Uit het Roner archief: De jonkvrouw stelt paal en perk

Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog 1914 – 1918  werden in meerdere gemeenten in Drenthe vluchtelingen uit België ondergebracht. Net als tegenwoordig ging de opvang niet altijd zonder problemen. In het schoolgebouw aan de Brink, de latere Scheepstraschool en nu Scheepstrakabinet, was een groep Franssprekende Belgische vluchtelingen ondergebracht, die bestond uit mannen, vrouwen en kinderen. In Roden waren velen begaan met het lot van de Belgen. Kort na de komst van de groep overleed een tweejarig Belgisch kind. Het werd onder grote belangstelling begraven op het kerkhof te Roden. Deze gebeurtenis heeft bij veel Roners een onuitwisbare indruk achtergelaten. Na verloop van tijd wist de groep, ondanks de taalbarrière, duidelijk te maken, dat men het eten niet lekker vond. Men dreigde in hongerstaking te gaan. Aangezien het eten echter op verantwoorde wijze was samengesteld en klaargemaakt vond men in Roden, dat de Belgen het dan ook maar moesten “slikken”. Het begrip “inspraak” had toentertijd nog geen opgang gemaakt. Niemand leek echter bij machte dit op afdoende wijze aan de groep duidelijk te maken. Ook de toenmalige burgemeester Gerardus van Wageningen, die echt zijn mannetje wel stond en door zijn uitstraling gezag inboezemde, wist niet hoe hier gehandeld diende te worden. Inmiddels hadden veel Roners zich al naar de school aan de Brink begeven, om te zien hoe het zou aflopen. Toen het protest echter grimmige vormen leek aan te nemen en de nood hoog opliep, was de redding nabij. Door haar beheersing van de Franse taal wierp mevrouw van Wageningen, de echtgenote van de burgemeester, zich op als bemiddelaarster. De parmantige burgemeestersvrouw, was vóór haar huwelijk als Jonkvrouw Helena Christina Alewijn hofdame geweest aan het hof van Koning Willem de Derde. De voertaal aan het hof was Frans waardoor zij kans zag om op gepaste wijze de Belgen, die zich inmiddels met verhitte gemoederen naar buiten hadden begeven, duidelijk te maken waar het om ging. Dat men in Roden best wel welkom was, maar moest eten wat de pot schafte. Tot niet geringe verbazing van de Roners, ze stonden erbij en keken erna, deinsden de Belgen terug. Ze dropen af en voegden zich. Tijdens de nog resterende periode van hun verblijf in Roden veroorzaakten ze nauwelijks nog problemen. De terughoudendheid van de Roners tegenover de “hofdame” sloeg in één klap om in genegenheid en respect. Men had gezien wat deze vrouw in haar mars had, meer dan men vermoedde. Na een periode van ziek zijn van de burgemeestersvrouw, waarin de juffrouw van de huishouding Reina Drewes en de achttien jaar oudere burgemeester veel sympathie voor elkaar hadden opgevat, verliet de jonkvrouw de echtelijke woning. Nadat in 1919 de scheiding was uitgesproken, traden Gerardus van Wageningen en Reina Pieternella Drewes, een Groninger middenstandsdochter, in oktober 1919 in het huwelijk. Burgemeester van Wageningen overleed op 14 januari 1934. Kort ervoor had hij een ongeluk gehad met zijn auto. Zijn tweede echtgenote bewoonde tot haar dood het bekende witte burgemeestershuis op de hoek van de Brink.en Raadhuisstraat  Mevrouw van Wageningen-Drewes, een vriendelijke vrouw met stijl en altijd keurig verzorgd, was een bekende verschijning in Roden. Als ze met de Drachtster tram naar “stad” reisde, had ze zelfs bij stralend blauwe hemel, een paraplu bij zich. Ze kwam vaak op het nippertje bij het station aan. Als men haar in de verte zag aankomen, werd er steevast even gewacht met het vertreksein. Op een keer, toen ze weer aan de late kant was, vertrok de trein voor haar neus. Ze had het nakijken en zal het zeker niet leuk hebben gevonden.Tijdens een provinciale vergadering op 22 april 1948 te Assen, van de Bond van Plattelandsvrouwen, waarvan ze presidente was, overleed ze. Ze werd bijgezet in het familiegraf van de van Wageningen op de begraafplaats te Roden.

Het schoolgebouw in de Schoolstraat nu Scheepstrakabinet, waar de Belgische vluchtelingen werden opgevangen in 1918,