St. Juste wil zich in Leek klaar spelen voor het EK van 2022

Oranjevedette keert terug bij Leekster Eagles

LEEK – Met de terugkeer van Yoshua St. Juste krijgt Leekster Eagles er een absolute vedette bij. De aanvoerder van Oranje keert na jaren bij Hovocubo en CF Eindhoven terug op het oude nest, met als doel om in 2022 te schitteren met het Nederlands Zaalvoetbalelftal op het EK in eigen land. Waar de in Marum opgegroeide St. Juste de laatste jaren gewend was om voor de prijzen te spelen, ligt de focus straks eerst op overleven op het hoogste zaalvoetbalniveau. Ondertussen is St. Juste druk bezig met het uitbreiden van zijn werkzaamheden als zaakwaarnemer. Zijn eigen belang staat daarbij niet voorop. ‘Ik denk liever in het belang van de speler.’

Het is een woensdagochtend in juni als Yoshua St. Juste het Van der Valk-hotel in Hoogkerk binnenstapt. Eerst zou het gesprek bij hem thuis aan de Rietdiephaven in Groningen plaatsvinden, maar dat was toch niet verstandig. ‘Mijn dochtertje is ziek’, klonk het. En dus leek hem een ontmoeting op neutraal terrein beter. De binnenkomst van St. Juste – borst vooruit, met een haast jaloersmakende zweem van zelfvertrouwen – maakt indruk. Hij ziet er fit en zelfverzekerd uit, hier komt een man met ervaring binnen. 29 jaar is hij, binnen het zaalvoetbal heeft hij zijn sporen allang verdiend. Maar nog lang voor zijn zaalvoetbalcarrière, begon hij serieus te voetballen bij SV Marum. Daar waar zijn broers Jeremiah (ook wel ‘Jerry’ genoemd en tegenwoordig uitkomend voor Eintracht Frankfurt, red.) en Benjamin ook voetbalden. Zus Naomi voetbalde niet, maar is een zeer verdienstelijk danser. Yoshua is de oudste van de vier en herinnert zich hoe het gezin in Marum kwam wonen. ‘Daarvoor woonden we in Groningen’, zegt hij. En voor een periode van twee jaar woonde het gezin zelfs nog in het Engelse Birmingham. ‘Ik weet nog hoe we in de bus naar school gingen. Dat vond ik heel raar. We moesten ook iedere dag in uniform. En dan op school eten wat de pot schaft. Ik vond het eten op die school maar niks. Ik was dan ook niet per se een goede eter. Eigenlijk had ik het er niet echt naar mijn zin, maar ik paste me aan omdat ik goed kon voetballen. Dan maak je toch makkelijker contact.’

In ieder geval was St. Juste blij dat hij weer terugkeerde naar Nederland. Hij voetbalde in de jeugd bij SV Marum en Leek-Rodenburg. Een handenbindertje was hij, als back had je geen hele plezierige middag als je tegen de flegmatieke buitenspeler stond. Er werd niet alleen op de club gevoetbald, ook in het buurtje waar de familie St. Juste opgroeide was het iedere dag raak. Van wie de jongens het voetbaltalent hebben? ‘In ieder geval niet van mijn vader, dat was geen voetballer’, weet Yoshua. ‘Onze opa was meer met ons bezig. Vanaf het moment dat ik kon lopen, was ik met een bal bezig. Dat gold voor ons allemaal trouwens. Overdag, en vaak ook nog ’s avonds, voetbalden we bij ons in de buurt. Daar zijn veel burenruzies beslecht. Voetbal stond voor ons gelijk aan plezier. Dat is nu nog zo.’

 Zijn broertje Jerry vertrok al op jonge leeftijd naar SC Heerenveen. ‘Bij hem was al vrij snel duidelijk dat hij profvoetballer kon worden’, zegt St. Juste. ‘Hij is daarin altijd heel serieus geweest. Bij mij was dat op latere leeftijd iets anders. Niet dat ik heel veel op stap ging ofzo, maar ik leefde er toch minder voor. Jerry hoefde niet eens na te denken als iemand hem meevroeg naar een feestje. Hij zat vanaf zo’n jonge leeftijd bij Heerenveen, dat op stap gaan gewoon geen optie voor hem was.’

