Roelof Bouwman wint oeuvreprijs tijdens bijzondere editie Sportgala Noordenveld

‘Als je kind op een club zit doe je daar iets voor, zo zijn we opgevoed’

NORG – Noodgedwongen moest hij zijn cluppie loslaten. De vereniging waar hij decennialang hart en ziel instak is niet meer. Roelof Bouwman ís Korfbalvereniging DES in Norg. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het wedstrijdsecretariaat lag in zijn vertrouwde handen. Roelof regelde de boel van A tot Z. Liet niets aan toeval over. Tien jaar was hij, toen hij lid werd van de club en ruim vijfendertig jaar zat hij in het bestuur. Een terecht winnaar van de oeuvreprijs aldus de jury van het Sportgala. De Krant spreekt zijn vrouw Henny en zoon Peter Bouwman over deze topvrijwilliger met een gouden clubhart. In het diepste geheim, want Roelof mag van niets weten.

Roelof Bouwman (66) is geen man van het podium. Hij hoeft niet zo nodig in de spotlights, weten Henny en Peter. Sterker nog, de kans ze dat Roelof überhaupt mee hadden gekregen naar het Sportgala was uiterst klein. ‘Het is een man van de achtergrond. Roelof is rustig, een man van weinig woorden’, zegt Henny die haar man heeft ontmoet op de club. ‘Ik was vijftien, hij twintig. Ik speelde bij het juniorenteam, hij bij DES 2. Mijn vriendin en ik moesten regelmatig invallen bij dat team. Roelof was niet zo fanatiek, wij des te meer. Ik deed best veel voor de club, zat in de redactie van de Desbetreffend, het clubblad. We kregen verkering op het juniorenfeest, waar Roelof stiekem langskwam. Mijn ouders waren daar niet echt gelukkig mee, we schelen vijf jaar. Dat veranderde snel. Als Roelof kwam eten kookte ze altijd zijn lievelingskostje.’ Langzamerhand deed Roelof steeds meer op de club. Zo organiseerde hij de DES-series, korfbalweekenden waarbij wisselende verenigingen uit de buurt werden uitgenodigd. ‘De korbalclub uit Zuidlaren bijvoorbeeld. Ze bleven het hele weekend en sliepen in tenten. Roelof regelde het hele programma en de vergunning met de gemeente. Iedere speler kreeg een wedstrijdoverzicht met de poules, de indeling, de scheidsrechters en de toernooileiding. Mijn moeder zorgde voor de soep. Groentesoep met balletjes. Geweldige weekenden waren het.’

Verantwoordelijkheidsgevoel

In huize Bouwman is het korfbal wat de klok slaat. Peter, Jeroen en Tamara, alle drie speelden ze bij DES. Uitjes, verjaardagen, feestjes; alles werd om de sport heen gepland. Is er een wedstrijd, dan ben je er. Afzeggen om wat voor reden dan ook, is er niet bij. En dat was niet altijd even leuk, vindt Peter die naast korfbal ook voetbalde. ‘Ik ben gaan korfballen omdat mijn broertje te lui was om een hele wedstrijd te spelen. De tweede helft speelde ik voor hem. Tot mijn twaalfde heb ik gevoetbald en gekorfbald. Toen dat niet meer ging omdat veel wedstrijden op het zelfde moment waren, ging ik voor korfbal. Ik koos niet voor de sport, maar voor mijn vrienden die erbij zaten. In mijn hart ben ik een voetballer. Wat ik jammer vond is dat mijn ouders nooit bij mij kwamen kijken als ik een voetbalwedstrijd had. Bij korfbal deden ze dat wel. Daar heb ik het best wel eens moeilijk mee gehad.’ Henny: ‘We hebben je daarin tekort gedaan.’ Tot op het laatste moment zat Peter in het bestuur van de Norger korfbalclub, waarvan de laatste tien jaar als voorzitter. Als speler en aanvoerder van het eerste team stopte hij een paar jaar geleden. Hij wilde meer tijd voor zijn drie kinderen. Peters oudste zoon Finn voetbalt bij GOMOS. En als je kind op een club zit, doe je daar iets voor. ‘Dat zit in onze genen. Zo zijn we opgevoed. Iets doen voor de school of de club van je kind, hoort erbij. Dat verantwoordelijkheidsgevoel zit diep. Nu ik bij GOMOS actief ben denk ik weleens: onze vader heeft de leden wel heel erg verwend. Hij regelde alles tot in de puntjes. Zoals hij de dingen voorbereidde, ben ik nog niet tegengekomen.’

