Steeds minder gezoem

column-cees-schorpioenvlieg

In onze tuin volg ik al jaren wat er zoal rondvliegt aan insecten. En steeds weer merk ik dat het jaar in, jaar uit minder en minder wordt, niet alleen qua aantal soorten, maar ook qua aantallen van individuele soorten. Neem nou de Gewone schorpioenvlieg die u hierboven op de foto van Bertus van der Velde ziet afgebeeld. Die zie ik anders zeer geregeld in onze tuin, maar dit jaar nog niet eens één keer.

Het is trouwens een interessant beestje waarvan het mannetje er best vervaarlijk uitziet met zijn omhooggerichte achterlijf. De naam ’schorpioenvlieg’ is dan ook goed gekozen vanwege de gelijkenis met de schorpioen. Maar anders dan de schorpioen is hij totaal niet gevaarlijk en dient de tang slechts voor gebruik bij de paring. Echte schorpioenen hebben de naam gevaarlijk te zijn, omdat zij wel gemeen kunnen steken. Het zal echter maar hoogst zelden gebeuren dat een mens erdoor overlijdt. Kenmerkend voor schorpioenvliegen (30 soorten in Europa, ruim 400 wereldwijd) is de snuitvormige verlenging van de kop, dat goed is te zien op de foto. Ze leven van dood, dierlijk materiaal, maar ook fruit staat op het menu.

Wat ik dit jaar ook mis zijn bijvoorbeeld van die minibijtjes die bij ons op de bloeiende Venkel afkwamen. En dat in het jaar dat vooral bijen in de belangstelling staan, o.a. middels het project ’Heel Drenthe zoemt’. Zelfs de gemeente Noordenveld pikte dit op en heeft informatie op haar website geplaatst. Daar kunt u lezen dat bijen onmisbaar zijn voor de voedselproductie, maar ook dat het knap beroerd gaat met de Nederlandse wilde bijen. Van de eerst ruim 300 soorten zijn er al 35 verdwenen en meer dan 80 soorten worden sterk bedreigd. De oorzaken worden ook genoemd: Gebrek aan voedsel (nectar), weinig nestgelegenheid en vooral de effecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn desastreus.

Of het tij nog ten goede kan worden gekeerd valt te betwijfelen want de ’modernisering’ van de landbouwsector lijkt niet te stoppen. Maar als er winst valt te behalen en de gemeente wil het goede voorbeeld geven, dan moet je er iets mee doen. Dat laatste moet Alex van der Kloet uit Nietap hebben gedacht en kwam met een voorstel dat wel warm werd onthaald door de projectleider Terheijl, maar niet door de beheertechnicus openbare werken van de gemeente. Alex had voorgesteld een perceeltje achter zijn huis met akkerbloemen in te zaaien ten faveure van alles wat zoemt en fladdert. Dat paste daar niet was de stelling, want daar bleef na een jaar toch niets van over. Er moest hooilandbeheer plaatsvinden, 2 x per jaar maaien en afvoeren en dan kreeg je een flora die er thuishoort, van boterbloem tot zuring. Alsof we hier gebrek hebben aan Scherpe boterbloem en Veldzuring!

Overigens constateerde Alex dat er niet werd gemaaid, maar gehakseld en dat materiaal werd niet afgevoerd. ”Hoezo hooilandbeheer” wilde Alex nog weten en kreeg vervolgens een Dorknoper-antwoord. ”In deze zaak had je wel meer compassie mogen tonen Ben” dacht ik, maar weet zo langzamerhand wel hoe de hazen op het gemeentehuis lopen. In een gemeente waar het vooral om boeren- en zakenbelangen gaat is er kennelijk weinig waardering voor goedbedoelde burgerinitiatieven. En met alleen het enthousiasme van de andere ambtenaar kom je er ook niet. Haar had ik al eens vragen gesteld over haar inbreng (en die van anderen) ten goede van de natuur, want als (groene) beleidsmedewerker wil je op dat terrein toch iets bereiken? Een antwoord volgde niet eens.

Toch nog even iets positiefs als afsluiting. Van Anneke Frankena (Karlingakkers, Peize) kreeg ik een bericht dat haar oprit, en die ernaast van buurman Luuk Bathoorn, vol zat met hoopjes zand van door insecten gegraven nestgangetjes. Het waren er zomaar een paar honderd en ik zag er de Pluimvoetbij en de Gewone graafbijendoder (een graafwespje). Zij zien in de op het zuiden gelegen, iets aflopende oprit een natuurlijke habitat. Toch mooi dat op de plek waar je woont zoveel wilde bijen en graafwespen een plaatsje vinden. Luuk vindt het wel een beetje een rommeltje al die hoopjes, maar heeft diep respect voor ze, omdat ze na een dikke bui in no-time de dicht gespoelde gangetjes weer open maken.