Rutger Smith blijft geloven in rentree bij de wereldtop

fanny blankers koen games

Reus van Leek wil wel eens van Kardingeheuvel gooien

LEEK – En wéér heeft Rutger Smith een groot internationaal toernooi moeten laten lopen. De Reus uit Leek heeft zich niet kunnen kwalificeren voor het WK atletiek in Peking, dat momenteel aan de orde is. De weg terug naar de (internationale) top, na een reeks van blessures, is langer dan hem lief is. Maar Smith geeft niet op. Het volgende Grote Doel is Rio de Janeiro, waar volgend jaar de Olympische Spelen zijn geprogrammeerd.

Geen – althans praktiserend – atleet in Nederland die zo’n imposante erelijst kan overleggen als Rutger Smith. Het wemelt werkelijk van titels en belangrijke medailles. Wie wil weten welke lauweren op Smith’ cv staan, verwijs ik naar Wikipedia. Het is een lijst van hier tot Tokyo. Al meer dan tien jaar regeert hij de werpnummers. Nationaal wel te verstaan. Acht kampioenschappen als kogelstoter en eentje meer als discuswerper. Zelfs nu het minder met de vaandeldrager van Groningen Atletiek gaat, kan geen landgenoot hem van de troon stoten. Maar Smith wil méér. Internationaal weer scoren.

Ooit leek er een droomcarrière voor hem in het verschiet, toen hij in Santiago de Chile wereldkampioen bij de junioren werd. Het nieuwe millennium had net zijn intrede gedaan toen Smith de Nederlandse atletiek verblijdde met een heuse rising star. Bij de Grote Jongens werd de sterk opgaande lijn aanvankelijk goed doorgetrokken.

Gouden (EK onder 23, 2003), zilveren en bronzen plakken in grote toernooien. Maar kogelstoten en discuswerpen vergen veel van pezen en spieren. Zeker als die toebehoren aan een ambitieuze sportman als Rutger Smith. Beetje bij beetje stokte de progressie. Met als markeringspunt de Olympische Spelen van Peking in 2008. Daar, zei hij 2003, zou het moeten gebeuren. In de Chinese hoofdstad zou hij zo gepokt en gemazeld zijn dat goud een in zijn ogen reële optie was. Het draaide uit op twee fikse tegenvallers: negende bij het kogelstoten en zevende bij het discuswerpen. De zenuwen hadden hem te pakken gekregen, was zijn verklaring. Tot een revanche in Londen, vier jaar later, kwam het ook al niet. Nu was het een kwetsbare rug die hem parten had gespeeld. De opgaande lijn was een neergaande lijn geworden.

Van lieverlee ging het van kwaad tot erger, met als absoluut dieptepunt die Diamond Leaguewedstrijd (de Champions League van de atletiek) in Shanghai, 2013 inmiddels. In een doorweekte discusring scheurde hij zijn rechter achillespees af. De daaropvolgende schreeuw ging door merg en been. Einde carrière, ging er in een flits door Smith heen. Om zich niet veel later, geheel in overeenstemming met zijn nimmer versagen-credo, te herpakken. Een paar dagen later had hij zich in Rotterdam al laten opereren door de gereputeerde orthopeed Heijboer en zette hij alsnog in op een comeback. Die is er ook gekomen, zij het dat hij internationaal geen potten meer kan breken.

De Grote Vraag is of hem dat nog gaat lukken. Hij is al 34 en zo heel veel tijd is hem niet meer gegund. Hoewel de Leekster daar zelf anders over denkt. Hij is nog lang niet van plan te stoppen en gaat, ook als de missie Rio zou uitlopen op een mislukking, zeker door de Spelen van 2020. En misschien draait hij ook nog als veertiger zijn discusrondjes. Atletiek is een passie van hem. En passies geef je niet maar zo op. Ook niet als je al jaren wordt geremd door allerlei fysieke ongemakken. Maar, weet hij, een discuswerper kan veel langer mee dan een loper. Hij spiegelt zich aan de illustere Amerikaan Al Oerter, viervoudig Olympisch kampioen die op 41-jarige leeftijd nog voor ’s werelds beste seizoenprestatie tekende. Smith is er van overtuigd dat hij zijn oude niveau nog altijd binnen bereik heeft. Zeg maar dat van 2007, toen hij in het Japanse Osaka de discus glansrijk naar brons wierp. En vele jaren later kwam daar, door de diskwalificatie van de Wit-Russische dopingzondaar Michnevitsj, nog een bronzen plak bij in het kogelstoten. Hoe dan ook, Smith werd hiermee de eerste Nederlander die meer dan één medaille op een WK won.

