Steeds minder

column-cees-blauwe-reiger

Van Bertus van der Velde uit Eelde ontving ik de foto van de Blauwe reiger die u hierboven ziet afgebeeld. Hij maakte deze vorige week in De Braak (Paterswolde) en merkte er bij op dat er sprake is van een stuk of 8 nesten en, zolang hij zich kan herinneren, dat ze hier altijd al broeden. Een andere kolonie noemde hij ook, namelijk Nienoord bij Leek. Beide locaties zijn mij van vroeger ook bekend, zeker die van De Braak, en ook dat daar toen veel meer reigers broedden dan nu.

In de atlas ’Vogels van Drenthe’ uit 1982 lees ik dat van De Braak gegevens bekend zijn vanaf 1921. Toen, en enkele jaren erna, werden er 5 – 7 paar geteld. Daarna kwamen er betere tijden met een toename tot 50 paar in 1930; 90 paar in 1943 en 1949 en zelfs circa 180 paar in 1952. Dat was zo’n beetje de tijd dat ik als klein jongetje wel eens in De Braak kwam voor enig vertier. Dat het er toen zoveel waren wist ik uiteraard niet, maar wel dat het er veel meer waren dan nu. Na dat hoogtepunt volgde een geleidelijke afname, hoewel tot 1975 het aantal paren nog altijd (ruim) boven de 50 was. Daarna ging het aantal echter vrij rap terug. Tussendoor zijn er jaren geweest dat de populatie als gevolg van strenge winters klappen kreeg, zoals in de winter van 1962-63. Als gevolg hiervan liep de populatie in Nederland met pakweg 45% terug. Een gunstig bijeffect had het wel, want in 1963 kwam het besluit dat de Blauwe reiger in het vervolg volledig werd beschermd.

Voor die tijd was er sprake van vervolging. Vogels die -al dan niet vermeende- schade veroorzaakten konden soms rekenen op meedogenloze vervolging. In Roden is ook sprake geweest van een reigerkolonie die in de jaren ’40 van de vorige eeuw op het peil van ongeveer 25 nesten werd gehouden door de ’overtollige’ reigers af te schieten. Na het jaar dat volledige bescherming intrad werden af en toe nog excessen gemeld, zoals in 1972 toen in Frederiksoord dwars door de nesten werd geschoten. Het is een kwalijke handeling die heden ten dage veel roofvolgels nog steeds ten deel valt. Dat de Blauwe reiger een kwalijke reputatie genoot heeft alles te maken met zijn voorkeur voor vis. Er staat weliswaar veel meer op zijn menu, muizen, ratten, kikkers, (kleine) vogels, insecten als sprinkhanen en zelfs (ring)slangen worden niet versmaad, maar het liefst heeft hij toch een vis en als het kan van een redelijk formaat (circa 15 cm). Soms is het oog groter dan de maag, want Bertus stuurde me een keer een foto van een reiger die een Zeelt had gesnapt, maar die was zo groot dat hij hem niet naar binnen kon werken.

In de atlas ’Vogels van Groningen’ uit 1983 wordt tevens ingegaan op de vervolging van reigers: ”Tot ongeveer 1920 werd door de ’Vereeniging voor Zoetwatervisscherij” voor elke reigerkop een kwartje betaald waardoor jaarlijks circa 300 koppen ingeleverd werden. Daarnaast werden tot het begin van de eeuw (1900) volwassen reigers, maar vooral nestjongen wel voor consumptie verzameld”. In deze atlas komt de kolonie van Nienoord pas in beeld op een kaartje dat de situatie van 1960 – 1980 in beeld brengt. Op een kaartje dat de situatie van 1900 – 1935 schetst ontbreekt deze kolonie, net als drie andere (kleinere) kolonies in het Zuidelijk Westerkwartier. Nienoord werd met een zwart vierkantje afgebeeld en dat stond voor gemiddeld 50 of meer nesten. Die zijn er nu bij lange na niet meer en wat er van die andere kolonies over is (Coendersborg bij Nuis?) weet ik niet. Wat ik ook niet weet is hoe men (in de Marne) op de naam Nittert voor de Blauwe reiger komt. Als Groninger weet ik uiteraard dat een reiger ’raaiger’ wordt genoemd en ook wel ’oalraaiger’, maar de herkomst van Nittert is mij onbekend.

De populatie van de Blauwe reiger is in Nederland tamelijk stabiel te noemen, zo rond de 10.000 paar. Nederland is sowieso het land met de grootste populatiedichtheid in Europa (en daarbuiten). In een waterland als de onze hoef je daarover niet verbaasd te zijn. De enorm grote kolonies van weleer, met meer dan duizend paar, is verleden tijd, maar er zijn nog vele met (veel) meer dan 100 broedparen. Het aantal kolonies in wel een stuk minder dan vroeger.