Speenvarken

Op een avond (lang geleden) liet ik aan vrienden een serie vogelgeluiden horen. Soms kun je het heel poëtisch hebben over het gekwinkeleer der vogels, maar dat soort geluiden sloeg ik toen over. Wel liet ik bijvoorbeeld het geluid van de Grote trap horen. Voor wie over internet beschikt is het best geinig om dat eens te beluisteren, zo bizar is het. Ook heel bizar is het geluid van de Waterral (foto: Wies Vink, www.wiesvink.nl), een riet(moeras)vogel waar ik het over wil hebben.

Zaterdag maakten we met de Vogelwerkgroep van IVN Roden een rondje door het Lauwersmeer en één van de vaste plekken waar we stopten was de vogelkijkhut bij het Jaap Deensgat. Voor veel deelnemers was het aanschouwen van de aanwezige Baardmannetjes een openbaring. Eerder zagen we direct in het begin van de polder al een elftal van deze fraaie vogeltjes met hun tropische uiterlijk. Prachtig zijn ze, de mannetjes inderdaad getooid met baard, hoewel volgens mij de vergelijking met een hangsnor zich beter laat doorstaan. De vrouwtjes moeten het zonder doen, maar zullen er vast niet onder gebukt gaan. Acrobatisch bungelend in het riet, waar ze zaden uit de pluimen peuteren, laten ze onderwijl hun metaalachtige geluidjes horen. Die zijn zo karakteristiek dat je ze na een eerste ontmoeting al kunt herkennen. Heel anders, maar ook karakteristiek, is het geluid van de Waterral dat we daar hoorden. Enkelen schrokken zelfs van dit geluid dat in één van mijn vogelgidsen (Jonsson) wordt omschreven als: ”Meestal wijzen alleen merkwaardige, kreunende en steunende  geluiden op zijn aanwezigheid, zoals het plotselinge, explosieve, schrille ’speenvarken-gegil’ dat overgaat in gegrom” waarna de geluiden verder worden omschreven als:  een geleidelijk afzwakkend ”kroei, kroei, kroei”, een aanhoudend ”kip, kip, kip” en ”kuurl” en ”puurl”.

Tijdens de excursie zei ik dat wanneer je 10 mensen een interpretatie van bovenstaande laat horen je 10 verschillende uitvoeringen krijgt. Op de avond met vrienden daagde ik ze uit om hun uitvoering te laten horen. U begrijpt dat dit dikke lol tot gevolg had. Dat gillen ging de meesten redelijk goed af, maar die andere geluiden leidde tot heel wat verschillende versies. Het is vooral het speenvarken-gegil dat zaterdag opviel en waar men dus van schrok. Zoiets verwacht je niet vanuit het riet. Mijn eerste ontmoeting met de Waterral vond plaats op Schiermonnikoog tijdens een NJN-kamp en kan ook worden omschreven als bizar. Overdag vonden we bij de vuurtoren enkele slachtoffers van vogels die zich in de nachtelijke uren te pletter hadden gevlogen toen ze op het licht afkwamen. Ik besloot er ’s avonds laat een kijkje te nemen en helaas niet zonder resultaat. ”Plof” hoorde ik op een gegeven moment, een geluid dat zich later nog eens drie keer herhaalde. In het donker kon ik nauwelijks zien wat het was, maar wel dat het een ralachtige was. Op de kampeerboerderij waar we verbleven bleek dat het Waterrallen waren. Later zijn er aanpassingen gekomen, bijvoorbeeld door verlichting van de toren zelf, waardoor er veel minder slachtoffers vallen. Dat pakte vooral goed uit voor de Waterrietzanger, een zeldzame doortrekker waarvan ik een keer het genoegen beleefde dat een exemplaar enkele dagen in de moeraszone van mijn vijver vertoefde. De vogel bleek zo weinig mensenschuw dat hij, toen ik dacht dat hij verder was getrokken, een keer tussen mijn handen doorglipte. Van deze soort was bekend dat hij toentertijd zeven keer vaker dan andere vogels zich op vuurtorens te pletter vloog.

Betere tijden
Nu er eindelijk regen van betekenis is gevallen zijn er gaandeweg meer paddenstoelen te ontdekken. Dat bleek vrijdag toen we iets ten noorden van het Zernike-complex actief waren. Er is sowieso sprake van een enorm verschil in wat we hier in Drenthe op het zand aantreffen of op de klei, zoals daar. Het leuke van het inventariseren is dat je altijd weer nieuwe ’fungi’ tegenkomt. Dat kan ook gauw met 5200 verschillende soorten in Nederland, terwijl er jaarlijks tientallen soorten op de lijst bijkomen. Nieuw voor mij waren soorten met aansprekende namen als het Gezwollen schoorsteentje, Gebocheld breeksteeltje en het Harig ruigkogeltje.