Slenteren door de tijd op de Begraafplaats Veenhuizen

VEENHUIZEN – Een bijzondere begraafplaats met een bijzonder verhaal: Begraafplaats Veenhuizen. De begraafplaats waar tussen 1831 en 1950 meer dan 16.000 mensen ter aarde besteld zijn en er toch slechts minder dan duizend grafmonumenten te zien zijn. Massagraven, wordt weleens gefluisterd.  Een absoluut misverstand. Samen met Anja Schuring, zij schreef een boek over Begraafplaats Veenhuizen, dwalen we over de idyllisch gelegen plek in Veenhuizen.

Eenmaal door de toegangspoort en er overvalt je een bijzondere stilte. Zonnestralen werpen een licht op de oude grafzerken die verspreid tussen de oude eiken liggen. Links van het middenpad ligt het oudste deel van de begraafplaats. Het is het vak van de Hervormde ambtenaren, vertelt Anja Schuring. De eerste slag (rij) dateert uit 1831. Er liggen schoolmeesters, predikanten, hoveniers en andere ambtenaren begraven. Iedereen die werkte voor de Maatschappij van Weldadigheid, werd ambtenaar genoemd. De gewoonte in die tijd was om mensen te begraven met hun voeten naar het oosten, vertelt Anja Schuring over de grafstenen die in een rij naast elkaar liggen. “Zo konden ze bij hun herrijzenis op de dag des oordeels meteen de goede kant op lopen. Zie je deze twee stenen? Die liggen op de kop. Daar liggen de dominees. Als zij op zouden staan, staan ze voor het volk, dat was het idee erachter.”

Werkgroep Begraafplaats Veenhuizen

Dat het oudste deel van de begraafplaats er zo mooi bij ligt is te danken aan de Werkgroep Begraafplaats Veenhuizen. De werkgroep is in 1995 opgericht door drie inwoners van Veenhuizen die van mening was dat de geschiedenis van het dorp bewaard moest blijven. Voor ’95 verkeerde de begraafplaats aan de Eikenlaan in troosteloze toestand. Rood verroeste sierhekwerken, gebroken grafstenen, oude graftrommels die her en de tegen de heg gekwakt waren en onkruid dat welig tierde tussen de zerken. Een grote groep vrijwilligers is iedere woensdagavond  (met uitzondering van de wintermaanden) te vinden op het ‘Vierde gesticht’, zoals de begraafplaats in de volksmond genoemd wordt.

Normaal gesproken is het onderhouden van de individuele graven een taak van familieleden van de overledenen. In Veenhuizen, en dat maakt de begraafplaats ook zo bijzonder, mochten tot 1983 alleen mensen die in dienst waren van justitie in het dorp wonen. Wanneer ze hun werk om wat voor reden ook niet meer konden doen, een andere baan kregen of met pensioen gingen, moesten ze het dorp verlaten. Dat is in 1983 opgeheven. Zo kan het dat veel mensen in Nederland een kennis of familielid hebben die in Veenhuizen begraven ligt. Verhuizing van familieleden naar andere delen van het land is een van de redenen dat de begraafplaats behoorlijk verwaarloosd was, verklaart Anja.

Monumenten zijn er in verschillende soorten, maten en uitvoeringen. Graven voorzien van ijzeren hekwerkjes, graftrommels, platte, liggende stenen met opschriften, smalle staande stenen, je komt van alles tegen in het vak voor de Hervormde ambtenaren. “De graven met hekjes noemen we ledikanten. Die waren populair tussen 1860 en 1920. Dat kun je zien aan de slagen. In het begin kwamen ze niet voor. De graftrommels zag je veel in de jaren 30 van de vorige eeuw. Hele families werkten aan de trommels die gemaakt zijn van dun blik. Het zijn de voorlopers van onze grafkransen. De grote platte grafstenen zag je ook meer in de begin jaren. Later werden die grafmonumenten steeds meer vervangen door smalle rechtopstaande, stenen monumenten. “Die noemen we stèles. Die waren en stuk goedkoper en bovendien beter bestand tegen weersinvloeden.” Op veel stenen zijn symbolen aangebracht. Op een aantal prijken treurwilgen, het symbool voor rouw en verdriet, weet Anja. Op een andere grafplaat zijn twee omgekeerde fakkels geboetseerd. “De fakkels worden gedoofd in de grond. Het symboliseert het einde van het leven.”

