Uit het Roner archief: Herinneringen van schoolmeester Zondag

Over de bekende schoolmeester Tale Zondag en zijn tijd in Roden is veel geschreven. Hij was dan ook een bijzonder mens die in de Roder gemeenschap van meer dan  honderd jaar terug nadrukkelijk aanwezig was. Meester Zondag, die een zeer brede interesse had, schreef op latere leeftijd, zo rond 1938, zijn herinneringen van een schoolmeester. Meestal behandelde hij dagelijkse voorvallen op school en dorp waarin hij zo lang een vooraanstaande rol had gespeeld.  Meester Zondag geeft hiermee een aardige ‘inkijk’ hoe in Roden door veel ouders in die tijd werd gedacht over het onderwijs en de pogingen om hierin verandering te brengen. Wat volgt is een gedeelte van de door hem geschreven herinneringen.  De spelling is aangepast, de stijl is niet gewijzigd.

 De school bestond in 1882 uit drie lokalen, in ieder lokaal zaten 60 a 70 leerlingen. Het schoolgebied omvatte het dorp Roden, Lieveren, Alteveer, Roderesch, Nieuw Roden (toen nog Ronerveld), Zulte, Haarveen, Leutingewolde en een gedeelte van Foxwolde. Tegenwoordig telt men in dezelfde omgeving 3 openbare en 2 bijzondere scholen met ongeveer 900 leerlingen (1938). In 1882 was het schoolverzuim ergerlijk, ruim 50%. Dit kwam gedeeltelijk van de grote afstanden, die vele leerlingen moesten afleggen, gedeeltelijk van de slechte wegen en paden (bijna alleen zand), maar ook daarvandaan dat vele ouders weinig prijs stelden op het onderwijs en de kinderen veel mee lieten werken. Als de kinderen thuis moeder vroegen of zij wel kon berekenen hoeveel 1/2 x 1/4 was, of vader vertelden dat de Donau een grote rivier is of dat Oldenbarnevelt in 1619 was onthoofd, dan schudde menig ouderpaar afkeurend het hoofd over die geleerdheid en durfde soms zeggen: “Meester mos jou die vreemde fratsen liever niet leren”. Goed lezen, schrijven en rekenen leren, lezen in de bijbel leren, dat was beter en voldoende. Wat is er al een drukte gekomen van dat “de Bijbel op school”! Zo was bij velen niet voldoende sympathie voor het neutrale onderwijs. Gaf ook al schoolverzuim. Een van de eerste verbeteringen, die het nieuwe hoofd hoopte in te voeren was inperking van het ergerlijk schoolverzuim, dat de resultaten van het onderwijs bedierf. Een beroep op den toenmalige burgemeester F.F.E.Borger vond een geopend oor. De leerplichtwet bestond niet, zou nog 20 jaar op zich laten wachten. Van dwang kon niets worden verwacht. Uitlokken tot getrouw schoolbezoek kon beproefd worden. Dat zou beproefd worden door een jaarlijks schoolfeest met enige bepalingen als voorschriften tot getrouw bezoek, naast enige regelingen tot inperking van feestgaven. Wie in een schooljaar geen enkel verzuim had, kreeg een ereprijs, wie niet boven 5 verzuimen had gemaakt, kwam tot een minder hoge ereprijs, wie beneden 50 verzuimen had, mocht meetrekken van een tombola, wie tussen 50 en 100 verzuimen in de schuld stond, mocht het gehele feest meemaken, ook deelnemen aan de wedstrijden, maar wie voor boven het getal van 100 verzuimen aangetekend stond, werd niet tot het schoolfeest toegelaten. ‘t Was jammer, dat er de eerste 2 a 3 jaren nog telkens twee a drie zulke patiënten waren. Eindelijk bleven ze weg. Sommige verzuimen (door ziekt) telden niet mee. Gelukkig sloeg de regeling in, zowel bij de kinderen als bij de ouders en het publiek. Achtereenvolgende jaren werden wij door milde giften in staat gesteld het jaarfeest te vieren. Ofschoon de giften wel langzamerhand kleiner werden, konden wij het 19de jaar toch rondkomen. En het resultaat? Zo weinig schoolverzuim en wel in bijzonder in de hoogste klassen, dat het onderwijs geregeld door kon gaan en dat nadelig telkens terugtesten niet nodig was. Toen kwam de leerplicht en daarmee eindigde het 19jarig tijdperk. En toen? De eerstvolgende jaren meer verzuim. Later werd het beter, maar het getal 0 verzuimen konden wij niet meer bereiken.

Behalve schoolmeester was meester Zondag (1850-1941) ook koster en organist van de NH kerk aan de Brink. Op de foto het moment waarop hij afscheid neemt.