‘ Sint houdt de benen heel in Leek’

LEEK -  ‘Ik heb mijn kip ook opgehokt’ appte een vriend van mij uit  Zevenhuizen. Een paar jaar geleden liepen er overdag nog een stuk of tien kippen tokkelend, krabbend en pikkend naar voedsel achter in de tuin. Doch in de nachtelijke uren, als een fatsoenlijk mens geniet van broodnodige nachtrust, sloeg af en toe de ellende toe. Steenmarters en wie weet wat er anders in de diepe duisternis nog rond de woningen aast, ontdekten de ‘lekkernijen’ in het nachthok en doden en vraten zich ongans, totdat ze er bijna bij neervielen. Op dit moment is er nog maar één hoender over. Deze laatste geluksvogel zit terwijl ik dit schrijf ‘veilig’ in het hok en ’s nachts helemaal alleen op een stok die ook bedoeld was voor de andere negen pechgevallen. De vogelgriep hield echter niet alleen Zevenhuizen, maar heel Nederland in haar greep. En dat waarschijnlijk door een ‘kleine boodschap’ die onder staarten van ander gevogelte boven in de lucht werd losgelaten boven Neerlands grond. ‘De doerakken’. Voordat ik in het ziekenhuis werd opgenomen kon ik nog even een bezoek brengen aan Pluimveeslachterij Gebroeders Heijs B.V. aan Mulderspark in Leek. Net als bij de rest van de pluimveeslachterijen in Nederland stond ook bij hen het bedrijf stil. Een behoorlijke strop. Het meeste personeel zat thuis. Een aantal kon extra onderhoud plegen en verder was het afwachten of de vogelgriep zich verder ging uitbreiden. Intussen werden de kippen die anders al waren geslacht elke dag zwaarder. Het hele programma voor kippenmesters en slachterijen volledig in de war. Bij een naburig bedrijf stonden door het vervoersverbod twee vrachtwagens stil i.v.m. de lading mest. Omdat mijn mening is dat je als raadslid meer op straat moet zijn, dan achter de computer bezocht ik niet alleen de twee bedrijven, maar ook de alleenstaande kip en haar baasje. Klein leed is tenslotte ook leed. Een week eerder schreef ik in mijn column over mijn bezoek aan de nieuwe stal van Maatschap van der Velde – Hummel. Dit n.a.v. de aanvraag voor een nieuwe woning als agendapunt in de raadsvergadering. Een jaar eerder was door brand de complete boerderij verwoest. In de nieuwe loopstal stonden en liepen, want het is tenslotte een loopstal, de koeien. Prachtige dieren, die, het kan eigenlijk niet anders, volop en trots genieten van hun nieuwe onderkomen. In een andere hoek van de stal, werden door een noeste werker buizen aan elkaar gelast. Dit om verschillende ruimten te creëren voor het jongvee. Gelukkig lijkt, hoewel brand één van de ergste dingen is die je kan overkomen, alles weer op zijn en haar pootjes terecht te komen. Rijdend in mijn kever op weg naar het centrum van Leek, rook ik even aan mijn jas, gelukkig, ik kon de lucht van de stal, de koeien en hun mest nog ruiken. Niks mis mee, want zonder deze lucht en de bedrijven waar het vandaan komt, zou er niet veel van Nederland overblijven. Nadat ik de parkeerkaart achter het raam van mijn auto had geplaatst, was een korte wandeling door de Tolberterstraat aan de orde. De gevaarlijke gladde gele klinkers zijn allemaal verdwenen en daarvoor in de plaats liggen er nu rode Hollandse gebakken klinkers. Zo kan de Sint tijdens zijn inkopen in Leek niet meer uitglijden. De laatste hand werd nog gelegd aan de stenen onder de nieuwe banken voor het kerkplein en Kees is bijna klaar. De komende weken moet ik revalideren. Hopelijk willen de fractieleden van de PvdA een gedeelte van mijn contacten buiten de deur voor even overnemen. Ze ‘moeten’ toch de straat op van hogerhand. ‘Ik groet u’. ‘Moi’.