Twintig obers en Jan en Zwaan in de tent op de parkeerplaats

Roden Baard Swart

Dick Swart en Johan Baard kijken terug

RODEN – Over de Rodermarkt kan met speels gemak een heel dik boek geschreven worden. Sterker nog: iedere inwoner van Roden zou er een eigen boek over kunnen maken. Een boek vol herinneringen. Aan de eerste kus achter de tent. De eerste prijs bij de draverijen en de avonturen met de Paradewagen, eerst als kind, later als (bouw)ouder. Wie ook met gemak een boek kunnen schrijven over de Rodermarkt zijn Dick Swart en Johan Baard. Behalve het feit dat zij al enorm veel feestweken meemaakten, waren ze beiden jarenlang bestuurslid van Volksvermaken, één van de belangrijkste partijen achter de evenementen die tijdens de Rodermarktfeestweek georganiseerd worden. Dat was toen al zo, dat is nu nog zo. Toch was vroeger alles anders. Niet beter, wel anders. Baard en Swart vertellen. Over twintig obers en Jan en Zwaan in de tent.
Beide heren hoeven amper introductie, maar toch. Dick Swart was bijna dertig jaar lang bestuurslid van Volksvermaken. Eerst als secretaris, later als voorzitter. Baard (al jarenlang 80 jaar) werd in de tachtiger jaren bestuurslid. ‘Als meeloper’, zegt Johan, die behalve bij Volksvermaken en als kundig ober vooral furore maakte als zoeker en vinder van (eerste) kievitseieren. Al voor een kievit een ei gelegd had, wist Johan waar, zo wordt wel eens beweerd. Die mannen dus, die kunnen eindeloos praten over de Rodermarkt. Over hoe het er vroeger aan toeging. Ze houden het tamelijk serieus, al spreken de pretoogjes – nog steeds- boekdelen.
Bij de Rodermarkt denk Johan Baard meteen aan vroeger. ‘Aan de dinsdag. Ik zie nog al die veehandelaren en paardenmannen het dorp binnenrijden. Rond een uurtje of drie, vier in de nacht. De cafés zaten vol. Mannen met stokken bevolkten de Roner straten. Vee en paarden zorgden voor een kenmerkende sfeer. Driekwart van de Heerestraat stond vol met koeien. En je had nog de ‘monsterbanen’. Op die banen konden aspirant kopers zien hoe een paard liep. Het publiek moest soms aan de kant springen. ‘Pas op, peerd’n’. Het klonk honderden keren door de straten. En was er handel gedreven, dan kochten koper en verkoper samen een borrel in het café. Dat is voor mij eigenlijk Rodermarkt. En die sfeer, die is er niet meer.’
Daarmee zegt Baard overigens niet dat dit aan de hedendaagse organisatie ligt. De tijden zijn simpelweg anders. Daar doet niemand iets aan. In de jaren kromp de veemarkt. De warenmarkt werd groter. In de tijd van Baard en Swart was dat andersom. ‘De gemeente zorgde voor het vee. Wij waren slechts aanjagers van het feest. Legendarisch waren destijds ook de persconferenties op dinsdag, zoals die er nu nog altijd is. Wethouder was destijds Van der Linden, een tamelijk magere man. Maakte er altijd een echte show van. Wijlen Jan Cazemier zei dan altijd droogjes dat ‘om elf uur de Pink Panter Show weer begon’. De aantallen beesten van nu halen het bij lange na niet bij die van toen. Alles is anders. Daar doe je niet zoveel aan’, zegt Swart, die nóg een belangrijk verschil benoemt. ‘Tegenwoordig is er letterlijk en figuurlijk meer rotzooi. Natuurlijk moesten wij de boel ook opruimen na de markt. Maar dat was allemaal wel te overzien. Tegenwoordig gooit iedereen alles maar gewoon op straat. En figuurlijk is er ook meer rotzooi. Vroeger had je ook wel eens een knokpartijtje. Dat werd toen vaak onderling even opgelost. Dat soort zaken is tegenwoordig heel anders.’
Ook zoiets. Het feest is in de loop der jaren verplaatst: van binnen naar buiten. ‘Vroeger wilde iedereen zitten. Ik houd m’n hart nu wel eens vast. Stel dat het dinsdag bijvoorbeeld enorm gaat regenen. Dan is het feest voorbij, lopen de mensen zo weg. Bij de Rodermarkt ben je altijd afhankelijk van het weer, en tegenwoordig helemaal nu bijna alles buiten is. Ook wij hebben het wel eens gehad. Dat het ’s nachts stormde en enorm regende. En als dan om half twee de Parade begon, dan was het droog. Scheen de zon. Meestal hadden we wel geluk. Wat ik weet is dat in de historie van de Parade slechts één keer een (avond)optocht is geannuleerd’, zegt Swart.
Niet veranderd is de mensenmassa. Ook niet dat de bloemen uit Sint Jansklooster en Vollenhove worden gehaald. ‘De bloemen werden verzameld bij Café Moespot ‘, zegt Baard. Een prachtig kroegje. Met uitstekende jenever.’
Hendrik Hagenauw opperde in 1976 het idee om draverijen in Roden te houden. Het Roner publiek was tot die tijd een tuigpaardenwedstrijd – in de Heerestraat- gewend, ‘Velleman’ kwam veel in Groningen en wist het zeker: draverijen in Roden, dat leverde nog een leuke cent op ook. ‘Hendrik begon wat te rekenen en spiegelde ons een mooi bedrag voor. Dus organiseerden we draverijen. Van die rekensom klopte achteraf gezien overigens niets. Het kostte ons geld, al werden we aanvankelijk nog gesubsidieerd door de NDR ook. Later verhuisde de kortebaan naar de Norgerweg. De Heerestraat werd gerenoveerd en er kwamen obstakels op het parkoers. Vanaf dat moment wordt de kortebaan gehouden op de huidige plek. Ook niks mis mee natuurlijk’, zeggen Swart en Baard.|
De voorbereidingen op de Rodermarkt (en andere activiteiten van Volksvermaken) namen in die tijd nogal wat tijd in beslag. ‘ Ik begreep dat ze tegenwoordig snel vergaderen en rond tien uur wel klaar zijn. Dat was in onze tijd wel anders. We ‘vergaderden’ erg lang. Logisch natuurlijk, met al die breedsprakige figuren. En nee, dat de vergaderingen zo lang duurden, had niet alleen met Jan Cazemier te maken. We praatten allemaal graag, al spande Jan soms wel de kroon. Jan kon bij wijze van spreken via Maastricht naar Amsterdam gaan. En vertelde hij zo’n lang verhaal, dan had een ander ook wel weer iets te melden. En ach, daar dronken we dan een pilsje bij. Gezellig.’
In vervlogen tijden was ook de ‘Visrally’ nog een populair onderdeel van het programma. Bussen vol vissers die in alle vroegte ergens langs de waterkant gingen zitten. ‘Mochten wij zondagmiddag de prijzen uitreiken. Dat deden we graag, hadden we weer een uitje’, lacht Swart. ‘De Visrally was enorm populair’, weet ook Baard zich nog goed te herinneren. ‘Er ontstond vaak een run op kaarten. En voor de viswedstrijd plaats kon vinden moest er eerst veel vergaderd worden. Kwam er een delegatie van de visclub langs. Werd het toch weer laat. Haha.’
Het illustere duo maakte van alles mee. Bijvoorbeeld dat het maandagnacht gewoon 21 graden was. Dat er bij Onder de Linden – waar Baard ober was- in totaal twintig obers actief waren en dat Jan en Zwaan optraden in een tent. Let wel: achterop de parkeerplaats, niet eens voor de zaak. Alles zat vol. Bomvol. Iedereen zat veelal binnen. Een pilsje kostte een gulden of 1,25. Baard weet nog dat er ineens twee gulden voor een biertje gevraagd werd. Mensen vielen bijna om van verbazing. Twee gulden voor een biertje. Dat was wat. Peperduur. Het was ook de tijd dat er meer horeca was in Roden. Even naar Harm Non, wat nu Merry Gold is. Café Scheepstra op de Brink. Loeks. Jan Hecker aan de Groningerstraat. Je kon overal terecht. ‘Om even bij te praten. En ach, dan nam je er maar weer een pilsje bij’, lacht Baard.
De Parade dan. Nog steeds de grote trekker van de Rodermarkt. Bedacht door Teun Piek, de soms wat lastige man. De enorm creatieve man ook, die hoogstpersoonlijk alle wagens ontwierp in de beginjaren. ‘Later zorgden wij voor ontwerpers als bouwgroepen zelf niemand beschikbaar hadden’, zegt Swart. ‘Groot verschil was ook het onderstel van de wagens. In onze tijd waren die van hout. En dus ging er nog wel eens een wagen stuk. We hadden standaard twee trekkers paraat in die tijd. Wagens met pech werden aan de kant gezet. Die werden ‘uit koers’ genomen. Ook een verschil: de banden. Wij hadden nogal eens te maken met lekke banden, tegenwoordig worden die gevulkaniseerd. Dat scheelt heel veel.’
Wat gebleven is, is het sociale aspect. ‘Vroukje Hartlief zei ooit dat tegen de optocht geen sociale dienst op kan. En dat is zo. Dat blijft ook zo. Het is een kwestie van samenwerken. Er ontstaan vriendschappen. Het is veel meer dan het bouwen van een wagen.’ Zelf hadden beide heren weinig moeite om de week goed door te komen. Het ging ze gemakkelijk af. Johan werkte bovendien als ober. ‘De organisatie was ook toen heel intensief. Dat bracht een stuk spanning mee. Komt dit allemaal wel goed? Dat en een stuk of wat consumpties zo links en rechts zorgden ervoor dat je soms best blij was dat het afgelopen was. Oh ja. In die tijd waren er nog consumptiebonnen. Elk jaar in een andere kleur. Er zijn mensen die al die gekleurde bonnetjes nog hebben’, zeggen Baard en Swart.

