Sterkhouders FC Groningen bezorgen directie duivels dilemma

GRONINGEN – FC Groningen doet het dit seizoen uitstekend en dat is niet in de laatste plaats te danken aan Sergio Padt, Ko Itakura, Gabriel Gudmundsson en Azor Matusiwa. Dat Padt aan het einde van het seizoen vertrekt, is inmiddels bekend en dat Itakura niet in Groningen blijft, lijkt ook vrijwel zeker. De andere sterkhouders genieten ook behoorlijk wat belangstelling van andere clubs en in dat rijtje kan ook de naam van Tomas Suslov gezet worden, die zich de laatste weken sterk ontwikkeld heeft. Wil FC Groningen volgend seizoen mee blijven doen in het linkerrijtje is het van belang om niet alle sterkhouders zomaar te laten gaan. Echter zullen bepaalde spelers niet te houden zijn als er behoorlijk wat geld geboden wordt. De directie van FC Groningen kan daardoor wel eens voor een duivels dilemma komen te staan.

Het is niet vreemd dat bovengenoemde sterkhouders op veel belangstelling van andere clubs kunnen rekenen. Zij zijn al wekenlang de drijvende kracht in het elftal van Buijs en zijn tevens verantwoordelijk voor de positie waar FC Groningen nu staat. Als Nederlandse topclubs of buitenlandse ploegen zich deze zomer bij de Trots van het Noorden melden, zou het maar zo kunnen dat technisch directeur Mark-Jan Fledderus ze allemaal laat gaan en dat is ook zo wonderlijk niet. Door het geld dat met de transfers kan worden opgestreken, kan Fledderus jonge, goedkopere spelers halen. Bij FC Groningen kunnen de jonge jongens worden opgeleid, om ze vervolgens weer voor een aanzienlijk hoger bedrag te verkopen.

Echter is het wel de vraag of het verkopen van deze sterkhouders verstandig is op sportief vlak. FC Groningen spreekt in haar beleidsplan over ‘de Europese droom’. Deze Europese droom wil het mede behalen met een eerste selectie van 22 spelers, waarbij de club gelooft in een mix van ervaring, kwaliteit, talent en transferwaarde. FC Groningen bouwt hiermee aan een nieuwe generatie voetbalhelden. In datzelfde beleidsplan staat ook dat FC Groningen structureel wil concurreren met clubs uit de subtop van de Eredivisie. Zonder ervaren spelers in de selectie is het echter ontzettend lastig om tot deze subtop te behoren. Als je elk seizoen je beste spelers blijft verkopen, is de kans ook groot dat je als club niet verder vooruit komt.

De directie van FC Groningen moet dus een weloverwogen keus maken over de verkoop van de beste spelers van de club. Als je drie sterkhouders hebt, moet je er wellicht voor kiezen om maar één hiervan te verkopen. Een selectie met alleen maar jonge spelers brengt namelijk ook risico’s met zich mee. Het kan op die manier namelijk zomaar een keer misgaan, zoals ook FC Twente al eens overkwam. FC Groningen zelf heeft in het seizoen 2018-2019 ook al eens ervaren hoe het is om het seizoen te beginnen met een hele jonge selectie. In het eerste jaar van Buijs bungelde de Trots van het Noorden een groot deel van de eerste seizoenshelft onderaan de ranglijst, waarna in de winterstop werd ingegrepen door het aantrekken van een aantal ervaren spelers. Mede daardoor eindigde de club destijds toch nog knap in het linkerrijtje.

Het is vrij logisch dat de club in dubio zit over de verkoop van de sterkhouders en het is afwachten welke kant het straks op gaat. Het is in ieder geval zeker dat FC Groningen volgend seizoen over ten minste één ervaren speler beschikt, aangezien Michael de Leeuw transfervrij overkomt van FC Emmen. Die ervaring kan de Trots van het Noorden goed gebruiken. De FC doet er verstandig aan om in ieder geval twee van de sterkhouders bij FC Groningen te houden en daaromheen op zoek te gaan naar jonge spelers. Op die manier houd FC Groningen zich op alle vlakken aan het eigen beleid.