Trucjes

Stilaan zie je alweer vormen van leven die erop duiden dat de lente op komst is. In het zuiden van Nederland zijn ze wel iets verwender dan in de koudste provincie van Nederland (Drenthe), maar als je hoort dat hier een vlinder als de Kleine vos al is gezien en ikzelf een wespenkoningin zag vliegen weet je dat het – ondanks het mindere weer van nu – langzaamaan de goede kant op gaat. Tijdens het NPO-Journaal van afgelopen zaterdag zag ik dat in Utrecht zelfs de krokussen al  bloeien. Misschien hier ook wel, maar dat heb ik nog niet waargenomen.

Een hele vroege bloeier, de naam verraadt het, is natuurlijk het Sneeuwklokje (foto). Die kun je al in januari zien, zelfs als er sneeuw ligt. Hoe dan ook, het gaat weer de goede kant op. In het genoemde journaal was er ook weer enige ruimte ingevuld voor de politiek. Naast de onvermijdelijke, dagelijkse berichten over het extreme gedrag van Trump (persoonlijk vind ik hem een ongelikte beer) gaat het nu, met de verkiezingen voor de deur, vaak over de Nederlandse politiek. Ook niet onbelangrijk, zeg je dan. Nu trok PVV-voorman Wilders de aandacht die voor zijn partij de verkiezingsstrijd startte (was die dan nog niet begonnen?) in Spijkenisse, dat ook al een PVV-bolwerk bleek te zijn. Wilders is een meester in het verkrijgen van maximale aandacht met minimale inspanning. Een goede truc kun je dat noemen. Wat ik op tv zag was een kluwen van beveiligingsmensen, politie, journalisten, cameraploegen en fotografen en tussendoor twee mensen die met de leider op de foto mochten. Misschien zijn er ook nog wat flyers uitgedeeld, maar dat kregen we niet mee. Hoe dan ook, het zal in Nederland niet leiden tot een ’nieuwe lente’, maar waarschijnlijk wel tot een moeilijke formatie met een stuk of vijf partijen die een coalitie gaan vormen. Of mijn partij daarbij zal zijn is de vraag. Dat is niet de PVV, maar een partij die staat voor duurzaamheid en natuur. Wat dat betreft ben ik niet één van de vele twijfelaars die maar geen keuze kunnen maken.

Van de truc van Wilders, het bespelen van de media, is het wel een grote overgang naar een andere truc. Een truc die een plant uithaalt. Dat ligt trouwens wel meer in de lijn die je hier mag verwachten in een stukje over de natuur. Een tijdje geleden had ik het met mensen over pinda’s. Zoals bekend worden ze ook wel aardnoten genoemd. Ze groeien dus in de grond. En even tussendoor: noten zijn het niet, maar het zijn bonen. Trouwens wel met de goede eigenschappen van noten, met de kanttekening dat ze in tegenstelling tot noten vrij veel koolhydraten bevatten. In een dieet om af te vallen passen ze dus niet. Ze zijn verwant aan onze peulvruchten en die behoren tot de vlinderbloemigen. Vroeger werden die Papilionaceae genoemd en daarin zit het Franse woord papillon, oftewel vlinder. Mooie naam toch! Helaas vond men het nodig de zaak weer eens overhoop te gooien (voortschrijdend inzicht als gevolg van DNA-onderzoek) en nu heet deze familie de Fabaceae (naar de orde Fabales), nadat vlinderbloemigen trouwens ook al eens Leguminocae heetten.

De truc van de pindaplant is een bijzondere. Nadat de plant voldoende is gegroeid vormt ze bloemstengels. Als de bloem is bestoven buigt ze naar de grond en penetreert deze. Ze verdwijnt erin. Daarna ontstaat uit die bloem de pinda in de grond. Voor zover ik weet is dit de enige plant die deze truc uithaalt, maar dat weet ik niet zeker. Ik heb best nog genoeg vogelvoer over en daarbij zitten ook pinda’s. Het lijkt me wel leuk om zelf eens pinda’s te gaan verbouwen. Je moet dan wel goede zaden (pinda’s dus) hebben die je daarvoor gebruikt. Met dat rode vliesje eromheen en ze mogen niet uitgedroogd zijn. De opkweek begint binnen en als de temperatuur voldoende is gestegen kan de plant naar buiten. Losse grond is een vereiste, zodat die bloeistengel zich er gemakkelijk in kan boren. Er komt best nog wel het één en ander bij kijken, je moet wel over groene vingers beschikken, wil het een succes worden. Daarover is wel informatie in te winnen op internet (pinda’s kweken, www.wikihow.com). Per plant kun je wel 25 pinda’s oogsten die je volgend seizoen als vogelvoer kunt gebruiken. Maar je kunt ze ook roosteren en zelf eten. Dat ga ik niet doen. Ik ga voor deze bonen wel naar de notenboer.