‘Tussen nul en twaalf  jaar gebeurt het allemaal’

Het actieve late seizoen van Edwin Rutten

Tekst Coen de Jonge      

Hoe kijken de meeste mensen naar Edwin Rutten? Vooral als de man die de legendarische Ome Willem gestalte gaf. Toch is hij al zo’n dertig jaar bezig als verteller in de klassieke muziek. Daarnaast doorgrondt hij – als afgestudeerd bedrijfspsycholoog – allerlei organisaties. En denkt u misschien dat de jazzvocalist Rutten verdwenen is? Nee hoor – zelf zingen vindt hij nog steeds ‘vreselijk lekker’ om te doen.

Coen de Jonge (Peize) voerde in de afgelopen jaren verschillende gesprekken met Edwin Rutten, zowel over jazz als over klassieke muziek. Hierbij voor Noordenveld Plus een selectie uit die amusante conversaties.

Uiteraard ging het gesprek ook vaak over Willem Wilmink, de Twentse dichter die veel voor legendarische kinderprogramma’s als Stratenmaker Op Zee en De Film van Ome Willem schreef. Edwin Rutten herinnerde zich bijvoorbeeld hoe Wilmink met een ideetje kwam voor een liedje dat in elke aflevering van De Film (liep van 1974 tot 1989) te horen moest zijn.

‘Willem vroeg aan ons of dit misschien wat was. Deze vuist op deze vuist – deze vuist op deze vuist – deze vuist op deze vuist, – en zo klim ik naar boven. Veder kwam hij niet, zei hij. Componist Harry  Bannink zat erbij, “daar kan ik wel wat mee”,  en speelde er onmiddellijk een melodie bij. Prima, vond iedereen. Toen vroeg Wilmink wat bedremmeld: ”Zou ik daar ook nog wat geld voor kunnen vragen”?’

Edwin ontmoette Wilmink al op jonge leeftijd. ‘Toen ik op het Vossiusgymnasium zat, stond er plotseling een vreemde man voor de klas, want de leraar Nederlands was ziek. Heel bijzonder, er hing een halo om die man heen, zijn blik zowel naar binnen als naar buiten, en later bleek dat Willem Wilmink te zijn. Dus op mijn veertiende heb ik Willem Wilmink al ontmoet! Je zag dat dit werk, het lesgeven, niks voor hem was. Ik vond het een intrigerende man, toen al. Later heb ik heel veel met hem samengewerkt, bijvoorbeeld voor Het Klokhuis en de Film van Ome Willem. Ook iemand die zijn kindergeest nooit had verloren.’

Ouderdom verrijkt

Als Edwin Rutten (1943) in enkele snelle schetsen zijn levensloop tekent, eindigt hij met: ‘het is één grote pot verwarring’. Inderdaad, er zijn weinig artiesten die zich op zoveel verschillende terreinen hebben gewaagd. De man die psychologie studeerde, als jazz-zanger begon, een pophit had, hoofdpersoon in tv-programma’s en musicals werd en zich ook nog – als verteller – in de klassieke muziek manifesteerde. Welke levenslessen heeft hij tijdens dat traject opgedaan?

‘De ouderdom kan je verrijken, maar er is niemand die dat voor je doet’.

In zijn gymnasiumtijd startte hij met zijn vriend Rogier van Otterloo het jazzcombo Goldcast Combo, met Edwin vocaal en op slagwerk. Zestien jaar was hij toen hij mocht zingen bij het Metropole Orkest. Toch kon zijn toenmalige schoolleiding dat nauwelijks waarderen; toen hij eens vroeg een zaterdag vrij te krijgen voor een prestigieus optreden werd dat hardvochtig afgewezen: ‘Dan is het eind zoek’. Rutten kan zich er nog steeds kwaad over maken. Maar is toch naar de studio gegaan.

‘Veel eerder, op mijn negende, kon ik de gehele improvisatie met die blokakkoorden de akkoorden van Oscar Peterson in het nummer Tenderly al zingen. Gek eigenlijk, dat je daarmee begint… Zo hoorde mijn vrouw Annett Andriessen, klassiek zangeres, voor het eerst tenor Jussi Björling toen ze vier zeven was, en ze moest er in bed verschrikkelijk om huilen. Waarom ik toen zo geïntrigeerd door Tenderly was, weet ik nog steeds niet. Tussen nul en twaalf  jaar gebeurt het allemaal, dus het is enorm belangrijk om veel geld en aandacht aan het muziekonderwijs op school te geven, vind ik. Zet de beste mensen erop.’

