Uit het Roner archief: De goederentrein met diesellocomotief aan de Leeksterweg richting Helterbult.

Drachtster Tram door Roden  (3)

Na de Duitse bezetting was de toestand van het trammaterieel slecht. Veel locomotieven en wagens waren in de oorlog verloren gegaan. In mei 1945 waren slechts zes bruikbare locomotieven beschikbaar en nauwelijks kolen om de machines te laten draaien. Toen er weer wat  kolen  kwamen kon men op 28 mei 1945 met het materieel toch een heel bescheiden dienst beginnen. Geleidelijk aan werd de dienstregeling uitgebreid tot vijf retour ritten Drachten – Groningen per week.  Toch werd de lijn niet meer het succes van voor de oorlog. Geleidelijk werden steeds meer diensten door autobussen overgenomen. Het werd moeilijk voor de tram om te concurreren met de bussen, die veel flexibeler waren in het oppikken van personen dichter bij hun woningen. Toch heeft het nog tot begin 1948 geduurd voordat de lijn Drachten – Groningen stopte met het personenvervoer. De NTM en de autobusdienstonderneming ESA te Marum bereikten toen overeenstemming over de overname van de concessie voor het personenvervoer. Op 8 mei 1948 vervoerde de tram voor het laatst personen van en naar Roden. De laatste rit werd uitgevoerd met een stoomtram die grotendeels bestond uit materieel waarmee in 1913 de diensten waren begonnen. In Roden werd deze personentram opgewacht door de beide muziekkorpsen uit het dorp. In een feestelijke stoet ging het naar Hotel Zuiderveld. Naast de burgemeester, voerden tal van sprekers het woord waaronder R. Deodatus, voorzitter van de V.V.V. De heer G. Bulthuis bracht dank aan de heer W.Ekas, agent van de NTM in Roden en Mej. Clewits belichtte in het Drents dialect het bestaan en verdwijnen van de personentram.

De avond werd in een gezellig sfeer tot in de kleine uurtjes voortgezet. Het was half drie in de ochtend toen de personentram zich voor de laatste maal vanuit Roden in beweging zette.

Vanaf nu werd de Drachtster Tram alleen nog als goederentram ingezet. Het kolenvervoer naar de plaatselijke brandstofhandelaren was erg belangrijk. En verder was de tram voor de aanvoer van  o.a. kunstmest  onmisbaar voor de plaatselijke landbouwvereniging.

Het goederenvervoer was eigenlijk wat te zwaar voor de locomotieven. Veel Roners zullen zich de puffende en rokende stoomlocomotieven nog wel herinneren die met veel moeite vanuit de Groningerstraat de helling van het Julianaplein naar de Helterbult moest nemen. Soms moesten hier twee locomotieven aan te pas komen. In 1956 was de trambaan totaal versleten zodat deze vernieuwd moest worden. Dit was een te grote investering voor de NTM. Eerder waren er al pogingen gedaan om de exploitatie van de lijn over te doen aan de NS. De lijn werd dan ook per 13 juni 1956 eigendom van de NS.Destoomlocomotieven, die meer dan vijftig jaardagelijks verschillende  keren door het centrum van Roden reden, werden vervangen door veel krachtiger diesellocomotieven.

Ook het goederenvervoer per spoor nam geleidelijk af. Waar eerder de autobus een te grote concurrent bleek voor het personenvervoer werd nu de vrachtauto een steeds grotere bedreiging voor het vervoer van goederen per tram. In 1985 viel het doek, na 72 jaar in bedrijf te zijn geweest, definitief voor de tramlijn Groningen – Drachten. Veel vervoer ging de laatste jaren voor de spoorwegen verloren, waaronder het belangrijke vervoer van kunstmest voor de Landbouwvereniging in Roden. Dat was voor de NS de aanleiding om alle laad- en losplaatsen langs de route op te heffen. Dit was het einde van een bijzondere wijze van vervoer waarvan Roden vele jaren enorm heeft geprofiteerd. Allemaal dank zij de inspanningen van de Commissie voor het Snelverkeer die vanaf 1902 ijverde voor de zuidelijke route via Roden en Peize in plaats van de noordelijke route via Lettelbert en Oostwold.

Het lijkt er op dat de geschiedenis zich deels gaat herhalen. Inmiddels zijn er opnieuw discussies over een spoorlijn Groningen-Heerenveen- Emmeloord- Lelystad. Net als in 1902 wordt ook nu weer gekozen voor de noordelijke route. Voor de Roners betekent deze keuze dat ze zijn aangewezen op het station Leek aan de A7. In tegenstelling tot vroeger komt er deze keer geen enkele reactie vanuit de gemeente Noordenveld. De veel grotere (auto)mobiliteit van de huidige inwoners en de gewijzigde rol van het openbaar vervoer zullen hier zeker een rol in spelen.

Uit het archief van de Historische Vereniging ‘Roon’