Een paar jaar geleden vertrouwde Roelof Henny toe dat hij wel wilde stoppen met het bestuurswerk. ‘Hij wilde meer vrije tijd. Maar niemand stond op om zijn plek over te nemen. Hij wilde Peter er niet mee laten zitten, dus hij bleef’, zegt Henny die van Peter wist dat hij ook wel wilde stoppen, maar zijn vader er niet mee wilde laten zitten. Peter: ‘Toen heb ik pa gebeld. ‘Volgens mij wil jij stoppen en ik ook’, zei ik. Dan komt er óf opvolging, of niet. We kunnen onze energie niet langer blijven stoppen in een bodemloze put.’ De laatste jaren had DES te maken met een enorme terugloop van leden. In vijf jaar tijd daalde het ledenbestand van 90 naar 30. ‘Toen ik stopte, stopten vijf andere leden ook. Wegens blessures, een verhuizing en zwangerschap. Het team werd aangevuld met spelers van een lager niveau. Zo ging de lol er voor veel andere spelers ook af. Misschien is het ook de meeloopcultuur. Bijna elk jaar zijn we een heel team kwijtgeraakt. In hoogtijjaren hadden we 120 leden. Eerst sijpelde het, later stroomde het.’

Gunfactor

Opvolging bleef uit. Niemand diende zich aan om de club in de benen te houden. En dat valt zwaar bij Henny. Af en toe lopen de emoties hoog op, lukt het niet om haar tranen niet bedwingen. ‘We hadden een hechte club. Ik was moeder van heel veel kinderen, zo heb ik het altijd gevoeld. Toen de club vijftig jaar bestond, werden we beide tot erelid benoemd. Mooi, denk ik wel eens, maar waarom meldde niemand zich aan om een handje te helpen?  Verreweg de meeste taken rustten op een paar schouders. Al denk ik dat Roelof het niet zo ziet hoor. Hij vond het vanzelfsprekend dat hij het deed. En hij kon moeilijk iets uit handen geven. Misschien is dat zijn valkuil geworden. Hij had een enorme gunfactor. Als Roelof een scheidsrechter belde ging het standaard zo: ‘heb je zondag wat te doen? Nee? Nu wel. Ik heb een mooie wedstrijd om te fluiten voor je.’ Niemand die nee kon zeggen. Voor Roelof deden ze alles.’ Van het beleidsplan dat in 2010 is opgesteld om de taken wat meer te verdelen was vier jaar later niets meer over, weet Peter. ‘We vonden dat we te weinig mensen hadden. Daarom hebben we verschillende commissies aangesteld. Die waren vrij vlot ingevuld. Vier jaar later zag je daar niets meer van terug. Als we iemand belden, was er altijd wel een reden waarom iemand niet kon. Een kinderfeestje, een weekendje weg.  Dat brak mijn vader op. Die vindt dat je er wezen moet.’

Vrijdag 29 januari gooide Peter het in de groepsapp: DES houdt op te bestaan. Leden kregen een brief per mail waarin staat dat de stekker eruit gaat. ‘Per 1 juli hebben we bij de bond opgezegd. Tot die tijd hebben we om alles af te wikkelen. In april start de buitencompetitie. Als het mag van de overheid zou er nog een veldseizoen gekorfbald kunnen worden. Maar dat is aan de leden.’

Hoewel Roelof achter het besluit staat,  er van overtuigd is dat trekken aan een dood paard geen zin heeft, doet het hem wel wat, weet Henny. ‘Hij is stiller dan anders. Erover praten doet -ie niet. Je moet de woorden echt uit hem trekken. Drie maart gaat hij met pensioen, Roelof is taxichauffeur bij Taxi Nuis. Hij had nog graag een paar jaar willen werken. En in korte tijd zijn z’n beide ouders overleden. En nu is zijn club waar hij zoveel liefde in heeft gestopt ook weg. Ik denk dat hij net iets teveel op zijn bordje heeft gekregen.’ Voor de jury was het duidelijk: iemand die alles overheeft voor de club, er altijd is, zaken tot in de puntjes regelt en clubbelang altijd voorop stelt, verdient de oeuvreprijs. ‘Een supervrijwilliger bij DES al 53 jaar lang’, aldus het juryrapport.