Meer dan een halve eeuw later heeft de oorspronkelijke jazzvocalist een publiek dat vrijwel alle generaties overspant. Jazzminnende pubers uit de jaren vijftig die hem nog kennen als bewonderaar van zanger Mel Tormé, kleuters uit de decennia daarna die Ome Willem als idool hadden, en de laatste decennia jaar een publiek van jong tot oud dat zijn vertellingen bij klassieke muziek heeft meegemaakt.,  ‘Mozart, je zult maar een wonderkind zijn’, is een van zijn succesnummers, net als ‘Van Milkshake tot Wolkenkrabber’, dat hij uitvoert met het Residentie Orkest. En dan is er nog een stroom van nevenactiviteiten die hem ook een publiek hebben bezorgd: tv-optredens, spreekbeurten, leider van seminars en conferenties, docentschappen… Edwin Rutten is werkelijk in vele werelden thuis. Een leven waarin de veelheid soms wat te fors wordt. 

In 2014  kreeg hij ook nog een gouden plaat. Jazeker, uit handen van de directeur van de Nederlandse Opera. Niet voor een of ander hitje dat we een tijdje op de radio hadden kunnen horen, maar voor een box met twee CD’s waarin hij Wagners Ring des Nibelungen had samengevat ‘voor kinderen en andere volwassenen’. Er werden – in het kader van Aangenaam Klassiek voor Kids 2013 – meer dan 10.000 exemplaren van verkocht.

Niet opzienbarend voor mensen die Edwin Rutten steeds hebben gevolgd. Hij was immers  jarenlang een gewaardeerde presentator van de klassieke zender Radio 4, en ook op het klassieke podium heeft hij een grote staat van dienst opgebouwd. Dat deed hij als verteller van eigenhandig geschreven verhalen bij meesterwerken als Le Carnaval des Animaux van Saint-Saëns en De Notenkraker van Tsjaikovski. Daarna kwam er weer een staaltje van zijn vertellerstalent op de markt, een box met zijn verhaal over De Matthäus Passion van J.S. Bach. Deze keer bedoeld  ‘voor volwassenen en andere kinderen. Voor mensen die zelf ook negen jaar zijn geweest’.

Niet slecht voor een man die toch ooit als jazz-zanger begon. Hij had ook in het popcircuit  een echte hit: Het Spijt Me (1964). Maar jazzliefhebbers kennen de zanger misschien nog beter door zijn vertolking van songs als Dat Dere, met onvergetelijke regels als Daddy, can I have that big elephant over there? Zo’n liedje, over een jongetje dat de meest onmogelijke vragen stelt, is op het lijf geschreven van een zanger met een onweerstaanbare drang om verhalen te vertellen – het is te vinden op zijn album To Keep You Warm (Baileo Music). 

Ome Willem

Edwin Rutten is vooral in ons geheugen gebeiteld door zijn hoofdrol in de televisieserie De Film van Ome Willem. Vanaf 1974 was hij vijftien jaar lang het enthousiaste middelpunt van dit programma, dat bij kinderen én ouders een grote populariteit genoot. De zanger ging er ook de theaters mee in. Ome Willem leek nooit met pensioen te moeten, hoewel Ruttens drukke werkzaamheden (zoals zijn rol als Oliver “Daddy” Warbucks in de musical Annie, ‘300 keer opgevoerd, meneer, heerlijk, ook nummer 298!’ en zijn optreden in Goede Tijden Slechte Tijden) de opkomst van de kindervriend wat spaarzaam maken. Nu en dan doet hij het Ome Willem T-shirt weer eens aan, als ambassadeur van Make a Wish. Zo ging hij eens op bezoek bij een terminaal jongetje, zes jaar. Het was de wens van de ouders, thuis was een drumstel neergezet.

‘Gek hé, dat je een programma begint in 1974 en dat je meer dan veertig jaar later zo’n T-shirtje aan doet en dat je dan zo’n jongetje van zes kunt vermaken. Wel een wonder.

Ik heb veel in het bedrijfsleven gedaan, seminars en zo, en net als in mijn hoedanigheid als Ome Willem heb ik daardoor geleerd hoeveel verschillende mensen er eigenlijk bestaan.

De grootste leerschool is terug te gaan naar de tijd toen je zelf negen of tien was, en dan te denken: hoe was dat ook alweer? 

