Uit het Roner archief: het werkkamp aan de Esweg

Eind 1930 wordt de crisis sterk merkbaar in Nederland. Veel bedrijven gaan over tot het ontslaan van personeel. Er ontstaan allerlei hulporganisaties ten behoeve van de vele werklozen. Het gemeentebestuur van Roden wordt december 1933 benaderd door zo’n hulporganisatie uit Groningen. De Centrale voor werklozenzorg van de Landarbeidersbond onderdeel van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). Het is de bedoeling voor de drie noordelijke provincies een werklozenkamp op te richten en dit langzamerhand uit te breiden met gebouwen voor het houden van vergaderingen en congressen. Burgemeester  en wethouders zien wel mogelijkheden en geven toestemming voor  het opmaken van plannen hiervoor.

Omdat het terrein minstens zes hectare groot moet zijn, wordt gedacht aan een perceel bosgrond aan de zandweg Nieuw-Roden – Steenbergen (Esweg). Ook de Raad is positief en besluit tot medewerking. Na een gesprek met het Comité voor werklozenzorg wordt besloten tot uitgifte van het bosperceel in een altijd durende erfpacht. De Stichting voor Werklozenzorg maak in allerijl de plannen klaar en dient de bouwaanvraag in. Op 22 mei 1934 verleent de gemeente de vergunning voor het bouwen van een houten gebouw. Als enige voorwaarde wordt vermeld, dat de rooilijn minstens 50 meter uit de as van de voorgelegen zandweg (Esweg) ligt. Hoewel nog niet officieel geopend blijkt in februari 1936 het kamp reeds aanleiding te zijn voor vragen.  Raadslid Piek meldt in de vergadering dat werklozen uit het kamp gratis arbeid verrichten in de bossen van mejuffrouw Kymmell. Hij is van mening, dat de jeugdige werklozen in Roden hiervan schade ondervinden. Het initiatief tot uitvoering van de werkzaamheden is uitgegaan van het werkkamp, meldt raadslid Vroom. Ook de volwassen werklozen ondervinden geen schade, omdat dit werk anders niet uitgevoerd zou zijn geworden. De officiële opening vindt kort daarna plaats op 20 april 1936 door prinses Juliana. Omdat er een talrijk publiek van buiten de gemeente wordt verwacht, vraagt het college van B en W extra politietoezicht van 22 marechaussees te paard en 4 of 5 man te voet en 20 rijksveldwachters. Voorafgaand aan het hoge bezoek krijgt de zandweg een behoorlijke opknapbeurt.

Per periode van 9 weken verblijven er ongeveer 140 mannen. Overdag wordt er gewerkt en ’s avonds wordt er aan ontspanning gedaan, o.a. pijprookwedstrijden georganiseerd door van Nelle. Op woensdagmiddag wordt er onderwezen in de Nederlandse taal, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis. De Duitsers maken in de oorlog gebruik van het kamp evenals daarna de Canadezen. Wegens het grote gebrek aan woonruimte wordt in het dan leegstaande hoofdgebouw vier gezinnen ondergebracht. In maart 1950 wordt deze situatie in de Raad besproken, want het Comité voor werklozenzorg is van plan het kamp te herstellen en weer in gebruik te nemen. Doordat het terrein sinds 1940  niet meer overeenkomstig het doel wordt gebruikt, wordt in 1953 met de Stichting Provinciaal Comité voor Werklozenzorg overeengekomen de erfpacht te beëindigen. Vrijwel direct daarna dient zich een nieuwe huurder aan in de vorm van de Nederlandse Jeugdherbergcentrale voor het vestigen van een jeugdherberg in het paviljoen.  Na een verbouwing vindt de officiële opening plaats op 17 juni 1955. Onder het spelen van het Wilhelmus door “Noordenveld” en “Oranje” wordt door de CdK mr. J. Cramer de Nederlandse vlag gehesen, gevolgd door de N.J.H.C. vlag.  Deze 54e jeugdherberg, onder leiding van de herbergouders Rutgers, krijgt de naam ‘De Zwerfsteen’. In 1957 vindt raadslid H. van Wijk in het veld een grote kei. Deze wordt uitgegraven en zeer toepasselijk bij de jeugdherberg geplaatst. In april 1985 wordt besloten wegens bezuiniging zoveel mogelijk onrendabele gemeentelijke eigendommen af te stoten, waaronder de jeugdherberg. De N.J.H.C. haakt af als koper wegens de hoge kosten van achterstallig onderhoud in combinatie met de gevraagde prijs. De heer P.J. Duijn, sedert 1 januari exploitant van de jeugdherberg, verklaart zich bereid het terrein ter grootte van 2,2 hectare, het gebouw en de bungalow te kopen. De verkoop wordt gesloten onder voorwaarde dat het gebouw mede gebruikt zal worden als jeugdherberg tot het tijdstip, dat de N.J.H.C. afstand doet van dit gebruik. Enkele jaren later gebeurt dit inderdaad. Tegenwoordig is het ingericht als groepsaccommodatie met diverse programma’s, zoals bedrijfstrainingen, vergaderingen ,en  survivals. Denise en Dirk Duijn zijn de huidige drijvende krachten van dit centrum onder de bekende naam ‘De Zwerfsteen’. Foto: Het werkkamp aan de Esweg te Roderesch in 1938

Uit het archief van de Historische Vereniging ‘Roon’