Uit de bocht gevlogen…

Puur natuur

Afgelopen zomer sprak ik vaak met mensen over de gevolgen van de langdurige droogte. Nu praat ik met mensen over de grote hoeveelheid regen en vragen ze zich af wanneer het eindelijk droog wordt. Akkers staan vol water, sloten, beken en diepjes staan tot aan de rand gevuld en op veel plaatsen lopen ze over. Waterbekkens en zogenaamde overloopgebieden vullen zich met water. Van droogte lijkt geen sprake meer. Integendeel; we zien op meerdere plaatsen grote watervlaktes ontstaan. Is dat nieuw? Heeft dat met het klimaat te maken?

Nou, ja en nee. Overlopende rivieren en beken zijn er altijd al geweest. Aan het einde van het zomerseizoen, gedurende de herfst, begon de regenperiode. Het was vroeger gebruikelijk en zelfs wenselijk dat beken en rivieren buiten hun overs traden. Op die manier werden de voedselarme hooilanden naast de beek, op een natuurlijke manier ‘bemest’. Er zijn genoeg verhalen bekend over regenperiodes die (te) vroeg na de zomer begonnen. Het hooi stond nog op schoven te drogen op de vochtige hooilanden naast de beek. Boeren zagen met lede ogen toe, hoe hun hooi met het beekwater mee stroomde naar lager gelegen gebieden. 

Het Drentse beekstelsel is overigens best bijzonder. Veel mensen hebben wel eens gehoord van het ‘omgekeerde soepbord’ of ‘Drents plateau’. Het water stroomt, via oude beekdalen, van de Drentse Hoogvlakte naar het noorden, zuidoosten en zuidwesten weg. Die beekdalen ontstonden in de voorlaatste ijstijd. Het smeltwater sleep diepe geulen in de ondergrond uit richting lager gelegen gebieden. Die diepe beekdalen vulden zich voor een deel weer met zand en het water baande zich een weg door het landschap. Het vormde zo kronkelende beken in brede beekdalen. Een natuurlijk watersysteem.

Gedurende de vorige eeuw gingen grote delen van het landschap op de schop. Woeste gronden werden ontgonnen, veengronden afgegraven en de ruilverkaveling verspreidde zich over het land. De moderne gemechaniseerde landbouw had behoefte aan grote, rechte percelen. Ook de natte beekdalen met natuurlijke watersystemen werden aangepakt. Kronkelende beken werden rechtgetrokken (genormaliseerd) om water snel af te kunnen voeren. Sloten werden gegraven om de grondwaterstand te verlagen en stuwen werden aangelegd om de waterstand te regelen. Zo was men in staat om ook de natte beekdalen om te zetten in landbouwgrond waar de boer met trekkers het land kon bewerken.

Echter… het klimaat verandert, zo zijn de voorspellingen. Drogere zomers en natte winters, met veel water in kortere periodes, staan ons te wachten. En we hebben hier al enige ervaringen mee opgedaan de laatste jaren. Denk maar eens terug  aan het najaar van 1998 toen het water in de kanalen van Groningen zo hoog stond dat het Groninger museum ontruimt moest worden. Het watersysteem moest worden aangepast en ‘watermanagement’ werd een populair woord. Er kwam meer aandacht voor waterkwaliteit, dus ook voor de Drentse beekdalen. Het huidige waterbeleid is zo, dat water zo lang mogelijk in het eigen gebied wordt vastgehouden en geborgen. Op veel plekken werden daarom waterbergingsgebieden ingericht zoals langs de A28 en de Onlanden. Sommige afwateringskanalen worden weer dichtgegooid, stuwen worden verwijderd, sloten worden gedempt en meanderende beken worden hersteld. Terug naar een natuurlijker watersysteem dus. (zie foto’s voor en na de beekherstel van het Groote Diep).  

Het gevolg is dat water langer in het gebied wordt vastgehouden. Drassige, bloemrijke hooilanden komen weer terug. Het water in de diepjes mag weer buiten de oevers treden. Er ontstaan tijdelijke, lokale meertjes op lager gelegen gebieden die het water weer langzaam vrijgeven zodra het kan. Ik kan daar enorm van genieten. Nog even en dan bloeien de Dotterbloemen weer. Van mij mag het water weer uit de bocht vliegen…..

Andre Brasse maart 2020