Tjerkje neemt na 44 jaar afscheid van de bieb

‘De vrouw van de bieb’ gaat genieten van Texel

RODEN – Nog een paar dagen en dan zit het erop. Tjerkje de Vries, al 44 jaar bibliothecaresse, neemt aanstaande vrijdag afscheid van de bieb in Roden. Na meer dan vier decennia zit het erop voor de geboren Zuidlaarder. ‘De vrouw van de bieb’ zoals ze op straat vaak genoemd werd, vindt het mooi geweest. ‘Het is klaar. Met een beetje geluk kan ik nu nog 44 jaar iets anders gaan doen.’

Het is donderdagochtend, half tien. Officieel is de bieb nog niet open, pas om elf uur gaan de deuren open. Toch is er al volk. Dames tikken vrolijk met breinaalden tegen elkaar. ‘Het breicafé’, duidt Tjerkje. ‘Iedere donderdagochtend.’ Het geeft maar eens aan dat de bieb veel meer is dan een plaats waar je boeken kan lenen. ‘Lezen, informeren, ontmoeting, debat, spreekuren… Het hoort er tegenwoordig allemaal bij. Het takenpakket van de bieb is steeds breder geworden.’

Het is een raar gevoel, zo geeft Tjerkje even later aan. Het idee dat zij binnen enkele dagen niet meer werkzaam is bij de bieb. Ze is 61 jaar en werkte vanaf haar zeventiende in de bieb. ‘Ik was klaar met school, had er geen zin meer in. Eigenlijk wilde ik bij de politie, maar destijds moest je daarvoor nog een bepaalde lengte hebben’, herinnert Tjerkje zich. Haar geringe lengte (ze is 1.59 meter) gooide dus roet in het eten. En ook het leger werd niets. ‘Ik had blijkbaar iets met uniformen. Maar ja, mijn lengte hè.’

En dus moest Tjerkje wat anders zochten. Als trouwe lezer koos ze uiteindelijk voor een baantje in de bieb van Zuidlaren. ‘Op 1 december 1973 meldde ik mij daar. “We zijn nog niet open”, werd mij toen verteld. Toen ik zei dat ik kwam voor een sollicitatiegesprek, werd ik zowat naar binnen gesleurd. Ik kon meteen boeken op alfabet gaan zetten.’

Haar werkgebied beperkte zich niet alleen tot Zuidlaren. Zo werkte ze ook in Peize, Roden en op de biebcentrale in Assen. ‘Dat was nogal een gereis, want ik had geen rijbewijs. En ik had een strenge baas, waardoor ik niet vijf minuten eerder weg kon om de bus te halen. Destijds had ik nog niet zo’n grote mond, zodat ik hier iets van durfde te zeggen. Later werd dat wel anders.’

Tjerkje maakte de intrede van de computer mee en zat zelfs in de zogeheten ‘Koppelploeg’. Deze ploeg struinde bibliotheken af om de digitalisering op gang te helpen. ‘Er waren veel aanloopproblemen en dat leverde ook veel weerstand op. “Waarom moeten we digitaal? Het gaat toch goed zo?”. Maar als bieb moet je nieuwe dingen blijven doen, daar ben ik in al die jaren wel achter gekomen. Tegenwoordig is de computer niet meer weg te denken uit de bieb. Maar ik geloof er niet in dat er op den duur een volautomatische bieb zal zijn. Er zal, zeker in zo’n bieb als Roden, altijd een professional aanwezig moeten zijn.’

In 1980 verhuisde Tjerkje naar Roden. ‘Mijn partner werkte hier tot 2005 en ik kwam hier in ’76 al werken. Tot op een aantal jaar geleden bleef ik nog steeds veel rondreizen tussen verschillende bibliotheken. In 2015 vond er een reorganisatie plaats en moest ik – voor het eerst in 40 jaar – weer solliciteren. Dat was heel spannend en ik was blij dat ik weer werd aangenomen. Daarbij kwam dat ik sindsdien vooral nog in de bieb van Roden kon werken.’

De functie van bibliothecaresse veranderde in de term ‘frontofficemedewerker’. ‘Ach ja, zo gaat dat tegenwoordig. Dan krijgt het een andere naam. Al is dat misschien ook niet zo raar, want er zijn meer taken bijgekomen. In Zuidlaren was de bieb er nog puur voor het uitlenen van boeken. Dat werd later heel anders. Uitlenen is nog steeds belangrijk, maar niet meer nummer één.’

Dat Tjerkje nu stopt, heeft niets te maken met haar liefde voor het vak. ‘Ik heb hier nooit somber voor de deur gestaan en ben altijd met plezier aan het werk gegaan. Maar vorig jaar was het even op, waardoor ik er een tijdje uit was. Ik ben nu nog niet helemaal de oude Tjerkje, maar ik ben op de weg terug. En geloof me: ik ga nog steeds met veel plezier naar m’n werk. Het kost alleen energie.’

‘Of ik denk dat afscheid nemen zo makkelijk zal zijn? Nee, maar ik ben er gewoon aan toe. Ik zal vast nog een keer denken: heb ik dit wel vertelt? Heb ik het wel goed overgedragen? Dat is nu mijn belangrijkste punt. Ik wil alles goed overdragen voor ik weg ben. Ik heb een briefje naast m’n bed voor wanneer me iets te binnen schiet. Even voor de duidelijkheid: het gaat zonder mij ook gewoon door. Maar ik wil het goed achterlaten. Mijn collega’s pakken het verder op. Dat zijn goede mensen, leuke mensen ook. We hebben een heel leuk team.’

Een groots afscheid verwacht ze verder niet. ‘Toen ik veertig jaar bij de bieb zat, mocht ik een ritje maken op een vrachtwagen van Jumbo. Dat was fantastisch. En ik heb zelfs al een miniatuur standbeeldje gekregen. Doe mij vrijdag maar een gezellig, informeel afscheid. Ik hoef geen dikke cadeaus te krijgen.’

Maar wat gaat Tjerkje nu doen? ‘Ik denk dat we veel naar Texel zullen gaan. Daar zijn we verslaafd aan. Een prachtig eiland, waar je alles hebt. Lekker genieten. Thuis heb ik nog een digitale camera, waarmee ik aan de gang kan.’ Desondanks maakt Tjerkje zich geen illusies. ‘Ik zal voor velen “de vrouw van de bieb” blijven. Datzelfde geldt voor mijn partner, die nu al bijna vijftien jaar gestopt is. Maar dat krijg je in een dorp hè. Dan ben je de vrouw van de bieb. Ach ja, ik vind het niet erg. Ik heb een fantastische tijd gehad. En ik heb het lang vol gehouden. 44 jaar. Kun je nagaan. Ik ben haast een fossiel in die zin, haha.’