Rund van Roden (2)

Ik heb me over laten halen het tóch te doen. Twaalf weken lang. Clinics volgens voor de Run van Roden. Als elke gemiddelde huisvrouw het kan, kan ik het dus ook, heb ik altijd beweerd. Nu moet het. Met alle gevolgen van dien. Over kuiten, Het Goed en het bos.

Wie denkt dat mensen die zich opgeven voor de clinics allemaal kampen met overgewicht en al langer dan een kwart eeuw niet hebben gelopen – zoals ik dus- komt bedrogen uit. Donderdag, 19.20 uur. Voor Fitnesscentrum Roden staan ze. De deelnemers. Ik meld me en val op door de afwijkende outfit. Zij hebben allemaal loopkleding aan. U weet wel, zo’n glimmende legging, van die altijd te groot ogende schoenen en een strak shirtje. Ik doe het in een trainingspak en op schoenen die nomaliter – als ik door het centrum van Roden wandel- prima hun werk doen. Wietse Rozema, op weg om mister VV Roden te worden, doet ook mee. Hij komt als een van de laatste deelnemers aan en spreekt me meteen moed in. ‘Ik zou maar andere schoenen kopen’, zegt hij, als hij naar mijn toch best prijzige Adidasjes kijkt. ‘Dit dempt niet. Ik weet nog dat ik voor het eerst deelnam. Jongen, last van de achillespezen zeg. Heb ik anderhalf jaar mee gelopen. Ben er mee naar het ziekenhuis geweest. Kreeg er dikke bulten op. Wat een ellende.’ Zó. Mijn vertrouwen in een goede afloop daalt. Trainer Dirk lijkt elastieken benen te hebben – ‘wel heel dunne beentjes’, voegt Renate toe- en dribbelt wat op z’n plaats. Er zijn meer vrouwen dan mannen en als ook Maurice er is, gaan we los. Het schema vertelt dat we zes keer een minuut en drie keer twee minuten ‘moeten’. Dat leek zo dus wel te doen, ondanks rokershoestje, maar alvorens we daar aan toe waren, moest er wel even opgewarmd worden. Duur: dik half uur. We liepen als één geheel richting parkeerplaats van Het Goed. In draf, dus al redelijk naar adem happend. Op die parkeerplaats vond de warming up plaats en die bestond uit wat (gelukkig) statische oefeningen maar ook uit versnellingen en andere tamelijk intensieve (kracht) oefeningen. Trainer Dirk filmde het geheel. Niet voor Funniest Home Video’s, maar om te kijken hoe het met de looptechniek gesteld is. Filmen leek me overigens in mijn geval niet eens nodig, je hoort meteen dat ik niet de Keniaan onder de Roners ben. Het is stampen, op de hakken lopen. Voor de goede orde: Het Goed heeft geen koopavond op donderdag en dus zag vrijwel niemand dat ik in een kring met mijn benen stond te zwaaien. Gelukkig maar.
De pittige versnellingen klapten er flink in. Moest de eigenlijke training dus nog beginnen. ‘Vlak lopen’, zei Dirk, die als bezemwagen fungeerde. Dat wil zeggen: hij liep achteraan om eventuele lopers die het vlakke tempo van de anderen niet konden volgen, op te vegen. Bleek achteraf overigens niet nodig. In vlak tempo, 10,5 kilometer per uur – ga er maar aan staan- richting en rond de kanovijver. Over zoals wielrenners dat zeggen geaccidenteerd terrein. Zwaarder dus. Na de zesde minuut was ik er wel klaar mee en doemde bovendien iets op waarvoor Wietse me dus al gewaarschuwd had. Pijn in de kuiten. Of kuiten, de trainers leerden me dat daar de achillespees begint. Ik keek Wietse aan. Controleerde of er al bulten zichtbaar waren. Toen dit niet het geval was, Dirk al weer achter me liep en Maurice op de fluit blies, moest ik maar weer. Twee minuten. Blik op oneindig, verstand op nul. Na drie keer twee minuten met  10.5 kilometer op de kilometerteller was er die verlossende fluit van Maurice ter hoogte van de zijkant van de Vrijbuiter. Alida’s Smulpaleis lonkte. Daar, aan de zijkant van de kampeerhal dus, staat een man ons op te wachten. Magere man, afgetrainde man vooral. Paul Oude Vrielink is zijn naam, collega van Dirk en Maurice en zelf begenadigd loper. Al een kwart eeuw. ‘Gewoon rustig aan beginnen’, zegt hij na afloop. ‘Gaat helemaal goedkomen’, zegt de man die ooit de marathon aflegde in twee uur en 35 minuten. ‘En gewoon blijven lopen. Eigen tempo.’  Dirk zegt dat niemand van de groep technisch echt beroerd liep. Een ander zegt dat we nog wel even een kwartiertje door kunnen gaan. Ik wankel Fitnesscentrum Roden binnen. Blij dat het er op zit en toch ook wel verrast. Geen moment last van de adem gehad namelijk. Geen rokerskuchje gehoord. Over dat ademhalen mensen: adem met de buik. Wist ik niet, hebben Dirk en Maurice me geleerd. Dat scheelt een hoop. In: buik wordt dik gelijk een ballon, uit spreekt voor zich.
Een uur later op de bank kan ik he-le-maal niets meer. Die pees is pijnlijk. Ik vrees voor de volgende ochtend. Dan echter, is er niets meer aan de hand. Ik spring mijn bed uit en – echt mensen- baal dat het pas vrijdag is en ik dus nog bijna een week moet wachten op de volgende training. Gaan we het bos in. Mooi: weet ik zeker dat niemand me ziet als ik de schaatsbeweging op uiterst knullige wijze uitvoer tijdens de warming-up.

Vincent Muskee