Tour de Noordenveld (4)

image

RODEN – Nederland is fietsland. En dus beklimmen Jan, Stephan, Martin, Jan, nog een Jan, Klaas, Leo en Fokke uit Roden niet zelden hun racefiets. Veelal op zondagmorgen. Om de stramme spiertjes los te gooien, maar zeker ook voor de gezelligheid. Onderweg eten ze gebak, zoals dat bij wielrennen hoort. De komende zomerweken doen de Roners verslag van hun fietsuitje op de zondagmorgen en van het geserveerde appelgebak. Vandaag deel 4.
‘De twee oudsten van ons groepje (allebei Jan, hoe kan het ook anders) fietsen af en toe samen, zonder de ‘jongeren’. Dat doen ze al jaren. Het tempo ligt een stuk lager dan in de grotere groep. Ze hebben dan meer adem om te kletsen. Over van alles en nog wat. Niet alleen vrouwen doen dit blijkbaar. Een keer per jaar fietsen ze twee dagen en verblijven dan in een hotel. Zo waren ze al in Valkenburg, Sneek en Nijmegen. Ook in Duitsland zijn ze geweest, bij de Weeser. Na het installeren in het hotel vertrokken ze voor een rit in de omgeving. Na 5 kilometer langs de weg een Imbiss zo een met bock-worst. Gelijk in de remmen want je weet maar nooit, zo meteen komen ze er geen meer tegen. Jan B. is onze wegkapitein als we in de grote groep rijden. Hij regelt de route, vaak via de knooppuntenroute. Die gaat altijd eerst tegen de wind in, zodat we het terug wat makkelijker hebben. Vlak voor het vertrek raadpleegt hij www. weerstation-eelde.nl voor windrichting en temperatuur. Het vreemde is dat onze wegkapitein zelden op kop rijdt. Altijd in de slipstream, profiterend van anderen, die het zware werk doen. Pal op het achterwiel van zijn voorganger, een echte ‘wieltjesplakker’. Die zijn meestal niet zo populair in het wielerpeloton. Zijn excuus: net 60 geworden. En hij drinkt wijn en rookt sigaren. Gelukkig niet tijdens het fietsen. Jan D. is van ons groepje het meest bekend in Roden, waarschijnlijk door zijn werk. Maar buiten zijn werk is hij ook sociaal, maakt makkelijk contact, grapjes. Als je met hem fietst, wordt hij regelmatig herkend. Groot liefhebber van uitstapjes, theater- en muziekvoorstellingen en vooral ook sport. Zijn motto" je moet alles een keer gedaan hebben". Als je hem mailt of belt en vraagt: "ga je mee?" dan is het antwoord altijd positief. Ook al weet hij niet eens wat we gaan doen. Hij fietst makkelijk mee, soms op kop maar ook soms achteraan. Maar altijd in gesprek met de ander. Tijdens de laatste twee tochten van dit duo bezoeken ze twee etablissementen. En dan blijkt weer eens dat smaken verschillen. Bij de Postwagen in Tolbert krijgen ze als appeltaart een waar kunstwerk gereserveerd, kan zo naar het Groninger Museum. Prachtig opgemaakt, zo zijn ze het nog niet tegengekomen. Bijna zonde om op te eten. En ook met iets van karamel erin verwerkt. De ene Jan smult en is er helemaal weg van, de andere vindt het wel aardig, maar te zoet. Bij de Norgerberg, tussen Norg en Roden, neemt de een appeltaart en de ander een gebakje met vanille en stracciatella. De appeltaart krijgt een 10, niet zo zoet, hele grote stukken appel, een beetje rinsig, maar ook met zoete tonen. De ander zou dit veel lager gewaardeerd hebben. Ook het gebakje is van prima kwaliteit. Over één ding zijn ze het eens: beide terrassen zijn een aanrader, ook zonder appeltaart. ‘