SBB start met houtoogstwerkzaamheden in Veenhuizen

VEENHUIZEN – Staatsbosbeheer start als het weer het toelaat binnenkort met houtoogstwerkzaamheden in de bossen ten zuiden van Veenhuizen. Het gaat om het bosgedeelte aan weerszijden van het fietspad tussen Veenhuizen en Appelscha, dat ook wel Florisland wordt genoemd. Zoals de meeste andere bossen in Drenthe is het bos in Veenhuizen ooit aangeplant met als doel om ‘hout te produceren.’ In Veenhuizen is men daar ten tijde van de stichting van de kolonie mee begonnen, zo rond 1850. Dat is relatief vroeg in vergelijking met de andere boswachterijen. Toentertijd zijn zo’n vijf- tot zesduizend boompjes per hectare aangeplant. Er werd in Veenhuizen volop geëxperimenteerd met verschillende boomsoorten, bemestingen en ontwatering. Die eerste generatie bos werd nog wel heel gevarieerd aangeplant zoals blijkt uit de oude opstandleggers. In de tweede helft van de vorige eeuw is die eerste generatie bos echter grotendeels gekapt en vond een zogenaamde ontmenging plaats en werden veelal monoculturen aangeplant. Op weg naar een voor de houtproductie gevarieerder en duurzamer beheerd bos vindt eens in de zes tot acht jaar binnen de boswachterij in roulerende vaste blokken een zogenaamde dunning plaats. Ook zijn in de boswachterij gedeeltes aangewezen waar de natuur voorrang heeft boven houtproductie of waar Staatsbosbeheer juist vanuit een meer recreatief perspectief naar het bos kijkt. Dit wordt multifunctioneel bosbeheer genoemd. De opbrengst van het hout gebruikt Staatsbosbeheer voor het beheer van haar natuurgebieden. In de afgelopen jaren hebben de bossen zoals ook een belangrijke functie gekregen voor verschillende planten en dieren. Daarnaast wordt het bos veelvuldig gebruikt door mensen om te recreëren of om van die planten en dieren te genieten. Staatsbosbeheer houdt in het beheer en de werkzaamheden zoveel mogelijk rekening met al deze waarden. Waar nodig worden speciale beschermingsmaatregelen genomen. Nestbomen van roofvogels, bomen met holen en spleten, mierhopen, vaste rust- en verblijfplaatsen van dieren en groeiplaatsen van bijzondere planten worden ontzien, gemarkeerd of afgezet met linten. Het meeste resthout, zoals boomkronen, losse takken en onbruikbare stamdelen, blijft in het bos achter. Het dode hout levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van een gevarieerder bos. Ook wordt er een kleine kapvlakte gemaakt aan de westzijde. Hier worden na de werkzaamheden jonge bomen geplant. De werkzaamheden worden uitgevoerd met een harvester, een geavanceerde machine om bomen te vellen. Deze machine velt bomen en zaagt deze in de juiste lengtes voor verdere verwerking. De zeer wendbare machine doet het werk snel en efficiënt, waarbij andere bomen zo min mogelijk beschadigd raken.