Voor Yoshua lonkte de zaal. De keuze voor Leekster Eagles was een eenvoudige. Weinig reistijd, veel bekenden en een leuke club. Zijn prestaties in het ‘hoge noorden’, zoals het gebied boven Zwolle met enige Randstedelijke arrogantie graag wordt genoemd, bleven niet onopgemerkt. Op 27 maart 2012 debuteerde Yoshua voor het Nederlands Elftal tegen Polen. Het was tevens het jaar waarin hij de overstap maakte naar Hovocubo, de zaalvoetbalclub uit het Noord-Hollandse Zwaag. Met Hovocubo won hij alles wat er te winnen viel. De overstap naar Eindhoven, net als Hovocubo een topclub in Nederland, verliep niet als gehoopt. ‘Ik verhuisde met mijn vriendin naar Brabant en deed de voorbereiding mee. Maar aan het begin van het seizoen brak ik mijn scheenbeen. Het was een drama. Ik tekende voor twee seizoenen, maar het eerste seizoen kwam ik nauwelijks aan voetballen toe. Bij de wedstrijd waarin we uiteindelijk landskampioen werden zat ik wel bij de selectie, maar speelde ik niet. We wonnen dat beker ook dat jaar. De prijzen verzachtten mijn pijn, maar om eerlijk te zijn kon voetballen mij – zeker in de eerste maanden van mijn blessure – gestolen worden.’

Toen zijn vriendin zwanger werd, besloot het duo al gauw weer naar het noorden te trekken. Wonen in Groningen en weer voetballen in Noord-Holland was het devies. Iets dichterbij dus, al spreken we dan nog over 165 kilometer heen en terug. Hij speelde er de afgelopen vier jaar, in zijn tweede periode voor de club, en eindigde deze competitie bovenaan de ranglijst. ‘De competitie hadden we zeker gewonnen’, klinkt het overtuigd. ‘En we stonden ook in de bekerfinale. We waren favoriet om de dubbel te pakken, maar het mocht niet zo zijn.’

Dat het afscheid van St. Juste niet gepaard kan gaan met een mooi kampioensfeestje, is jammer. ‘Hovocubo is een speciale club. Ik kreeg er altijd een warm gevoel, omdat iedereen zo betrokken is bij de club. Maar de druk lag er ook hoog. Je moest bij Hovocubo altijd winnen en het liefst met attractief voetbal. Coach Sander van Dijk was daarin heel belangrijk. Hij heeft een duidelijk beeld van het soort zaalvoetbal wat hij wil spelen. De speelwijze, de mentaliteit: overal werd op gehamerd. Dat vond ik prachtig aan Hovocubo. Ik zal er altijd een speciaal gevoel bij houden en kijk nu al uit naar de wedstrijden die wij volgend jaar tegen hen gaan spelen.’

De afstand werd steeds meer een probleem voor Yoshua, zeker nu er een limiet van honderd kilometer per uur is op de snelweg. ‘Ik mag het gaspedaal nog wel eens intrappen’, lacht hij. ‘Toen ik hoorde dat Leekster Eagles weer terugkeerde in de Eredivisie, ging het balletje rollen.’

Het contact met voorzitter Peter Westra is altijd goed geweest, zo zegt de international. ‘We hadden jaarlijks contact. Peter vroeg mij vaak om terug te keren, maar het was er niet het moment voor. Dat is het nu wel.’ Wat St. Juste vooral meebrengt? ‘Ervaring. Ik heb een EK gespeeld, heb in de Champions League gespeeld en hoop die ervaring over te kunnen brengen. Mijn doel is het EK van 2020 in eigen land. Om geselecteerd te blijven, moet ik in de Eredivisie blijven spelen.’ Dat wil dus zeggen dat, mocht Leekster Eagles onverhoopt degraderen, St. Juste waarschijnlijk weer vertrekt. ‘Een plus een is twee, maar ik ga er niet vanuit dat we degraderen. Ik ben sowieso niet van plan tegen degradatie te vechten.’

