Trijnie Wubbolt doet mee aan kunst-etalageroute Zuidhorn

‘Ik denk in kleuren en beelden, daardoor heb ik altijd inspiratie’

ENUMATIL – Het liefst maakt ze heel grote schilderijen, van drie meter bij één meter twintig of van anderhalf bij anderhalf. Dat gaat nu even niet. Vanwege een grote verbouwing wonen Trijnie Wubbolt en haar man tijdelijk in het atelier. Gelukkig kan ze nog wel werken aan de tafel die nog in het woonhuis staat, zij het op kleiner formaat. Daar werkt ze aan kleinere schilderijen, die van 18 september tot en met 17 oktober te zien zullen zijn tijdens de kunst-etalageroute in Zuidhorn. Trijnie exposeert dan in een bloemenwinkel en maakt daarom een serie van vrouwen met bloemen.
Al van jongs af aan is Trijnie bezig met het creëren van allerhande dingen, wat haar ouders stimuleerden. ‘Dan wilde ik bijvoorbeeld vloerbedekking op de muur, en dat vonden zij goed. Daardoor kon ik mij altijd creatief uiten.’ Voor dat ze het woord kunstenaar kende, wist zij dan ook al dat zij iets met tekenen wilde. Dat gevoel bleef en na de middelbare school meldde zij zich aan voor de kunstacademie. Zij werd aangenomen, maar toen pas bleek dat zij een havodiploma nodig had. ‘Dat had ik niet, dus ik mocht daar helemaal niet zitten,’ lacht ze. Trijnie volgde een andere opleiding, ging aan het werk, trouwde en kreeg kinderen, maar de kunstacademie trok nog steeds. En dus haalde ze alsnog haar havodiploma en meldde zij zich opnieuw bij de kunstacademie in Groningen. Opnieuw werd ze aangenomen en dit keer kon zij wel de lessen volgen. Het avontuur was echter van korte duur, omdat Trijnie inmiddels al zoveel schilderervaring had opgedaan dat zij al haar eigen stijl had gevonden. ‘Toch ben ik wel blij dat ik dit heb gedaan, want daardoor heb ik nu niet meer het gevoel dat ik iets heb gemist.’
Het werk van Wubbolt kenmerkt zich door een snel handschrift, altijd uitgevoerd in acrylverf. Zij schildert veel vrouwen. ‘Mannen zijn niet minder, maar ik wil de kracht van vrouwen laten zien. Daarnaast hou ik van ronde vormen. Zelfs de dikste man is nog hoekig.’ Ogen en neuzen ontbreken, waardoor de lippen de emotie uitdrukken. Daaraan valt te zien dat de vrouwen strijden en plezier uitstralen. ‘Mensen zeggen wel eens: ‘soms zie ik het niet meer zitten, maar dan zie ik jouw schilderij en word ik weer blij.’ Dat vind ik mooi om te horen, dat doet mij wel iets.’ De vrouwen op de schilderijen tonen altijd een stukje van hun tepel, als uiting van vrijheid, en ook is er altijd een rood driehoekje te zien, als symbool van anti-racisme en anti-fascisme. Dat past bij Trijnies karakter: ‘Ik heb een enorm rechtvaardigheidsgevoel. Voor mij is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geloof, huidskleur of wat dan ook.’
Stoppen met schilderen, daar moet Trijnie niet aan denken. ‘Ik beleef er veel plezier aan. Een stok achter de deur heb ik ook niet nodig. Ik denk in kleuren en beelden, daardoor heb ik altijd inspiratie.’ Dat kunnen leuke dingen zijn, maar ook dingen waar zij boos om wordt. Vaak komt dat laatste overigens niet voor, want over het algemeen zijn de schilderijen erg vrolijk, net als Trijnie zelf. ‘Kinderen vinden mijn werk leuk vanwege het kleurgebruik,’ vertelt ze. ‘Maar ze vinden het niet af, omdat de neus en ogen ontbreken. Kinderen zijn de scherpste kunstcritici.’
Om haar werk aan het publiek te tonen doet Trijnie veel mee aan exposities. Naast de kunst-etalageroute in Zuidhorn staan onder andere een tentoonstelling in het Martiniziekenhuis in Groningen en ‘Proef de kunst’ in het Friese Terherne staan in het najaar op het programma. Ook wil Wubbolt in de toekomst weer huisexposities organiseren, maar dan moet de verbouwing eerst wel zijn afgerond. ‘Dan kan ik eindelijk weer in mijn atelier schilderen. Het eerste wat ik ga doen is een schilderij van drie meter breed maken. Daar heb ik nu al zin in.’