Slak

    Ik heb een serieus probleem. Ik begin slecht aan de dag. Al weken. Kan niet minder. Ik neem u even mee. Elke ochtend sta ik, ik ben ochtendmens, rond kwart voor zes op. De wekker krijgt amper tijd te gaan. Ik spring uit bed, ga naar beneden, rook een sigaret, ga weer naar boven, ga me scheren, neem een douche, kleed me aan, gooi wat vet in het haar, rook tussendoor nog een sigaret, start een filmpje – gewauwel over voetbal- op You Tube op de telefoon en loop de deur uit. Tien tellen later ben ik weer binnen. Ik vergeet vrijwel elke dag de sleutels. Waar ik ze ook neerleg.
    Dan, als ik de sleutels dus wel gepakt heb, loop ik definitief richting auto en dan gaat het mis. Al weken. Ik probeer er op te letten, maar die extra waakzaamheid zet voorlopig geen zoden aan de dijk. Ik trap elke ochtend een slakkenhuisje kapot en dus een slak dood. Ik kijk rechts en links en boem, gaat er weer één. De middelste slak. U kent vast dat karakteristieke geluid. Dat typische geluid als je een slakkenhuis kapot trapt.
    Ik baal er van. Bedoel; zo’n huisje op de rug, de slome slak in alle vroegte, dat is toch prachtig. Echt schandalig dat ik mijn maatje 42 er op zet. Een leven teniet gedaan.
    Het zit me vreselijk dwars. Het achtervolgt me de hele dag. Constant hoor ik dat geluid. Soms denk ik iets van een piep te horen, onmiddellijk na de krak. Het gepiep van een lijdende slak, juist onderweg van de ene kant van het tuintje naar de andere kant. Doet ie vroeg, om zo rennende honden en kinderen te vermijden. Slim slakje. Tot ik kom. Daar had hij even niet op geregend. Hij ziet me aankomen, hoort me. Het zweet breekt de slak uit. Uit alle macht probeert hij nog te versnellen. Dat lukt, maar ja, slak is slak. Te langzaam dus. Dan de klap, de piep en alles is zwart.
      Het bolletje drek op de grond als resultaat van die onvoorzichtige voet. Vermoord. Onschuldig.
    Uren later kan het me zomaar aangrijpen. Hang ik net even de lolbroek uit, hoor ik dat geluid. Probeer ik me ineens in die slak te verplaatsen. Dat moment dat je beseft dat er geen ontkomen meer aan is. Het valt me aan. Ik voel me er niet goed bij. Druk op de borst. Slangenmoordenaar.
    Af en toe komt er iets bij. Pal nadat ik een slak kapot heb getrapt, niet expres dus, doe ik het hekje open en loop ik met mijn niet geringe hoofd zo een spinnenweb binnen. Je weet wel, zo’n mooie, zo mooi zichtbaar in de ochtenddauw. Wat nattig, echt zo’n spinnenweb zoals je die vroeger leerde tekenen. Ik kijk net even naar de restanten van de slak als ik dat web in mijn haar heb. Gebeurde me vorige week. Weg web, weg urenlang spinnenwerk. Ik weer naar binnen, doek door het haar, weer wat vet er in en dan eindelijk richting werk. Trapte ik dus opnieuw een slak kapot. Twee dode slakken en een ongelukkige spin binnen een tijdbestek van een minuut.
    En dus kunnen we spreken van een trauma.