Smid over een moeizaam jaar, een hoopvol 2021 en perspectief in bange dagen

‘Ook wij werden vaak verrast door Den Haag’

NOORDENVELD – Zo vlak voor de jaarwisseling is het tijd om terug te blikken op een bizar jaar. Net als vorig jaar doen we dat met burgemeester Klaas Smid. Ook hij had zich 2020 heel anders voorgesteld. Opeens beperkte zijn werk zich tot overleggen op afstand en verdwenen, om maar eens iets te noemen, de huisbezoeken. ‘Een enorme verschraling van het werk’, zegt Smid, zich dondersgoed beseffend dat hij in verhouding nog weinig te klagen heeft. De burgervader kijkt terug op een jaar wat zo anders verliep dan gedacht.

De gangen van het oude gemeentehuis zijn verlaten. Bij de ingang geen feestversiering, maar een desinfectiepompje en een ‘gastenboek’ voor het geval er een bron- en contactonderzoek moet worden opgezet. Stieneke Ottema, de steun en toeverlaat van burgemeester Smid, gaat ons voor de trap op. Uitgestorven lijkt het haast, desolaat. Hoe anders was dat vorig jaar. Toen ademde het gebouw rond deze tijd sfeer. Het personeel kwam nog bij van de jaarlijkse kerstmarkt. Nee, van die gezelligheid valt nu niks te merken.

Aan het eind van het uitgebreide interview vorig jaar, concludeerde Smid nog dat we een mooi 2019 achter de rug hadden. ‘Ik zie 2020 dan ook met vertrouwen tegemoet’, besloot hij destijds. Als we toen eens wisten wat we nu weten, we zouden het niet geloven.

In het kantoor van de burgemeester mag het mondkapje af. Dat praat toch makkelijker, vindt ook Smid, die zelf de koffie inschenkt. In zijn kantoor staat een apparaat om de luchtkwaliteit te verbeteren, voor de spaarzame keren dat Smid nog iemand ontvangt in de kamer waar voor de coronacrisis wekelijks het college bij elkaar kwam. Het woord ‘Dream’ prijkt voor het raam, uitkijkend op de Albert Heijn. Dromen van betere tijden, hoe vaak zal Smid dat het afgelopen jaar wel niet hebben gedaan?

In ieder geval herinnert Smid zich het begin van de ellende nog levendig. ‘Het slechte nieuws kwam op 12 maart. Die dag was ik met gedeputeerde Henk Brink in Den Haag, vanwege een afspraak met minister Dekker. Dat ging over de toekomst van de Veenhuizer bajes. We kregen die middag te horen dat de gevangenis open zou blijven, wat natuurlijk ontzettend goed nieuws is voor de regio. Maar dat goede nieuws sneeuwde een beetje onder toen die middag de eerste coronamaatregelen werden aangekondigd. Ik weet nog dat wij ’s middags op de oploop van de Tweede Kamer de vele camera’s zagen staan. “Veel aandacht voor Veenhuizen”, grapten wij nog tegen elkaar. Op de terugweg hoorden wij van de vele maatregelen. Zoiets vergeet je nooit meer.’

In Noordenveld werd direct een crisisteam ingericht. ‘We hadden aanvankelijk nog helemaal geen beeld van wat we konden verwachten’, zegt Smid. ‘Maar het besef leefde dat het wel even kon gaan duren. Tegen de zomer ging het weliswaar beter, maar ook toen wisten we dat we nog niet van het virus af waren.’

Dat na de zomer het virus weer oplaaide, wijt Smid onder andere aan de testcapaciteit. ‘Bij het testen zijn steken laten vallen, waardoor het na de zomer helemaal mis is gegaan. Men moest lang wachten op uitslagen, wat de gang van zaken niet makkelijker maakte.’

