Tolberter wil direct rookiekampioen worden tijdens Molenaarcup

Lars ter Veld maakt debuut als motorracer

TOLBERT – De veertienjarige Lars ter Veld staat voor zijn debuut in het motorracen. Aanstaande zondag, 12 juli, rijdt hij zijn eerste race in de Molenaarcup. De ambitieuze Tolberter laat er geen gras over groeien en steekt zijn ambitie niet onder stoelen of banken. ‘Ik wil rookiekampioen worden’, klinkt het stellig.

Aan tafel met vader Jelmer verschijnt er een ondeugende glimlach op het gezicht van Lars. Dat de jongeling er zin in heeft, moge duidelijk zijn. ‘Zo’n vijf à zes jaar geleden is hij begonnen met motorrijden’, zegt Jelmer. ‘Dat begon op de minibike. Eerst een paar keer rijden, dan wat vaker en zo bouwt dat langzaam op. Nu vinden we het tijd voor de volgende stap, racen tegen leeftijdsgenoten.’

Dat gebeurt dus aanstaande zondag voor het eerst. De zaterdag ervoor staat er eerst nog een training gepland. ‘Als we kijken naar zijn trainingen, dan vermoeden we dat hij straks aardig mee kan komen’, zegt Jelmer. ‘Hij is een potentieel rookiekampioen.’ Lars zelf verwacht er dan ook veel van. ‘Ik heb gezegd dat ik rookiekampioen wil worden. Daar ga ik dan ook voor.’

Samen met zijn vader trekt Lars op. ‘Wij vormen het hele team’, lacht Lars. ‘En we worden gesteund door sponsoren uit de regio.’ Volgens Jelmer is het benaderen van die sponsoren een leerproces op zich geweest. ‘Lars is van nature een beetje bleu, maar als je sponsoren benadert, moet je toch uit je schulp kruipen. Daar leer je alleen maar van.’

Het eerste seizoen als motorracer al sowieso een leerproces worden. De Molenaarcup is een competitie voor rijders van tien tot en met veertien jaar oud. Er wordt geracet op 100cc-motoren, die een maximale 110 kilometer per uur kunnen halen. ‘Maar wij rijden op circuits met veel bochtenwerk, waardoor je die snelheid eigenlijk nooit haalt’, zegt Lars. Omdat de motoren worden geleverd door Molenaar, is er geen onderscheid in het materiaal. ‘Het komt puur aan op de vaardigheden van de rijders zelf’, zegt Jelmer. ‘Het is dus niet zo dat degene met het meeste geld, al gauw meer kans maakt. Al hebben die vaak meer trainingsmogelijkheden. Wij kennen rijders die nu een weekje in Spanje zitten om zich voor te bereiden.’

Lars is serieus over zijn sport, wil misschien zelfs stoppen met voetballen bij VEV ’67, maar weet ook dat er geen duizenden euro’s in het motorrijden kunnen gaan zitten. Dankzij de steun van zijn sponsoren is het gelukkig behapbaar en is het nu mogelijk om te debuteren in de Molenaarcup. Vader Jelmer, ook een liefhebber van motoren, ziet het als een mooie uitdaging voor zijn zoon. ‘Zelf heb ik nooit wedstrijden gereden. Wel heb ik al sinds mijn negentiende mijn motorrijbewijs en mag ik graag rijden. De motorsport is duur, dus als je het wil moet je er ook echt voor gaan. Tot nu toe hebben we gewacht, maar we zien dat Lars serieus is. Dan moet je keuzes maken. Dit jaar mag hij debuteren.’

‘Het is gaaf om te zien hoe Lars ermee bezig is’, vervolgt Jelmer. ‘Hij pakt het serieus op. En dan begint het bij mij ook spontaan te kriebelen.’ Dit jaar rijdt Lars zeven wedstrijden op het circuit in Assen. Verder reed Lars al in Lelystad en Staphorst. De scholier van het Gomaruscollege in Gronignen, alwaar Lars VMBO-tl doet, gaat vol voor zijn sport. ‘Mijn vader vond dat ik daarom zelf achter sponsoren aan moest.’

Omdat Lars op kleine circuits rijdt, verwacht hij tijdens de wedstrijden ‘veel gooi- en smijtwerk’. Na de Molenaarcup gaat Lars verder in de 125cc klasse. ‘Daar kijk ik naar uit. Ik heb al wat gereden op de 125cc motor die wij hebben. Dat ging eigenlijk heel goed.’

Ambities te over bij Lars, die – als het aan hem ligt – aan het eind van dit seizoen het rookieklassement op zijn naam heeft geschreven. In de tuin van zijn ouderlijk huis poseert hij, samen met zijn vader, bij zijn motor. Lars staat te popelen om zijn motorkunsten te laten zien.