Toen ik voor het eerst het geluid van een cello hoorde was ik verkocht





Marit Broekroelofs Margaretha Consort

Marit Broekroelofs is artistiek leider van het Margaretha Consort. Muziek is altijd een belangrijk deel van haar leven geweest en dat begon al vroeg. ‘Als kind mocht ik op AMV-les, algemene muzikale vorming. Ik mocht toen een instrument kiezen en koos een hobo. Maar ik was klein en tenger en een hobo is dat niet,’ lacht ze. ‘Dus dat werd hem niet.’
Dat de hobo op dat moment niet geschikt was, zat hem vooral in de longinhoud. ‘Ik was toen tien en zou nog minstens twee jaar moeten groeien. Dus koos ik een cello. Om het simpele feit dat mijn buurmeisje er een had. Ik had er nog nooit een gehoord, maar ik zag mezelf al helemaal met zo’n koffer door het dorp lopen. Op de eerste les mochten we een cello vasthouden en een beetje op de snaren tokkelen. Toen kwam mijn buurmeisje binnen en zij streek de A snaar aan. En dat geluid kwam enorm binnen. Vanaf dat moment was de hobo uit beeld. Ik vind het nog steeds een prachtig instrument, maar doe er zelf niks mee.’
Hoewel Marit het Conservatorium heeft gedaan, was dat geen logische stap. ‘Mijn ouders waren daar niet zo voor. Ze speelden wat mijn toekomst betreft graag op safe, en wilden dat ik vastigheid zou hebben. Dus deed ik een secretaresseopleiding. Dat was niks voor mij, maar ik heb toch een paar jaar als secretaresse gewerkt. Toen de kinderen kwamen stopte ik met werken. Dat wil zeggen, ik deed van alles op vrijwilligersgebied, maar ik had geen vaste baan. Ik heb me overigens altijd met muziek beziggehouden en speelde ook heel regelmatig.’
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en uiteindelijk koos Marit ervoor om het Conservatorium te gaan doen. ‘Na het zesde kind vond ik het tijd worden,’ grinnikt ze, ‘ik kon meteen instromen op het Conservatorium in Zwolle, in de avonduren. Ik was euforisch. En dat gevoel bleef de hele opleiding hangen. Ik vond het geweldig.’
In 2009 richtte Marit het Margaretha Consort op. ‘We spelen met name oude muziek, uit de eerste helft van de 17e eeuw. Dat is echt een niche. Onze voorkeur gaat uit naar de Noord-Duitse school, muziek van de componist Pretorius tot Bach.’
Marit begint te stralen als ze vertelt waarom deze muziek haar zo aanspreekt. ‘Het is de worsteling die je hoort. Kijk, in de renaissance moest kerkmuziek vooral hemels klinken. De liturgische teksten stonden vast en men componeerde daar zo mooi mogelijke muziek bij. Maar toen kwamen er pioniers zoals Monteverdi in Italië, die vonden dat je eigenlijk muziek moest maken die bij de tekst past. Als je het muziekstuk Lente van Vivaldi neemt, waarin je duidelijk de vlinders hoort fladderen, dat had nooit gemaakt kunnen worden zonder deze stroming. Je hoort ook leed; componist Weckmann bijvoorbeeld, maakte de oorlog mee en verloor zijn vrouw, twee kindertjes en veel vrienden aan de pest. Dat leed hoor je terug in zijn muziek en ik krijg daar kippenvel van, dat raakt me enorm. Deze overgang van renaissance naar barok is wat mij zo aanspreekt.’
Het Margaretha Consort speelt ensemblestukken, er zijn dan ook acht zangers bij betrokken. ‘We zingen niet zozeer met een koor. Ik vind het mooi dat je acht stemmen hoort, ook als alle acht zangers tegelijk zingen. Daarvoor heb je acht solisten nodig. Dat betekent dat ensemble-zingen anders is dan koor-zingen. Iedereen doet zijn ding en hoewel je verschillende stemmen hoort, krijg je toch een homogeniteit.’
Het Consort treedt regelmatig in de Margarethakerk in Norg op, daar komt ook de naam vandaan. Meer optredens zijn te vinden op margarethaconsort.nl