Schadeafhandelingen blijven voorlopig stilliggen

Melders in afwachting van onderzoek TNO en TU Delft

REGIO – Al maanden wachten schademelders in de omgeving van de gasopslag Norg op de hervatting van de afhandelingen. Deze ligt nu stil omdat onderzocht moet worden waarom één van de schadebureaus opvallend vaak geen schades uitkeert, terwijl de andere bureaus dat doorgaans wél deden. Eind december zouden TNO en de Technische Universiteit Delft de resultaten van hun onderzoek presenteren. Deze deadline wordt echter niet gehaald.

‘Dat de afhandeling nu langer gaat duren is vervelend, maar we gaan er van uit dat een aantal rapporten opnieuw zal worden bekeken’, sprak Wisse Hummel van de Tijdelijke Werkgroep Mijnbouwschade Een (TWME) in september van dit jaar. Hummel en zijn mede werkgroepleden verbaasden zich over het feit dat sommige schademelders een vergoeding kregen, terwijl de buren geen euro tegemoet konden zien. Het was voor Hummel en de zijnen reden om op onderzoek uit te gaan. Ze ontdekten dat één bureau schades afwees, terwijl andere bureaus dat niet deden.

Het bureau wat géén schades uitkeert, is 10BE. Een ingenieurs- en bouwkundig bureau wat eerder ook in het Groningse aardbevingsgebied actief was. Het bedrijf kwam in opspraak toen bleek dat werknemers die vroeger bij de NAM werkten, nu actief waren als adviseur voor dat bedrijf. Het maakte dat 10BE uiteindelijk van de schadeafhandeling in het Groningse aardbevingsgebied werd af gehaald.

Maar 10BE speelt momenteel wél weer een rol in de afhandeling van de schades rondom de gasopslag Norg. En juist dít bedrijf blijkt nu heel andere conclusies te trekken dan de andere bureaus. 10BE zou bovendien schades afwijzen omdat deze niet zouden kunnen ontstaan van trillingen in het Groningergasveld. Iets wat rondom de gasopslag Norg ook helemaal niet speelt, daar het hier gaat om het verhogen en verlagen van de druk. Daarmee gaat relatief grote bodembeweging gepaard, wat maakt dat huizen schades oplopen.

Onder meer de Tijdelijke Werkgroep Mijnbouwschade Een en de Noordenveldse burgemeester Klaas Smid trokken aan de bel. Het resulteerde er in dat het Instituut voor Mijnbouwschade de afhandeling van de schades stillegde, zodat eerst kan worden uitgezocht waar de schades vandaan komen en welk adviesbureau nou gelijk heeft. Omwonenden gaan er van uit dat dit onderzoek zal uitwijzen dat de schades van het ophogen en verlagen van de werkdruk komt en dat 10BE telkens met een verkeerd uitgangspunt heeft gemeten. Maar op het onderzoek is dus nog niet klaar.

En dat is vervelend voor de vele schademelders, ziet ook burgemeester Klaas Smid. ‘Als gemeente wachten wij ook nog steeds op het onderzoek. Deze zou aanvankelijk eind december al klaar moeten zijn. Ik heb mijn ambtenaren gevraagd om hier nog eens navraag over te doen. We zijn hiervoor toch afhankelijk van het IMG.

Vorige week werd duidelijk dat de Raad van State minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat op de vingers heeft getikt. Het ministerie en de NAM zouden een ‘rammelend onderzoek naar aardbevingsrisico’s’ hebben gedaan. Die uitspraak heeft niet direct betrekking op de gasopslag Norg, maar voelt volgens Smid wel als een steuntje in de rug. ‘Het geeft aan dat het ministerie niet zomaar alles kan maken’, zegt hij. ‘Het is de zoveelste waarschuwing aan het ministerie dat ze voorzichtig moeten zijn met gaswinning en gasopslag. En dus is het in zekere zin ook belangrijk nieuws voor ons.’

Smid vindt het vooral belangrijk dat de risico’s van gasopslag duidelijk in kaart worden gebracht. ‘En dat er goed gemonitord wordt wat er met de bodem gebeurt bij het vergroten of verminderen van de druk’, zegt hij. ‘Zoiets moet duidelijk zijn, zodat er geen Groningse toestanden ontstaan. We hebben er altijd op gehamerd dat we niet willen dat het Groningse probleem naar Drenthe wordt verschoven. Een dergelijke export van problemen moet je niet willen. Vandaar ook dat wij landelijk proberen mensen bewust te maken van de risico’s hier. We proberen goed contact te houden met Den Haag, zodat men weet wat hier speelt.’

De schadeafhandeling zelf, die nu dus alweer ruim vier maanden stilligt, moet wat Smid betreft zo snel mogelijk weer worden opgestart. ‘Het is belangrijk dat alles goed wordt afgehandeld. We blijven dan ook de nadruk leggen op een goede regeling.’

Maar tot nu toe blijft het adagium: afwachten. ‘We kunnen moeilijk vooruitlopen op de resultaten van dit onderzoek’, zegt Smid. ‘Ik hoop dat er snel duidelijkheid komt. Misschien dat er in januari al iets meer duidelijk is.’