest maar ik zal daar zeker eentje of meer op het feestgebeuren in Roden nemen. Veel plezier!

Henk Hendriks

jacques-dancona