RvS stelt Noordenveld en Leek in het gelijk

‘Minister verruimde druk zonder grondig onderzoek en zonder voldoende gegevens’
REGIO – De gemeenten Noordenveld en Leek spanden bij de Raad van State samen een zaak aan tegen de minister van Economische Zaken. Onderwerp was de gewijzigde drukniveaus in de verschillende compartimenten bij gasopslag Langelo. De gemeenten wonnen de zaak en dus moet de minister opnieuw een besluit nemen. En dit keer als hij wél over de juiste informatie beschikt.

De zaak. De gemiddelde druk in zowel het totale reservoir als in de individuele compartimenten mag, op een referentiediepte van 2820 meter, niet lager zijn dan de initiële druk van 235 bar en 327 bar niet overschrijden, zo is ooit vastgelegd. De NAM constateerde echter dat het de opslag in dit geval niet meer volledig kan benutten. Ze menen dat de toegestane gemiddelde maximale en minimale druk van het totale reservoir niet kan worden bereikt, wanneer in compartiment 2 – het centraal gelegen reservoir-  niet een ruimer drukbereik wordt toegestaan. Direct na injectie ontstaat immers een hogere druk, die na enige tijd afneemt als het gas zich over het reservoir verspreidt en aldus in het totale reservoir een gelijke(re) druk wordt bereikt. Bij het legen van het reservoir geldt het omgekeerde. De NAM zegt dus dat als het drukbereik in compartiment 2 niet ruimer is dan in het totale reservoir, er beperkingen voor injectie en productie bestaan. En dus klom het in de pen en verzocht het om drukverhoging in het centrale compartiment. Kon ook best, want volgens de NAM was daar al zestien jaar lang geen sprake van welke beving dan ook geweest.

De minister ging akkoord en wijzigde begin 2016 het drukniveau. Leek en Noordenveld waren het met deze beslissing van de minister niet eens. Hij zou het besluit op basis van onvoldoende kennis over de relevante feiten hebben genomen. ‘De oorspronkelijke druk in het gasveld, voor dat werd begonnen met gaswinning en gasopslag, was 327 bar. Het is niet zonder risico om een hogere druk toe te staan. De in 2014 voorgeschreven drukniveaus zijn gesteld op basis van advisering van zowel het Staatstoezicht op de Mijnen samen met het TNO, als van de technische commissie bodembeweging. Afwijking vereist deugdelijk onderzoek en onderbouwing. In de periode 2014-2015 vonden relatief grote drukverschillen plaats en juist in die periode is veel schade aan gebouwen gemeld. Ook hebben we geen inzicht gekregen in de extra hoeveelheid gas die kan worden opgeslagen als gevolg van de verruiming van het drukbereik. En dus ontbreekt een belangenafweging’, stelde een woordvoerder van beide gemeenten. Over het advies van het SodM en de Tccb bleek genoeg te vertellen tijdens de zitting. Zo bleek het advies van de Tcbb onder grote tijdsdruk opgesteld én dat de beschikbare informatie minimaal was. Verder benadrukte het dat over het gedrag van het veld onder de voorgenomen condities onvoldoende bekend was en dat zou juist tot extra voorzichtigheid moeten nopen. De Tcbb had echter geen tijd om kennis en inzichten te verwerven en zegt dat het advies grotendeels is gebaseerd op drukken die in het verleden zijn opgetreden bij bevingen en niet op een redenering of te toetsen hypothese. Ook zegt het Tcbb dat het feit dat zich geen seismische problemen hebben voorgedaan geen garantie is dat dit in de toekomst ook het geval zal zijn. Hoewel dus in 2014 duidelijke bandbreedtes afgesproken werden, besloot de minister later en op verzoek van de NAM toch anders. Dat kan, maar dan moet er wel een duidelijke motivering zijn. En juist voor die motivering is op dit moment nog onderzoek gaande. Volgens de gemeenten kan de motivering van SodM en TNO niet als deugdelijk gezien worden terwijl volgens Leek en Noordenveld in de aanvraag van de NAM het gestelde nadelige effect van het in 2014 voorgeschreven drukbereik op het werkvolume gas gekwantificeerd. Uit de stukken blijkt niet hoe groot het gestelde probleem is. ‘Ook is geen nader onderzoek gedaan of aandacht besteed aan het mogelijke effect van het structureel toestaan van een groter drukbereik in compartiment 2 op seismiciteit. De Tcbb heeft zelfs expliciet verwoord dat er nog onvoldoende kennis en inzicht is. En dus heeft de minister in onze ogen het drukbereik verruimd zonder daarbij duidelijkheid te geven hoe groot de daarmee gemoeide belangen zijn en zonder een inhoudelijke onderbouwing te geven over de gevolgen van de verruiming voor de seismiciteit.’

De Raad van State oordeelde en stelde dat de beroepen van Leek en Noordenveld gegrond zijn. En dus moet het besluit van januari 2016 vernietigd worden. De minister moet dus een nieuw besluit nemen op basis van de bezwaren van Leek en Noordenveld. Behalve feitelijke winst, is het ook psychologisch een belangrijke zege. De NAM en de minister leken welhaast onaantastbaar. De RvS veegde die fabel nu van tafel.