Waar Leekster Eagles dan wél op moet mikken, is nog de vraag. ‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik de opzet van de nieuwe competitie nog heel raar vind’, zegt St. Juste. ‘Ik weet nog niet eens hoeveel clubs er gaan degraderen.’ Naast de komst van St. Juste, kan Leekster Eagles twee jongens van het Friese Avanti tegemoet zien. ‘En we hebben twee goede keepers’, zegt St. Juste. ‘Dat is super belangrijk in de zaal.’

De nieuwe Raiola?

Al enkele jaren begeeft Yoshua zich op het gebied van de spelersmakelaars. Dat begon bij zijn broer, die hem vroeg zijn belangen te gaan behartigen. ‘Van mij hoefde dat niet zo nodig, maar Jerry wou het graag. Ik heb mezelf toen wegwijs gemaakt, heb wel met honderd zaakwaarnemers gesproken die hem graag wouden inlijven. Voor mij was dat om te leren, kijken hoe zij het aanpakken. Het is een apart wereldje, kan ik je vertellen.’

Zaakwaarnemers hebben lang niet altijd een goede naam, weet ook St. Juste. ‘Er wordt op jonge leeftijd aan spelers getrokken. Tegenwoordig is het zo dat spelers al op hun vijftiende een contract mogen tekenen. Een goede zaak, vind ik. Ga maar na: je mag wel een krantenwijk hebben, maar krijgt nog geen geld om te voetballen. Dat is krom.’

Als belangenbehartiger streeft Yoshua er niet naar de nieuwe Mino Raiola te worden. ‘Het gaat om de speler, niet om de zaakwaarnemer. Dat leer je heel goed als het je broer betreft. Hij kreeg een goed bod uit Frankrijk, kon naar een topclub om daar voor een  mooi salaris te spelen. Een andere zaakwaarnemer had waarschijnlijk gezegd: moet je doen. Jerry wil liever in Duitsland spelen, of anders naar Spanje. Dus heb ik gezegd dat hij het juist niet moest doen. We hebben een sterke band, dus dan duw je hem geen kant op die het beste is voor jou als zaakwaarnemer. Ik wil vanuit het perspectief van de speler en zijn carrière denken. Dat vind ik belangrijk.’

‘Nederland is niet echt voetbalgek’

In 2022 komt het EK zaalvoetbal dus naar Nederland. Als de redacteur opmerkt dat het vreemd is dat een ‘voetbalgek’ land als Nederland het daar opvallend weinig over heeft, grijpt St. Juste gelijk in. ‘Ik vind Nederland niet echt voetbalgek hoor’, zegt hij. ‘Dat valt echt tegen. Helemaal als je de beleving in andere landen ziet. De manier van sport beleven is heel anders. Sporters worden daar als sporters behandeld, en zij leven daar ook naar. Stadions zitten er voller, de sfeer is beter en de spelopvatting is heel anders. Iedereen wil er het spel maken, iedereen wil druk zetten en iedereen wil afjagen. Duitsland is heel vooruitstrevend, ze hebben daar echt de juiste mentaliteit. In dat opzicht is Nederland helemaal niet zo voetbalgek.’

St. Juste zelf is op zeker wél voetbalgek te noemen. Hij ziet zichzelf nog jaren op niveau in de Eredivisie spelen. ‘Ik ben best een streber, wil altijd het beste. Ook als ik trainingspartijtjes met vrienden speel, gaat het er fanatiek aan toe. Ik heb dat fanatisme nodig en verwacht het straks ook van mijn medespelers. Ik kan er niet tegen als anderen niet dezelfde intensiteit in een wedstrijd leggen als ik. Vandaar dat ik, als ik nu moest kiezen, geen trainer zou willen worden. Ik denk dat ik me dan vooral erger.’