‘Iedereen zit meestal in een eigen kringetje te roeren, maar door mijn werk kwam én kom ik overal. Van achterstandsbuurten tot diep in Wassenaar. Je ziet dan: er is meer. Ik vind sociale intelligentie heel belangrijk en ook in die bedrijven heb ik daarvan veel opgestoken. Bijvoorbeeld het vermogen om te relativeren! Ik kan in een organisatie van boven naar beneden en van beneden naar boven kijken. Soms zeg ik bij het binnenkomen tegen de mensen dat ik heb gehoord dat er problemen zijn tussen de binnen- en de buitendienst. Hoe weet je dat, vragen ze altijd verwonderd. Dat is overal hetzelfde, zeg ik dan grijnzend…

‘Maar ik ben niet een echte consultant die met allerlei rapporten komt. Ik weet de problematiek, ik weet waar het naar toe moet, ik kijk wat er leeft, wat er aan de hand is. Vaak open ik zo’n bijeenkomst met de volgende mededeling: de hoogste heeft de schuld. Dan weet zo’n college van bestuur meteen waar ze aan toe zijn. ’

Valkuilen

Hij was ontzettend blij met die Gouden Plaat (als verteller) voor de Nibelungen. ‘En heel trots. Nooit op gerekend, want Wagner – die is toch moeilijk, zwaar, lang, symbolisch, en dan in dit geval ook nog voor kinderen… Allemaal waar, en daarom vond ik het zo leuk om er m’n tanden in te zetten. Hard aan gewerkt, met heel veel plezier. Sinds ’89 ben ik al met Wagner bezig, toen ik met Parcifal in aanraking kwam. Die vooroordelen, dat het zo bombastisch en hard is, dat is een beeld dat ik totaal niet herkende. Ik geniet er zo van! Kijk, ik ben geen evangelist voor deze muziek, niks van dat alles. Je moet niets door de strot drukken. Het enige is: ík heb er zo geweldig van genoten, en ik gun het een ander! Het leuke is dat er hier mensen bij Radio 4 waren die zeiden dat ze nu het verhaal pas hadden begrepen… 

Daarna deed hij de Matthäus Passion. ‘Daarbij ben ik vooral uitgegaan van de vragen die ik me zelf stel. Ik vind het bijvoorbeeld heerlijk om me te verdiepen in de vraag hoe het nou zit met een bepaalde aria, met een koraal, hoe de dingen muzikaal in elkaar zitten, welke protagonisten daarbij optreden. Ik ben namelijk dol op oude woorden die anders verloren gaan. Waar het me om gaat is dat als mensen de CD hebben gehoord, ze het besluit nemen om ook zelf eens te gaan naar een uitvoering. Dat ze eens extra letten op bepaalde onderdelen. Dat ze er zitten met het CD’tje in het achterhoofd: ah, nu komt dit, en nu komt dat, benieuwd hoe ze dat hier aanpakken.

‘En dan zijn er de inhoudelijke vragen. Kijk, ik ben niet opgevoed in theologische vraagstukken, ik kende het Passieverhaal niet uit mijn hoofd, anders dan mijn echtgenote, die als kind al naar de Matthäus Passion ging en die ze ook gezongen heeft. Daar heb ik nu een grote steun aan. Ze kan me behoeden voor valkuilen. Want het kan dan wel voor kinderen zijn, wat ik doe moet kloppen! In vergelijking met de Ring is de Matthäus een heel overzichtelijk verhaal. Primair neem ik eigenlijk de rol van de Evangelist over, de verteller. Je hebt een heleboel kleinere stukjes, en ik laat dan de mensen horen die dat zingen. Soms vertaal ik het, soms vertaal ik het niet, dan spreekt het voor zichzelf.’

Het grote lek is ergernis

Voor iemand die in januari 1943 geboren werd is Edwin Rutten nog verbazend actief. Hoe lukt hem dat allemaal, dat presenteren, zingen, op het toneel staan en klassieke meesterwerken comprimeren?

‘Ik maak daar gewoon tijd voor. De kern der dingen is: negatieve energie en positieve energie. Het grote lek onder water is ergernis. Er gaat heel veel energie zitten in ergernis. Dat is volgens mij ook de oorzaak van veel ziekteverzuim. Op het moment dat je nog problemen op maaiveldhoogte weg kunt halen, maakt elk project weer energie vrij voor het volgende. Het moet geen hoog alang-alanggras worden waar je niet meer doorheen komt. Vorige week werd ik om kwart voor drie wakker, en dan kijk ik in zo’n geval altijd: is er iets dat me dwars zit of is het iets waar ik mee aan de gang moet. Dan zet ik een kop Earl Grey-thee en ga eerst een kwartiertje denken. Als ik het weet, bedenk ik wat ik de volgende dag moet doen en ga vervolgens lekker verder tukken…

‘Je kunt dus een boel doen als er geen ergernis is. Je kunt je veldje vergroten. Je kunt een nieuw graslandje ontdekken… Kijk, de ouderdom kan je verrijken. Maar je moet het zelf doen. Er is niemand anders die dat voor je doet.’ (Foto: Bert Nienhuis)

Zie ook: www.edwinrutten.nl