De tweede golf leverde bovendien een ramp op. In verzorgingshuis De Omloop in Norg overleed in korte tijd meer dan de helft van het aantal inwoners. ‘Pure pech’, zegt Smid. ‘Wat er in De Omloop gebeurde was verschrikkelijk, maar het betrof gelukkig een incident. In de gemeente Noordenveld hebben we telkens kunnen zien dat de regels goed werden nageleefd. Er vonden geen grove overtredingen plaats en de politie heeft zelden hoeven optreden. Daardoor bleef het aantal besmettingen in onze gemeente relatief laag. Dat is de verdienste van de bevolking. Het woordje noaberschap in de praktijk gebracht.’

De nieuwe wet die sinds 1 december van kracht is, biedt wellicht mogelijkheden op de langere termijn. Daarbij kan gedacht worden aan regionale versoepelingen. ‘We mogen regionaal straks meer doen, maar daarbij is het maar zeer de vraag wat verstandig is’, zegt Smid. Hij blikt daarbij terug op de zomer van dit jaar. ‘Vanaf 1 juli waren er opeens weer mogelijkheden voor bepaalde evenementen. We kregen toen direct allerlei aanvragen voor evenementen. Zo gingen de Zomerfeesten in Peize nog door, maar zetten we uiteindelijk een streep door het grote terras tijdens de Rodermarktfeestweek. Voortschrijdend inzicht, hoewel het er eerst op leek dat zoiets wél mogelijk was in Roden. Veel mensen hadden uiteindelijk begrip voor het afgelasten hiervan, maar er waren er ook bij die dat begrip niet hadden. De meningen zijn daarin natuurlijk altijd verdeeld. Wat mij dan weer positief stemt is het feit dat onze toezichthouders nooit problemen hebben gehad. Ze hebben mensen altijd kunnen aanspreken en een goed gesprek kunnen voeren. Van verzet of laksheid, is hier nauwelijks sprake.’

Ondertussen staat er een nieuwe stip op de horizon. In januari 2021 moet er gestart worden met het vaccineren in Nederland. Een goede ontwikkeling, al houdt Smid een slag om de arm. ‘Het is mooi dat het vaccineren nu op gang komt, maar laten we vooral niet op de zaken vooruit lopen. De belofte dat op 4 januari het vaccineren gaat beginnen, kan valse verwachtingen scheppen. Ik vind het noemen van die datum als startpunt ook voorbarig. De ervaring van de afgelopen maanden leert immers dat zulke data lang niet altijd haalbaar blijken. Zo bleek het testen ook niet op orde. Nu weten we binnen drie uur of we besmet zijn of niet, dat hadden we toen eigenlijk al moeten hebben. Uiteindelijk liet het allemaal lang op zich wachten. Vandaar dat ik waak voor al te veel optimisme omtrent het vaccineren. Ik moet eerst nog maar eens zien of we begin januari los kunnen.’

Smid geeft aan veel respect te hebben voor de beleidsbepalers in Den Haag, die zijn inziens alles doen wat in hun macht ligt om het virus er onder te krijgen. Maar ondertussen is de burgervader ook kritisch, bijvoorbeeld wanneer het gaat over de communicatie met de gemeenten. ‘Ook wij werden vaak verrast door de besluiten in Den Haag’, aldus Smid. ‘Dan hoorden wij op dinsdagavond dat er versoepelingen of aanscherpingen van de regels plaatsvonden, die wij de dag erna al dienden uit te voeren. De inwoners hingen de dag erna al aan de telefoon. Zij dachten: de gemeenten weten wel wat er nu mag en kan, terwijl wij net zo verrast werden als de inwoners. Soms zat er wat ruis op de lijn. Dat leverde een hele logistieke toestand op. Soms heb ik het gevoel dat Den Haag onderschat wat wij allemaal moeten uitvoeren.’

Hardste klappen

De afgelopen tijd roert de horeca zich steeds meer. De branche is de sluiting zat en dringt aan op een heropening. ‘Ik snap de frustratie heel goed’, zegt Smid. ‘De horeca is de branche die het hardst getroffen is. Ondertussen zien zij dat er tijdens Black Friday drukke winkelstraten zijn en dat men massaal aan het winkelen slaat. Hoe valt dat te rijmen met de sluiting van de restaurants?’

