Vakantieburen en vakantieliefdes

    “Rood zijn de daken; Blauw is de lucht; Geel zijn de halmen; Groen is het gras; Wit is het zand; Dat zijn de kleuren van Schellingerland”. Zomervakantie vierden we dit jaar dus op Terschelling. Compleet met echte vakantieliefdes.

    In januari reserveerden we een tentplaats op het ‘hondenveld’ van de Staatsbosbeheer camping bij West-Terschelling. Toen rende onze twee maanden oude pup ‘Duvel’ nog door de woonkamer. We keken er naar uit, om met haar over het strand te rennen. Helaas moesten we haar al in april laten inslapen als gevolg van een niet te genezen, aangeboren nierafwijking.

    De tentplaats met hond hebben we vastgehouden want de camping bleek al snel volgeboekt. Om ons heen dus kampeerders met een grote diversiteit aan honden. Allemaal met een eigen verhaal. Via de honden kom je al snel in contact met hun ‘baas’. We ontkwamen er niet aan om uit te leggen waarom wij geen hond bij ons hadden.

    Onze eerste buurhond was een herplaatste bouvier. Schat van een hond maar raakte bij overprikkeling van de leg, net als haar vorige bazin, kregen we mee. En dat overprikkelen gebeurde nogal eens als de bouvier van twee tenten verderop passeerde. Dan maakte onze ervaren buurman een snoekduik naar de hondenriem. Aan de andere kant logeerde een vriendelijke ‘Kooiker’ die ons kwispelend begroette als we voorbij liepen.

    Tijdens het weekend kregen we aan beide kanten nieuwe buren met nieuwe honden. Een vrolijk fietsend gezin met twee honden in een fietskar. Er volgde een vriendelijke welkomst begroeting… dacht ik. Uit het schattigste hondje kwam een zwaar gegrom dat uit het puntje van haar staart leek te komen en het lipje trok iets omhoog. Ze bleek niet van mannen met baarden te houden. Het is gedurende onze vakantieweek niet meer goed gekomen.

    Aan de andere kant logeerde ‘Sacha’, een bruin witte Friese Stabij. Ze deed ons sterk denken aan onze vorige hond ‘Droes’. Ook een bruin witte Stabij. Sacha is een van de liefste honden die ik ooit heb leren kennen. Mijn eerste vakantieliefde deze zomer. Dagelijks kwam ze enthousiast een knuffel halen. Ging voor ons op de rug liggen en vond het heerlijk om gekriebeld worden. Sacha had zo met ons mee naar huis gemogen.

    En dan was er mijn tweede vakantieliefde, de ‘dikke rooie’. Een Roodborstje dat regelmatig op bezoek kwam. Ze schooierde om stukjes brood en was zo brutaal dat het de tent binnen hipte om het op te halen. Ik heb enorm van haar vrolijke kraaloogjes en gesjilp genoten. Later zag ik dat ze nog een jong aan het voeren was. Echter, al snel bleek ons campingveld een Roodborstarena. Er vloog nog een, iets afstandelijker, ‘dunne rooie’ rond. Zij bleek de sterkste. De ‘dikke’ bleef enige dagen weg om vlak voor ons vertrek terug te keren.

    Rode daken en Roodborstjes op Terschelling? Niks rood, volgens mij zijn zowel de daken als de borst van het Roodborstje oranje van kleur. Maar het mag de pret niet drukken. We hebben een heerlijke vakantie op het eiland gehad. Met toffe buren en zoals het er nu uit ziet komt er weer een hond in ons huis. Roodborstjes hebben we al in de tuin.

    Andre Brasse, augustus 2021, nr. 50