Het stemt hem geenszins tevreden. Hij is nog niet klaar, wil graag Olympisch eremetaal. Aan beroepsernst zal het in elk niet liggen. Smith is niet alleen een pure liefhebber, maar tegelijkertijd ook een toegewijde prof. Al staan zijn verdiensten niet in verhouding tot wat hij allemaal investeert in zijn sport. Smith behoort tot de arme categorie profsporters in Nederland nu hij niet meer zo aan de weg van eer timmert. Hij boorde zijn spaarcenten aan om naar Newport Beach te kunnen verhuizen. Daar, in het warme Californië, moet hij investeren in een gerenommeerde coach, Tony Ciardelli. En dat terwijl ook nog eens de steun van het NOC*NSF is komen te vervallen. Te weinig gepresteerd de laatste jaren. Menig topsporter zou het bijltje er moedeloos bij neergelegd hebben. Ook al gezien alle fysieke tegenslagen. Zo niet Rutger Smith. Opgeven is voor hem geen optie. Hoewel de gewenste prestaties uitblijven, heeft hij dit jaar – gek genoeg – nog wel drie internationale plakken in ontvangst mogen nemen. Eerst kreeg hij bij de Fanny Blankers-Koen Games in Hengelo twee achterstallige bronzen medailles, eentje van het EK 2006 in Gothenburg en eentje van het WK 2007 in Osaka. Recht dat zijn beloop kreeg als gevolg van alsnog vastgesteld dopinggebruik bij de Wit-Rus André Michnevitsj. Ook bij het recente NK in Amsterdam was er verlaat eremetaal voor Smith. Dit keer vanwege een foute Hongaar. Hij nam alle rechtvaardigheid met gemengde gevoelens in ontvangst: ”Blij dat ik in de boeken sta, maar ook gefrustreerd. Ik had die plakken niet nu pas moeten krijgen.”

En misschien nog wel meer. Want inmiddels is het wel duidelijk geworden dat de atletiek vergeven is van lieden die hun toevlucht zoeken in verboden snoeppotten. De internationale atletiekfederatie, de IAAF, staat onder hevige druk. Haar wordt verweten dat er niet doortastend wordt opgetreden tegen dopinggebruik. Ook Rutger Smith is daarvan overtuigd, zoals hij onlangs in het Algemeen Dagblad ventileerde. De Groninger ergert zich aan de slappe aanpak van de anti-dopingorganisaties, zoals de WADA, ondanks een reeks van onthullingen in een diepgaand onderzoek van de ARD (eerste Duitse tv-net) en het Noordhollands Dagblad. Smith: ”De Duitse documentaire die het systematische dopegebruik in Rusland openbaarde, was opnieuw een bevestiging van wat ik al jaren weet, maar wat een teleurstelling dat de anti-dopinginstanties er niets mee doen.”

De krachtatleet, die uit grond van zijn hart zegt dat hij in deze een brandschoon geweten heeft, vindt dat onbegrijpelijk. ”Je mag van de WADA en de IAAF verwachten dat ze keihard optreden, maar volgens mij zitten daar alleen maar bobo’s die bezig zijn hun bonnetjes te declareren. Het zou goed zijn als jonge oud-sporters met passie voor de sport hun plek zouden overnemen.”

Die laatste zin is min of meer een open sollicitatie van Smith. Als pure liefhebber doet het hem pijn dat atletiek in een zwaar negatieve spiraal terecht is gekomen. De Leekster is een kritisch meedenkend atleet, eentje die zich bekommert om de toekomst van de sport. Een toekomst die door dopingaffaires veel van haar glans heeft verloren. Wat eens de Moeder Aller Sporten was, is nu verworden tot een druk bezocht laboratorium van verboden middelen. Hoewel dat in de media niet is terug te vinden, overtreft atletiek momenteel het negatieve imago van wielrennen in deze. Vooral ook omdat de controles, zowel in kwaliteit als kwantiteit, ver achterblijven bij die in het cyclisme.

Smith ziet zich te zijner tijd als zo’n jonge oud-sporter die schoon schip wil maken. Niet alleen wat de aanpak van doping betreft, maar ook met vernieuwing van de sport. Voor de microfoon van Radio Noord heeft hij al menig idee geopperd om atletiek meer onder de aandacht van de mensen te brengen. Bijvoorbeeld met aparte gala’s in steden en dorpen. Zo zou hij graag eens een kogelstootwedstrijd op de Grote Markt willen organiseren, waarbij ook niet atleten mogen proberen zo’n kogel te stoten. Het Vier Mijl-idee: interactie met de massa. Ander idee: discuswerpen vanaf de Kardingeheuvel. Of sprinten op de Vismarkt. Polsstokhoogspringen in een winkelcentrum. Een mobiele baan is gauw aangelegd. Atletiek moet naar het volk worden gebracht, is de overtuiging van Rutger Smith. Dan krijg je sfeer en dat is de manier om jongeren te interesseren in de sport. En waar veel volk komt, komen ook sponsors op af. De populaire stratenlopen laten zien hoe het ook kan. Atletiek in stadions is mooi en klassiek, maar je trekt er – zeker in Nederland – geen volle zalen mee.

Vooralsnog houdt Rutger Smith zich nog bezig met een glorieuze rentree op mondiaal niveau. Als discuswerper wel te verstaan. Kogelstoten heeft hij inmiddels afgezworen. Die discipline kan hij na al het blessureleed niet meer trekken. Ook dat is Rutger Smith; hij kent zijn lichaam en weet dat hij daarmee zuinig moet omgaan. Om ooit nog eens die in 2008 geplande gouden Olympische medaille te kunnen scoren.

Als de concurrentie dan tenminste dopingvrij is.

Dick Heuvelman