Vandaar ook dat Smid vindt dat het kabinet perspectief moet bieden. ‘Diederik Gommers kwam al met een idee om mensen die gevaccineerd zijn straks naar het stadion te laten gaan’, zegt hij. ‘Misschien dat je zoiets ook in de horeca kan toepassen. In ieder geval moet het kabinet gaan kijken naar de toekomst: wat kan er straks weer? Perspectief is heel belangrijk.’

Zelf zou Smid het niet bezwaarlijk vinden als mensen die zich laten vaccineren voorrang krijgen voor zaken als een stadionbezoek. ‘Vaccineren doe je uiteindelijk niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen in je omgeving. De reguliere zorg komt in het gedrang wanneer het aantal besmettingen te hoog blijft. Alleen al uit solidariteit zou ik me laten vaccineren.’

Desondanks begrijpt hij de twijfels. ‘Ik snap dat men niet zeker weet of ze het wel willen. Daarom vind ik dat je als overheid eerst duidelijk moet maken hoe zo’n vaccin nu precies werkt. Dan neem je hopelijk een hoop twijfels weg.’

Het valt Smid verder op dat er ‘onevenredig veel aandacht’ is voor een kleine groep die zich hard uitspreekt tegen vaccinaties. ‘En dat geldt niet alleen voor het vraagstuk omtrent vaccinaties’, verduidelijkt hij. ‘Vanaf het begin van de coronacrisis was Jan en Alleman opeens viroloog. Men laat zich leiden door hetgeen wat ze op internet vinden en wat op sociale media staat. Dan laat ik me toch liever informeren door mensen als Ernst Kuipers en Diederik Gommers.’

In het vat

De coronacrisis maakte dat ambities soms pas op de plaats moesten maken. Maar wat in het vat zit, verzuurt niet. ‘Normaal gesproken zou Veenhuizen dit jaar zijn toegetreden tot de UNESCO Werelderfgoedlijst’, begint Smid. ‘Volgend jaar moet het comité alsnog bij elkaar komen, in China. Of dat doorgaat is nu nog de vraag, maar het zou mooi zijn als Veenhuizen eindelijk de erkenning krijgt die het verdient. Daarbij zou ook het doorgaan van Het Pauperparadijs volgend jaar fantastisch zijn.’

Ook de viering van 75 jaar vrijheid viel dit jaar grotendeels in het water. Het gehele jaar zouden er tal van activiteiten in Noordenveld plaatsvinden, om dit jubileum kracht bij te zetten. ‘Bijna alle activiteiten kunnen gelukkig verplaatst worden. Ik hoop dat we in 2021 dan ook waardig bij onze vrijheid kunnen stil staan.’

Uit de spaarzame hoogtepunten van het afgelopen jaar, weet Smid er nog twee te noemen. Het Sportgala van Noordenveld aan het eind van januari en het bezoek van Prinses Laurentien aan de Health Hub in Roden. ‘Dat waren toch weer twee prachtige dingen die we mochten beleven. Maar het liefst hadden we natuurlijk nog veel meer van dergelijke hoogtepunten gehad.’

Wens

Wat na twee koppen koffie rest, is een blik op de komende jaarwisseling. ‘Ik hoop dat men omkijkt naar elkaar, zoals we dat in Noordenveld gewend zijn’, zegt Smid. ‘En ik hoop dat men tijdens de jaarwisseling zijn gezond verstand gebruikt. Nee, de voorgaande jaren hebben we nooit wat te klagen gehad tijdens oud en nieuw. Ik heb goede hoop dat ook dit jaar alles rustig zal verlopen. Ik zie namelijk geen reden waarom dit niet zo zal zijn.’ En verder? ‘Verder wens ik alle inwoners van 2021 een goed 2021. Ik hoop op perspectief voor de branches, ondernemers en de inwoners die hard worden getroffen door deze crisis. Perspectief is het toverwoord.’