Vakantiepark Meerzicht verkocht, huisjeseigenaren bezorgd

‘Mijn hele jeugd ligt op Meerzicht’

MATSLOOT – Als Arnaud Sprenger aan de zomers van zijn jeugd denkt, denkt hij aan zonneschijn, waterpret en ellenlange vakanties. Arnauds ouders hadden een huisje op vakantiepark Meerzicht, aan het Leekstermeer. ‘Tot mijn twintigste ging kwam ik vanaf de grote schoonmaak in het paasweekeinde elk weekend en de hele zomervakantie in ons huisje in Meerzicht. Ze kochten het huisje in 1972.’

In die tijd waren de huisjes die bij Meerzicht stonden nog niet zo goed voorzien als nu. ‘Er waren geen nutsvoorzieningen. Water haalde je met een emmer uit de pomp. Er was geen riool, maar wel een septictank en stroom kwam uit een 12 volts accu. Ik herinner me dat we naar een Duits nagesynchroniseerde western keken op een klein zwart-wit tv’tje en dat het beeld steeds kleiner werd. De accu raakte leeg. Mijn vader heeft toen de accu uit de auto gehaald, zodat we de film uit konden kijken. Ondanks het gebrek aan voorzieningen was het een groots bezit waar mijn ouders enorm trots op waren. Ik heb er een geweldige tijd gehad. Mijn opa en oma hadden hier ook een huisje en ik mocht altijd kiezen of ik bij mijn ouders, of bij mijn opa en oma ging eten. Dan inventariseerde ik eerst even wat er gegeten werd en baseerde mijn keus daar op.’

Tot het eind van de jaren 90 ging het park met de tijd mee, en kwamen er steeds meer voorzieningen. In de glorietijd stonden er 95 huisjes. ‘Die huisjes waren net zo goed voorzien als gewone huizen, maar natuurlijk een stuk kleiner. Daarna stagneerde het. 15 jaar geleden ging het paviljoen dicht. Plekken die vrijkwamen werden niet meer opgevuld en er kwam ook geen initiatief van de beheerder wat dat betreft. Oevers en steigers raakten vervallen en werden gevaarlijk. Of de beheerder nu geen budget had, of geen zin omdat hij het park wilde gaan verkopen, dat weet ik niet. Inmiddels zijn er nog maar 50 huisjes over. Deze huisjes zijn overigens wel echt goed onderhouden en het zijn huisjes waar veel geld in is gestoken. Het is echt een klasse beter dan veel andere parken in Nederland die momenteel door grote investeerders met de grond gelijk worden gemaakt.’
Op 16 november viel er een brief op de deurmat, het park is opgekocht door Europarcs uit Apeldoorn.
Arnaud snapt best dat er een investeerder ingestapt is, al vindt hij het niet te verkroppen dat er nu voor de eigenaars beslist wordt. ‘Ik heb nooit gesnapt dat er niet iemand met een grote zak geld naar voren gestapt is. Deze plek is echt een onontdekte parel. Qua locatie, natuur en bereikbaarheid. Je zou er iets heel moois van kunnen maken. En dan bedoel ik niet een park waar de huisjes een eenheidsworst zijn.’
Voor de familie is het een bittere koek, al gloort er een sprankje hoop. ‘Toen mijn vader overleed werd het voor mijn moeder te emotioneel om er nog te komen. We weten niet wat we met het huisje willen, verkopen of houden. Maar we willen dat zelf beslissen. Het kan toch niet dat we het kwijtraken door een partij die zich voordoet als familiebedrijf uit Apeldoorn, terwijl er steenrijke Amerikanen aan de touwtjes trekken?’
In januari valt het doek, hoewel de bewoners de moed nog niet helemaal opgegeven hebben. ‘Je bent eigenaar van het huisje, maar je huurt de grond. Het huisje kan er niet afgehaald worden. Als de grond verkocht wordt, heb je als huurder geen rechten. Het is echt een David versus Goliath-verhaal. De politiek kan er een stokje voor steken en daar is men al mee bezig omdat het nu in heel Nederland aan de gang is, maar dat komt voor ons te laat. Wel zijn er bewoners die proberen het tij te keren. We wachten het af, maar heel veel hoop hebben we eerlijk gezegd niet.’