‘Trots op wat we hier hebben neergezet’

Nettie Feenstra neemt afscheid van ’t Hoge Holt

RODEN – Nettie Feenstra zag als directeur van SBO ’t Hoge Holt de speciale school voor basisonderwijs het aantal leerlingen verviervoudigen. Niet omdat de vraag naar speciaal basisonderwijs per se gegroeid is, maar vooral omdat er meer samenwerkingsverbanden tussen verschillende onderwijsorganisaties zijn ontstaan. Na 25 jaar als directeur van ’t Hoge Holt, nam Feenstra afgelopen vrijdag afscheid van de school. De schoolleider met een groot hart voor kinderen die moeite met leren hebben, blikt met De Krant terug op een interessante periode.

Feenstra startte haar carrière in het onderwijs als kleuterleidster in Nieuwekerk aan den IJssel. Het was de liefde die haar er vervolgens toe deed besluiten om naar het noorden te verhuizen. Ze begon in Altena, waar ze de kleuters en de groepen 1, 2 en 3 les gaf. Toen ze de gelegenheid kreeg om tijdens haar werk een studie op te pakken, ging Feenstra aan de slag met de schoolleidersopleiding. ‘Ik maakte er geen geheim van dat ik graag ergens schoolleider wilde worden’, zegt ze. ‘Al vrij snel kwam ’t Hoge Holt met de vraag of ik daar aan het werk wilde. Die kans greep ik met beide handen aan.’

Zo rolde Feenstra het speciaal basisonderwijs in. ‘In Altena hadden we ook al aandacht voor kinderen die wat extra’s nodig hadden’, zegt ze. ‘Omdat we het daar goed op orde hadden, is men bij mij uitgekomen. Kinderen die moeite hebben met leren, hebben bovendien altijd mijn hart gehad.’

‘Ik weet nog goed hoe het er toen, 25 jaar geleden, uit zag. Er zaten veertig kinderen op deze school, we hadden acht leerkrachten. Het gebouw was op zijn zachtst gezegd aan vernieuwing toe. Als het buiten regende, lag er een plas water in mijn kantoor. We waren zeker aan ontwikkeling toe.’

Die ontwikkeling kwam er. ’t Hoge Holt moest hierdoor nog een jaar verhuizen naar de wijk Oostindie in Leek, maar keerde uiteindelijk terug op de prachtige locatie aan de Lijsterbesstraat. ‘Mijn loopbaan hangt van verbouwingen aan elkaar’, lacht Feesntra. ‘Dat was in Nieuwekerk aan den IJssel al het geval en later maakte ik het in Altena en in Roden dus ook mee.’

De school groeide in de tussentijd gestaag. En niet omdat er nu direct veel meer behoefte is aan speciaal basisonderwijs. ‘Het komt omdat wij nu veel meer samenwerkingsverbanden hebben. Vroeger mochten kinderen die op een christelijke basisschool zaten en speciale hulp nodig hadden, niet naar ’t Hoge Holt omdat wij een openbare school zijn. Later veranderde dit en kregen we ook leerlingen die van christelijke basisscholen kwamen. En sinds vijf jaar hebben we een samenwerking met de gemeente Westerkwartier. Dat maakt dat ons leerlingenaantal van 40 naar 169 kinderen is gegaan.’

Een eigenschap van het speciale basisonderwijs is het feit dat leraren heel hard moeten werken om kinderen aan het lezen of rekenen te krijgen, meent Feenstra. ‘Niet dat onderwijzers op reguliere basisscholen niet heel hard werken, absoluut niet, maar er zit een duidelijk verschil in. Hier moet je echt kijken hoe je ervoor zorgt dat iemand ergens aan begint, hoe iemand met plezier naar school gaat ook. Het vraagt creativiteit van de leraren. Mogelijkheden herkennen en benutten, dat is heel belangrijk.’

Leraren die op scholen als ’t Hoge Holt gaan werken, kiezen daar bewust voor. Feenstra vindt echter dat er op de PABO meer aandacht mag komen voor kinderen die meer zorg nodig hebben. ‘Het manco van de PABO is dat ze daar de studenten alles leren zoals het zou moeten zijn. Er wordt maar één module gegeven waarbij studenten wordt geleerd hoe ze met kinderen die meer aandacht verdienen, om moeten gaan. Dat maakt dat leraren veel in de praktijk moeten leren, terwijl ze misschien in het voortraject al wat hadden kunnen leren.’

Feenstra ziet hoe de aanpak op speciale basisscholen helpen om de leerlingen weer aan het leren te krijgen. ‘Kinderen komen hier vaak als gespannen vogeltjes binnen. Hier komen ze tot rust. Van ouders hoor je na een paar weken vaak: “Ik heb mijn kind weer terug”. Het is voor kinderen vervelend als ze telkens op hun tenen moeten lopen, dat breekt ze op. Passend onderwijs kan hen helpen om het zelfvertrouwen te herwinnen.’

Desondanks is het voor ouders soms moeilijk om hun kind naar speciaal basisonderwijs te zien gaan. ‘Ouders hebben een bepaalde weg voor hun kinderen in gedachten. Als hun route dan niet via de gebaande paden gaat, is dat soms even moeilijk. Maar de ouders zien meestal na een tijdje ook wel dat het de kinderen gewoon heel goed doet. Dat is prachtig om te zien.’

‘Nog steeds kom ik oud-leerlingen tegen. De één is chef-kok, de ander heeft zijn eigen tuinbedrijf: vaak komen de leerlingen heel goed terecht. Dat maakt me toch wel trots. Het geeft gewoon een heel goed gevoel om hen het goed te zien doen.’

Corona

De coronatijd als ‘rare tijd’ aanduiden, lijkt een understatement. Dat Feenstra juist in deze tijd afscheid neemt, vindt ze niet zo relevant. ‘Ik heb nooit zoveel moeite met zulke dingen. Je moet er van maken, wat er van te maken valt. Corona is een gegeven, dat is nu eenmaal niet anders.’

Die mentaliteit leeft niet alleen bij de schoolleidster, maar ook bij het hele team. ‘Dat zag je in maart. Op 16 maart werden we overvallen door het bericht dat scholen dicht gingen, op 17 maart regelden we alles. Er werd niet gezeurd of gepiept, al was er veel onzekerheid. Daar ben ik heel trots op. Het gebeurt hier gewoon. Die cultuur hebben we samen opgezet.’

Missen

Feenstra zal niet volledig verdwijnen uit het onderwijs. ‘Ik blijf nog drie dagen in de week coördinator passend onderwijs. In die hoedanigheid let ik op alle zorgaspecten binnen scholen. Erg leuk om te doen.’

Maar Feenstra verdwijnt eerst wel van het schoolplein. ‘Ja, dat ga ik denk ik wel missen. Van de week had ik pleindienst, toen er een busje met leerlingen aan kwam. “Ha juf Nettie, ik ben er weer!”, riep een meisje vanuit de bus. Van die spontane dingen, dat is toch prachtig.’