Tuinvogeltelling

Afgelopen weekend was de Nationale tuinvogeltelling 2022. Ik heb onze tuinvogels daarom afgelopen week gelokt met lekkere vogelhapjes. Naast diverse soorten zaden (vooral zonnebloempitten) strooide ik ook ongezouten pinda’s, havermout en voor het eerst gedroogde meelwormen. Dat had zeker effect, want de tuin krioelde zo nu en dan van de vogels. Mezen, vinken, mussen, kepen, groenlingen, roodborst, goudvinken, merels, geelgorzen en duiven. Het kon overigens zomaar zijn dat een moment later de tuin weer helemaal leeg was. Meestal met een aanleiding. Of het strooisel was op of meneer en mevrouw ekster kwamen met veel kabaal ontbijten of lunchen. Gedurende die tijd zochten de andere vogeltjes een veilig plekje in de bomen rondom de tuin.

Opvallend veel Kepen lieten zich zien afgelopen weekend. Prachtige vogels met een mooie oranje aftekening op de borst. Op gegeven moment telde ik zeker 13 stuks op de grasmat en voedertafel. Ik begroet ze ’s ochtends met een ‘god morgen’ en ’Hyvää huomenta’ Want het zijn veelal Scandinavische Kepen die nu bij ons overwinteren.

Wat me ook opviel waren de vele nestkastinspecties. Pimpelmezen, koolmezen en boomklevers inspecteerden opvallend vaak de buiten- en binnenkant van de nestkastjes rondom ons huis. Nou hebben wij mensen, zeker in deze periode van huizenmarktgekte, een tekort aan betaalbare huizen. Zou dat ook gelden voor jonge vogels op de vogelhuizenmarkt? Zoeken ze al een geschikte nestplaats voor over enkele weken? Of waren ze op zoek naar spinnetjes en ander voedsel? 

Het deed mij eraan herinneren, dat ik nog niet alle nestkasten rondom ons huis heb schoongemaakt. Dus komende week de laatste nestkasten maar snel controleren want vanaf maart beginnen de eerste vogels alweer te broeden.

Het lijkt me, sinds we ons focussen op de eikenprocessierups, dat er voldoende mezenkasten zijn opgehangen. Op veel eiken zie je tegenwoordig nestkastjes hangen om meesjes te lokken. Meesjes blijken de rupsen te eten en helpen zo mee aan de bestrijding van de eikenprocessierups. Onder mezen kan dus geen nestkastkrapte heersen op dit moment. Maar hoe zit dat met andere vogels?

Ik las onlangs dat er opvallend weinig merels zijn. Ik heb afgelopen weekend maar drie merels geteld. Dat waren er voorheen veel meer. Sinds 2016 is het aantal merels in ons land met 30% gedaald, las ik verder. Mede daarom hebben Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland het jaar 2022 uitgeroepen tot het ’Jaar van de Merel’. We weten dat een virus, sinds 2016, veel slachtoffers onder de merels maakte. Maar er lijkt meer aan de hand en daar richt het onderzoek zich op. Maar merels broeden niet in mezenkasten, daarvoor zoeken ze struikgewas. Ik heb twee flinke kamperfoelies met daardoorheen een, naar frisse appeltjes ruikende, roos Egelantier (Rosa rubiginosa) in de tuin. Daar broeden elk jaar twee merelpaartjes in. Voor zover ik weet gaat het nog elk jaar goed. Het dichte bladerdek zorgt ervoor dat het nest niet te zien is en de scherpe stekels van de Egelantier houden de katten op afstand.

Nestgelenheid is voor veel vogels overigens best een aandachtpunt. De laatste jaren is er veel aandacht voor het isoleren van huizen. Gaten en spleten worden goed dichtgestopt en dakpannen afgesloten. Daardoor zijn er voor ’holenbroeders’, zoals de huismus, steeds minder mogelijkheden om rondom huizen te broeden. Gelukkig is voor elk type vogel een nestkast of dakpan ontwikkeld waarmee je ook deze vogels kunt helpen.

Nu snel terug naar de tuin. Vandaag is de laatste teldag. Kijken of ik de score van gisteren nog kan verbeteren.

Andre Brasse Puur Natuur nr. 64