‘Ropperig in de huud’

En dat waren ze in Tolbert. Ropperiger kon het bijna niet. Hun ‘eigen’ supermarkt zou gaan verkassen naar een andere hoek van het dorp. Niets werd aan het toeval overgelaten. Door middel van flyers werd het hele dorp gemobiliseerd om aanwezig te zijn tijdens de commissievergadering in het gemeentehuis van Leek. Daar werd met man en macht nagedacht over hoe de massale toeloop moest worden gehuisvest. Totdat twee dagen voor het uur u de ropperigheid als bij toverslag verdween. In een persbericht maakte Poiesz bekend dat het bedrijf samen met Tolbert de uitdaging aan wilde gaan. Dit met het motto ‘Niet tegen elkaar maar met elkaar’. Lieve mensen, wat zou het prachtig zijn als dit motto de lijfspreuk van alle wereldleiders en bewoners van onze prachtige aarde zou zijn. Niks geen ‘ropperigheid’ meer, maar niet tegen, maar met elkaar alle problemen oplossen. Jammer dat Nelson Mandela en Maarten Luther King dit niet kunnen meemaken. En jammer genoeg, ook wij niet. Poiesz verwoordt het verder als volgt ‘Het is in ieders belang dat er rust komt, op basis waarvan we met elkaar kunnen bouwen aan een gezonde toekomst voor alle betrokkenen in Tolbert’. De geplande vergadering van de raadscommissie werd afgelast. De plaatselijke bevolking kon weer rustig ademhalen. Het kan niet anders of van nu af aan gaan alle Tolberters winkelen bij hun ‘eigen’ super. Helaas wordt de winkel dan helemaal te klein en zullen er wel rigoureuze maatregelen moeten worden genomen. Een duivels dilemma toch? Wie ook hartstikke ropperig in de huud waren, waren een aantal raadsleden tijdens het door de VVD op de agenda geplaatste onderwerp ‘vertrouwelijk’. Dit n.a.v. het volgens hen te vroeg hebben gesproken door de wethouder met een ondernemer uit Tolbert over het besloten onderwerp ‘eventuele verplaatsing Poiesz naar de Huishoudschool’. Het was tenslotte in beslotenheid aan de raad medegedeeld en daarom mocht het volgens de VVD niet zo zijn dat er door een collegelid over werd gesproken met derden. Een gevoelig onderwerp, en dat nadat er eerder in de raadsvergadering nog werd geapplaudisseerd. U leest het goed, applaudisseren in de raadszaal. Het ‘beklapte’ onderwerp betrof ‘Raadsvoorstel kadernotitie herindeling Westerkwartier’. De notitie werd gelijktijdig behandeld in Marum, Grootegast, Zuidhorn en Leek. Een samenwerking op afstand, maar wel met gelijke starttijd volgens de actuele tijd in het Westerkwartier van de met atoomklok gelijkgezette wereldklok. Van tevoren werd verwacht dat dit tot ellenlange schorsingen zou leiden en dat zelfs het record van een half jaar geleden, toen de voorzittershamer in de raadszaal van Leek pas tegen half drie ‘s nachts de raadstafel deed schudden, zou worden verpulverd. Al deze doemscenario’s werden gelukkig niet bewaarheid. Het bleek dat door het grondige voorwerk, de Raadsgroep haar penvruchten eet rijp en daardoor smaakvol had opgediend. In Leek konden twee ingediende amendementen van GroenLinks niets veranderen aan geur, kleur of smaak, en werden daarom naar de spreekwoordelijke prullenbank verwezen. In de andere drie gemeenten verliep het niet anders, zodat vlak na negenen het onderwerp Westerkwartier-breed werd aangenomen. Applaus dus. Het ingelaste agendapunt ‘vertrouwelijkheid’ deed de feestvreugde daarna behoorlijk bekoelen. O.a. de vraag van de VVD ‘gelden er andere regels bij geheimhouding voor collegeleden, dan voor raadsleden?’, gaf reden tot discussie. Door Albert Houwers (GL) opmerking ’wat het college er mee doet is hun zaak, niet de onze’, moest Friso Roorda (VVD) volgens eigen bewoording, aan de beademing. Een uitspraak die voorzitter Berend Hoekstra nog tolereerde, maar een daarna gemaakte ‘Mexicaanse opmerking’ door Koos Siegers (CU), moest direct worden terug genomen. Wethouder Honnef antwoordde op het onderwerp dat hij heel secuur omging met vertrouwelijkheid, maar dat het vreemd was dat ondanks de vertrouwelijkheid een buitenstaander het dossier al kende. Hij vroeg zich hardop af ‘Wie heeft het verteld?’ Wie het weet mag het zeggen! Er moet zich toch iemand ‘ropperig’ voelen? ‘Ik groet u’. ‘Moi’.