Tellen

column-cees-gaai

Puur Natuur

Het zal u wel zijn opgevallen dat hier vaak getallen worden genoemd. Bijvoorbeeld getallen van het aantal broedvogels van een bepaalde soort in Nederland. Maar ook het aantal waargenomen vogels op één dag, of van soorten paddenstoelen, planten of vlinders. Meestal betreft het een bepaald gebied waar wordt geïnventariseerd. Vaak is dat onderdeel van een lopend onderzoek, want: Meten is weten. Hoe langer de reeks jaren, des te meer je aan de weet komt.

Met dat tellen, van vogels, begon ik al op jonge leeftijd. Alle waargenomen vogels werden genoteerd in een logboek en daarmee ben ik doorgegaan tot 1994. Daarna vond ik het welletjes en dat had tevens te maken met het feit dat er toentertijd steeds meer vogelaars kwamen die zich er mee bezighielden. Mijn inbreng deed er minder toe. Een enkele keer pak ik het logboek er nog wel eens bij om mensen verslag te doen van memorabele dagen. Zo’n dag was bijvoorbeeld 21 oktober 1971 toen we met de NJN-afdeling Frederiksoord enkele dagen bivakkeerden op Schiermonnikoog. Op het strand was ter hoogte van paal 6 een uitkijkpunt van waaraf we over de zee konden gluren. Het was ons opgevallen dat er nogal wat trek was in westelijke richting en daarom besloten we dat een tijdlang te gaan volgen. Alle vogels werden genoteerd en bij bijzondere vogels, zoals de Grauwe pijlstormvogel, ook de tijd. Dat was in die tijd een dwaalgast en dus zelden waargenomen. We konden onze ogen dan ook nauwelijks geloven dat er zomaar twee voorbij kwamen.

Van de Jan van Gent zagen we 78 exemplaren, Roodhalsfuut 4, Noordse pijlstormvogel 1, Noordse stormvogel 3, Dwergmeeuw 5, Drieteenmeeuw 461, Grote mantelmeeuw ca. 650, Stormmeeuw ca. 700, Paarse strandloper 3, Drieteenstrandloper 282 en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. De boekhouder had het er maar razend druk mee en kwam zelf nauwelijks aan kijken toe. We hielden het vol van 13.00 uur, toen we de eerste Grote jager zagen, tot 15.10 uur toen we de laatste noteerden. Gemiddeld kwam er één per 5 minuten langs, want in totaal zagen we 24 exemplaren. Daarnaast waren er waarnemingen van de Middelste jager (4) en tussendoor vloog ook nog een Kleine jager voorbij. Misschien zijn we gestopt met tellen omdat we het koud kregen, maar wellicht nam na 15.00 uur de vogeltrek af. Tegenwoordig worden dit soort tellingen vanaf vaste posten zeer regelmatig gehouden en dat levert een schat aan gegevens op. Een paar weken geleden zag ik nog een groepje lieden op matjes in de luwte van een windmolen in de haven van Lauwersoog zitten. Dat houden ze urenlang vol, misschien wel een hele dag. Daar ben ik te oud voor en bovendien te kleumerig.

Zitten, achter de geraniums, kan altijd nog wanneer ik stokoud ben. Wat dat betreft ben ik het eens met de stelling: ”Zitten maakt ziek” van Henk Hendriks in zijn Minikul van vorige week in dit blad. ”Sta op en wandel” was zijn credo en daar houd ik me graag aan. Maar soms ontkom je er niet aan dat je moet zitten, bijvoorbeeld bij de tuinvogeltelling van IVN Roden in januari. Dat kun je trouwens af en toe doen zonder al te veel verplichtingen. Wellicht krijg je dan een Gaai (foto: Pia Zomer) aan je pindanetje. Informatie over de telling krijg je door een mailtje te sturen aan ivnroden@hetnet.nl. Zelf struin ik straks graag weer bij het krieken van de dag door De Onlanden om daar de broedvogels vanaf maart tot begin juli te inventariseren. Onlangs zijn op de website van De Onlanden de resultaten van de broedvogeltelling van 2015 gepubliceerd. Dat is interessante kost om te lezen. Net als in 2014 hebben daar weer liefst 100 soorten vogels gebroed. Die 100 is trouwens weer zo’n magisch getal waar ik iets mee heb. Bij een rondje door het Lauwersmeergebied kun je op een goede dag namelijk meer dan 100 vogelsoorten scoren.