Uit het Roner archief: Bouw Doopsgezinde kerk in Roden

In de herfst van1937 gaf ds.Postma, doopsgezind predikant te Den Horn, de eerste stoot aan het doopsgezind werk te Roden samen met vijf in Roden wonende doopsgezinden. De dames H.Zondag-Dikema, J.Bieringa-Torenbeek, A.Luitjens-Westerdijk, gemeentesecretaris J.Buiteveld en echtgenote en twee belangstellenden, T.Annema en G.Riemersma resp. directeur en machinist van de zuivelfabriek. In het begin werd er ‘gekerkt’ in Den Horn. Eens in de maand reed er een ‘kerkbus’ naar de dienst in Den Horn. In de oorlog verbood de bezetter deze ‘buslijn’ en werd door ds. Verveld, Postma’s opvolger, eens per 14 dagen een preekbeurt verzorgd in het dorpshuis aan de haven. Na de oorlog besloten de Rodense doopsgezinden, ondanks de goede banden met Den Horn, zich aan te sluiten bij de Doopsgezinde Gemeente Groningen. Vooral de betere bereikbaarheid en de eventuele steun voor de toekomst aan de groep Roden gaven de doorslag. In 1950 kreeg de Kring Roden een eigen bestuur en de garantie dat er om de 14 dagen pro deo door één van de Groninger predikanten een dienst verzorgd zou worden. Een jaar later werd via de Doopsgezinde Gemeente Groningen een predikante voor de Kringen Haren en Roden beroepen en werd de eerste eigen dominee voor de Kring een feit. Al deze positieve ontwikkelingen zorgden voor een groei van de Kring met als gevolg een toenemende wens een eigen kerk te bouwen. In het dorpshuis ontbrak de sfeer en het lawaai van de lopende band met melkbussen van de tegenoverliggende melkfabriek, noodzaakte de predikant soms de preek even te onderbreken. Eind 1951 werd door de Groninger Doopsgezinde Gemeente en de vertegenwoordiging van de Kring Roden besloten een eenvoudig kerkgebouw te realiseren.

Jaarlijkse financiële bijdragen voor de exploitatiekosten werden toegezegd door de Regio Groningen en de landelijke organisatie.  

Op 14 juli 1952 kocht de Verenigde Groningse Doopsgezinde Gemeente een perceel grond aan de Padkamp van Zwaantje Everdina Liewes, gemachtigd door Berend Balk te Nuis. In april 1954 dienden de heren Dassel, Hiddema en Rooda namens de V.D.G.G. een aanvraag in bij de gemeente Roden voor het bouwen van een kerk. De aanvraag was vergezeld van een tekening van de architecten J.Kort en J.Zondag. Na goedkeuring begon aannemer W.van Huizen te Groningen met de bouw. De bouwkosten werden geraamd op ƒ 45.000.- en voor de inrichting werd ƒ 5500.-  begroot.

Het begin van de bouw, uitgraven en metselen van de fundering, begon op een voor Roden bijzondere wijze. Geen bouwvakkers, maar een groep van 34 studenten onder leiding van een Friese bouwkunde leerling van de Middelbare Technische School verrichtten de werkzaamheden in de zomervakantie. Allen behoorden tot de Mennonite Voluntarie Service, een organisatie vanuit de Doopsgezinde Gemeenten. Amerikaanse en Europese jongelui, die uit christelijke naastenliefde, werkkampen met een niet commercieel doel organiseerden. Zo was de Nederlandse tak in 1953 opgericht naar aanleiding van de Watersnoodramp. De werkstudenten kwamen voor het merendeel uit Nederland en Duitsland aangevuld met studenten uit Frankrijk, Zwitserland, België en Amerika. Tevens  maakten rooms- katholieken en één gereformeerde domineeszoon deel uit van de groep. Het dagverblijf was in het gele gebouw bij de ijsbaan in het Windgat. Hier werd dagelijks door twee wisselende deelnemers, tezamen met een vrijwilligster uit Groningen, gekookt en gegeten Tevens sliepen de meisjes er. De jongens overnachtten op de hooizolder boven de paardenstallen in het koetshuis van Huize Mensinge. Half augustus sprak de aannemer in een interview met het Nieuwsblad v/h Noorden zijn waardering uit voor hun bijdrage aan de bouw. Onder luid gezang hadden ze reeds 14.000 stenen verwerkt. Er werd 36 uur per week gewerkt. Ook was er tijd voor ontspanning, zoals zeilen op het Leekstermeer en gezamenlijk met jongeren uit Roden zingen in de ijstent.

Op 24 augustus 1954 legde de voorzitter van de kerkenraad G. Koedijk de eerste steen in het bijzijn van veel genodigden. Bijna een week later begonnen de echte bouwvakkers met de bouw van de kerk, die plaats zou bieden aan 200 personen. Op zondag 6 maart 1955 vond in een feestelijke dienst met vele genodigden de  ingebruikneming plaats. Een vurige wens van de Doopsgezinde Gemeente Roden ging hiermee in vervulling.

Uit het archief van de Historische Vereniging ‘Roon’