Uitstapje

column-cees-blaiwborst

Jaarlijks gaan we met de Vogelwerkgroep IVN Roden één of twee keer naar het Lauwersmeer. Dat is nog altijd hét gebied waar je veel vogelsoorten op één dag kunt noteren, zeker wanneer de excursie in mei plaatsvindt. Naast broedvogels zijn dan nog tal van doortrekkers te zien en is het heel goed mogelijk meer dan 100 soorten op een dag te scoren, een ongekend hoog aantal. Zoveel zagen we er niet, maar dat had ook te maken met de (vrij late) vertrektijd, 9.00 uur vanaf de Brink in Roden.

Voor mij hield dat in dat ik tussen 4 inventarisatierondes een dagje kon uitslapen, want nu stond ik ‘pas’ om 7.00 uur op. Voor de monitoring van broedvogels moet je in deze tijd een stuk eerder uit de veren. De regels schrijven nu eenmaal voor dat je een uur voor zonsopgang in het veld aanwezig moet zijn; bij aanvang van het ochtendgloren. Nu is dat om ca. 4.30 uur en mensen die zo vroeg wakker zijn weten dat de Merel dan al aan het zingen is. Het betekent dat de wekker op 4 uur staat om er op tijd bij te zijn. Als je dan een dagje tussendoor hebt dat je er pas drie uur later uit hoeft ervaar je dat als uitslapen. Desalniettemin word je toch wakker als het nog donker is en zou je eropuit kunnen trekken. Zelf zou ik er wel voor voelen om voor een uitstapje naar het Lauwersmeer bij het krieken van de dag te vertrekken, daar krijg ik de handen niet meer voor op elkaar. Pakweg 15 jaar geleden vertrokken we wel eens om 6 uur ‘s ochtends, maar dat was toen. Misschien dat er nog een groepje mensen voor is te enthousiasmeren, waarschijnlijk zullen dat er niet echt veel zijn. Nu was de groep met 16 deelnemers behoorlijk groot en daarbij waren beginnende vogelaars die een cursus bij IVN Roden hadden gevolgd. Voor enkelen van hen werd het een ware ontdekkingstocht, want tijdens de excursie werden vele soorten waargenomen die ze nog niet eerder hadden gezien.

Als één van de eerste was daarbij de majestueuze Zeearend die in de buurt van de vogelkijkhut bij het Jaap Deensgat pal boven onze hoofden kwam overzeilen. Voor mensen die deze ‘vliegende deur’ voor het eerst zagen was het een overweldigende ervaring. Voor hen kon de dag niet meer stuk. Maar daarmee was de koek nog lang niet op. Op dezelfde plek liet een Baardman zich aan de rand van een rietzone bewonderen. Als je niet beter wist, zou je denken met een tropische vogel te maken te hebben, zo mooi. Misschien is de Blauwborst (archieffoto, Pia Zomer) een ietsje minder mooi, maar ook dit is een fraaie verschijning. Aan de Groningse kant van het meer liepen we een eindje het Ballastplaatbos in, want onder de bosvogels die we op de lijst zouden kunnen noteren bevond zich wellicht de Wielewaal. We hoefden niet eens ver het bos in te trekken om hem te horen, want het karakteristieke ”Duu-de-lio” werd vol verve gebracht en hoorden we op grote afstand. Aan de Friese kant is de Ezumakeeg dé plek waar je moet zijn. Dat weten alle vogelaars en dus is het er vaak druk. Nu was het er heel erg druk en dat had vast te maken met de ‘Nationale Vogelweek’ die Vogelbescherming Nederland toevallig net deze week had georganiseerd. Daardoor stonden er rijen mensen en kon het zelfs gebeuren dat een scooter achterop een auto knalde hetgeen de bestuurder een paar gekneusde ribben opleverde. Dat was minder leuk.

Van tevoren kijk je op bepaalde websites wat er een dag eerder is gezien. Een gemelde Rosse stekelstaart hield zich schuil en zagen we dus niet en waren Witwangsterns verder getrokken. Maar er vloog wel een Witvleugelstern rond en er waren vrij veel Dwergmeeuwen te zien. Onder de vele steltlopers bevonden zich enkele Steltkluten die hun naam eer aandoen, want wat een lange stelten hebben ze en wat zien ze er daardoor elegant uit. Na van het vele fraais te hebben genoten (je komt er ogen te kort) werd de dag afgesloten met een bezoek aan het uitkijkpunt aan de noordkant van het Zomerhuisbos. Vanaf deze bult kun je genieten van het spectaculaire uitzicht over de Kollumerwaard. Zelf ben ik er misschien wel 50 keer geweest, maar telkens maakt het weer diepe indruk op me. Dat gold tevens voor verscheidene mensen van ons gezelschap die er voor het eerst waren. Het is een echte aanrader!

Voor bijzondere vogels hoef je natuurlijk niet ver te rijden; we hebben hier immers ‘De Onlanden’. Daar kun je ze horen en zien langs mooie fiets- en wandelroutes. Zaterdagavond las ik dat daar ook een Witvleugelstern was gezien. En passant werden Kleinst waterhoen, Porseleinhoen en Purperreiger gemeld. En ach, waarom zouden ze bijzonder moeten zijn; van ‘gewone’ vogels kun je ook genieten.