We slenteren verder over de begraafplaats. Rechts van het statige middenpad een ogenschijnlijk leeg grasveld. Het blijkt het vak voor de Hervormde armen. Hier werden tussen 1831 en 1875 meer dan 10.000 mensen begraven. Niet voor te stellen, wanneer je bedenkt dat het oppervlak net groot genoeg is voor 1.000 graven. “Vandaar dat de geruchten vertelden dat er massagraven zouden bestaan in Veenhuizen. Onzin. Een fabeltje. Vroeger mocht je na een periode van vijf jaar opnieuw op hetzelfde perceel begraven. Er werd opnieuw een graf gedolven, bovenop het bestaande graf. De botten die mens tegenkwam werden weggestopt onder het nieuwe graf. Dat heet het ‘schudden van het graf’. Soms is een graf wel 6 tot 7 keer opnieuw gebruikt. In Veenhuizen overleden per jaar gemiddeld 250 mensen. De armen die in Veenhuizen opgenomen waren (kolonisten, weduwen, weeskinderen en bedelaars) kregen een armengraf op dit perceel. De begrafenis werd door de gemeente betaald. Om geen onnodige kosten te maken werden er geen grafmonumenten geplaatst bij armengraven.”

Armoede

Veenhuizen is verweven met armoede. Iedere begraafplaats in Nederland had wel een klein hoekje voor arme mensen. In Veenhuizen is dat ‘hoekje’ echter behoorlijk uit de kluiten gewassen. De laatste rustplek voor armen bestrijkt bijna een halve hectare. In het begin van de 19e eeuw heerste er grote armoede in Nederland. De Stichting van Weldadigheid in Veenhuizen werd destijds opgericht om het armoedeprobleem op te lossen. Bedelen was de orde van de dag. Bedelaars uit heel het land werden hier naar toe gestuurd voor een heropvoedingscursus en om ze te leren werken voor de kost. “Alle goede bedoelingen ten spijt, maar uiteindelijk werkte het concept niet. Niet alleen bedelaars werden hier vanuit alle hoeken naar Veenhuizen gestuurd, ook mensen met een handicap of werklozen kwamen hier naar toe. Uitgezet door hun eigen gemeente. In 1859 ging de Stichting van Weldadigheid failliet. Noodgedwongen moest de stichting haar taken overdragen aan het Ministerie voor Binnenlandse Zaken. In 1875 kwam Veenhuizen droeg BZ de verantwoordelijkheid over aan het Ministerie van Justitie. Tien jaar later kreeg Veenhuizen de functie van Rijkswerkinrichting voor mannen en vrouwen. Langzamerhand ontstond een gevangenisdorp.

Kruisen

Helemaal achterop de begraafplaats vind je statige rijen met kruisen. Het heeft iets van een oorlogsbegraafplaats zoals je ze in Normandië ziet. En daar heeft het nou helemaal niets mee te maken, vertelt Anja. Het is het deel waar de Hervormde verpleegden begraven liggen. “De kruisen zijn gemaakt door gevangenen, een werkverschaffingsproject. Hier werd tussen 1920 en 1960 begraven. Werd je met z’n tweeën in een graf begraven. Het kon zijn dat je met een familielid in een graf lag, maar ook met je grootste vijand. De kruisen zijn er overigens veel later bij geplaatst, in 1974. Vanaf 1975 hield Justitie een grafregister bij. Daarin werden alle namen van overledenen geschreven. Met behulp van het register is van veel verpleegden te achterhalen waar ze ongeveer liggen. Slechts drie verpleegden kregen wél een monument. Zij waren op het land spinazie aan het snijden toen de bliksem insloeg. Ze waren alle drie ‘gelijktijdig door het hemelvuur gedood.’ Dat maakte zo’n indruk dat de verpleegden geld inzamelden voor een monument op het graf.”

Een groot wit kruis prijkt tussen een rij oude eiken helemaal rechtsachter op de begraafplaats. Het is overduidelijk het katholieke deel. In dezelfde lijn van de eiken staan een paar rijen witte kruisen. Ook deze kruisen kennen een verhaal. “Dit is een strook ongewijde aarde. Hier kwamen onder andere katholieken terecht die de kerk uit waren gezet. En katholieken die zelfmoord hadden gepleegd. Deze katholieken kwamen niet in de hemel.”

Ook nieuwsgierig naar de boeiende verhalen van de Begraafplaats Veenhuizen? Iedere laatste zondag van de maand geeft Anja een rondleiding. De rondleiding start om 13:30 en duurt ongeveer een uur.  De kosten zijn 5 euro per persoon. Opgeven kan via ajschuring@home.nl.