Tentoonstelling Kanaalstraatverhalen vertelt over vijf jaar onvrijheid

‘Alles wat grijs was spatte uiteen in zwart en wit’

RODEN – ‘Het begon allemaal met amateurhistoricus Jan Aukema. Hij werd geboren in de Kanaalstraat in Roden. Jaren geleden vroeg ik hem eens wat er hier allemaal gebeurd was. We zijn samen door de Kanaalstraat gaan lopen en hij wist bij bijna elk huis een verhaal te vertellen. Ik dacht: maar dit is de oorlog in een notendop!

Elly van Pagée van de Stichting Herdenken Noordenveld, wijst naar de panelen die elk een verhaal vertellen. Ze hangen in de expositieruimte van K38 en zijn onderdeel van de tentoonstelling Kanaalstraatverhalen, die afgelopen vrijdag geopend werd. ‘Kijk, het ging heel geleidelijk. Het was aan het eind van de dertiger jaren. Roden was een boerendorp, de verhoudingen onderling waren op zich prima. En toen gingen sommigen van hen bij de NSB. Maar dat was in die tijd nog niet zo’n heel groot ding. Er was een heel fanatieke veearts, Luitjens. Hij maakte veel mensen lid van de NSB. Hitler had het voor de boeren wel goed voor elkaar, hij beloofde dat ze het beter zouden krijgen en dat de boerenstand een betere naam zou krijgen.’ Van grote Jodenvervolgingen was niet veel kennis. ‘Er verdwenen wel eens mensen, maar die werden op transport gezet en verder hoorde men er niks van. En er werden communisten opgepakt, dat vond men niet zo erg. Alles ging gewoon zoals het ging. Mensen hadden wel verschillende denkbeelden, maar dat werd min of meer geaccepteerd.’
Dat veranderde allemaal toen op 3 mei 1943 de grote melkstaking uitbrak. ‘Alle Nederlandse soldaten die in 1940 in dienst waren moesten zich in melden om in Duitsland te gaan werken. Wie weigerde kwam voor de krijgsraad. Dat zorgde voor veel boosheid en overal stakingen. Op 3 mei 1943 werd er volop gestaakt. Drie Rodenaren werden doodgeschoten. Dit maakte dat de weerzin tegen de Duitsers erg groeide. Of, zoals Jan Auwema het verwoordde: alles wat grijs was spatte uiteen in zwart en wit.’
De verhalen over de Kanaalstraat bleven sudderen in Elly’s hoofd. Twee jaar geleden zou de tentoonstelling al plaatsvinden, maar dat ging door corna-maatregelen niet door.

Maxelant Harmsze was zelf vluchteling in de oorlog. Het paneel dat ze maakte door middel van een collage heeft twee zijden; een over de Tweede Wereldoorlog en de andere over Oekraïne. Ze wijst op een deel van het paneel. ‘Hier zie je een tekst uit een reisgidsje. Je ziet hier dat halverwege de pagina de tekst opeens in die gotische letters gedrukt is. En dan staat er ook al iets over “grote, blonde Germaanse types” en “een klein, bruinharig slag mensen.” En we horen Baudet nu dingen zeggen over een ‘boreale’ mensensoort. Mijn onderwerp is dan ook: Niet wéér hè?’
Elly legt uit hoe de tentoonstelling werkt. ‘Op deze plattegrond zie je de Kanaalstraat. De huisnummers corresponderen met de nummers op de panelen. Zo zie je welke geschiedenis bij welk huis hoort. Op de panelen zie je ook een QR-code. Als je die scant, zie je een filmpje of hoor je een podcast over het onderwerp.’

De kunstwerken die in de ruimte hangen hoeven nauwelijks uitgelegd te worden. Ze ademen duisternis en hoop, brokstukken en heling. Steeds weer met hoop op het eind. Dat is ook wat Mariet Schedler wilde laten zien, toen ze door de Stichting Herdenken Noordenveld werd gevraagd een monument te maken. ‘Aanvankelijk was het plan om Stolpersteine (struikelstenen) te plaatsen, maar we wilden toch liever een monument,’ vertelt Elly van Pagée.
‘En kraanvogels vertrekken en komen weer terug,’ vult Mariet aan. Daarom heb ik voor kraanvogels gekomen.’ Het monument wordt 22 mei onthuld, voor de Kanaalstraatverhalen maakte Mariet panelen met kraanvogels.

Naast de verhalen op de panelen, is er kunst te zien van de kunstenaars Henk van Donk, Marleen van Engelen, Maxelant Harmsze, Sonja Leutholff, Ansje van den Muyzenberg en Mariet Schedler. Te zien tot en met 8 mei 2022, woensdag tot en met zondag van 13.00 tot 17.00 in het Kunstencentrum K38.