Anno 2015 leeft de Rodermarkt een stuk minder bij Swart. ‘ We lopen over de markt, bekijken de Parade en ik ga ook altijd wel even naar de kortebaan. Feesten is aan mij niet besteed. Weet je, het is onze muziek ook niet meer. Dat is best jammer. En – met alle respect- voor de bejaardenmiddag voel ik me nog net even te goed.’ Baard daarentegen, die kom je straks gewoon elke dag weer tegen. ‘Ja man. Gezellig. Even op een terrasje zitten. Oude bekend begroeten. Praten. Een pilsje. Van de bestuursleden van destijds tref je er steeds minder. We hebben tegenwoordig vaker een uitvaart dan een bruiloft. In die fase zitten we. En dus probeer ik de komende week weer optimaal te genieten. Te beginnen donderdagavond. Beugelavond. Dar ben ik zeker bij. Schrijf maar op.’
De heren staan op, gaan op de foto en schudden ondertussen nog wat anekdotes uit de mouw. Over de Volksvermaken tijd vooral. Over het feit dat studenten vroeger de kermis openden. In ‘ruil’ was Volksvermaken jury bij het jaarlijkse studenten smartlappenfestival. Met tussen de voeten een krat bier en een fles jenever, en Imca Marina en Corry Konings op de bühne.
Dát waren nog eens tijden.