‘Van heren tot stand tot mannen met eelt in hun hand’

IJsvereniging Leek bestaat 150 jaar

LEEK – Het was niet meer dan logisch dat Ietse-Willem Ploeg jaren geleden bestuurder werd bij IJsvereniging Leek, waar hij nu al 15 jaar de voorzittershamer hanteert. Het schijnt familietraditie te zijn, want zijn vader zat ook altijd in het bestuur. Hij groeide er mee op en was hier van kleins af aan dan ook altijd te vinden. “Schaatsen is dé wintersport in Nederland, een soort van cultureel erfgoed. Op het moment dat we kunnen schaatsen worden mensen vrolijk, vervallen rangen en standen en worden we één met elkaar.” Trots praat Ietse-Willem over IJsvereniging Leek die dit jaar een nieuw jubileum heeft te vieren: haar 150-jarig bestaan.

Hij vertelt over het afgelopen schaatsjaar, over dat er in februari tijdens de coronamaatregelen kon worden geschaatst. Ze hadden een reserveringssysteem waarbij er in tijdssloten van anderhalf uur lang 250 mensen de baan op mochten. Omdat het meestal vol zat, moest het bestuur besluiten alleen leden te laten schaatsen. Dit had tot gevolg dat mensen alsnog lid werden. “Uiteindelijk besloten we een ledenstop in te voeren omdat de administratie ’s nachts nog kaartjes zat uit te schrijven.” Maar met deze grote aanwas heeft de vereniging nu wel bijna 2.000 leden.

“We hebben het over begin 1800 toen het korte baanschaatsen met name in Friesland heel populair werd.” Voor grote geldprijzen kwamen heren voor 160 meter en dames voor 140 meter naar de baan, recht toe, recht aan. Langzamerhand bereikte deze hype ook Leek en zo besloot een kroeghouder in 1848 hier een wedstrijd te houden. Ook hier kwam veel publiek op af. Later, de winters waren koud en lang, besloot een aantal heren de koppen bij elkaar te steken en een ijsvereniging op te richten met als doel wedstrijdschaatsen. Toen werd de vereniging geleid door vooral notabelen. “De vorige voorzitter verwoordde het in zijn boek ‘125 jaar IJsvereniging Leek’ heel treffend”, aldus Ietse-Willem, “het bestuur heeft zich ontwikkeld van heren van stand tot mannen met eelt in hun hand.”

Toen de vorige voorzitter aan zijn boek werkte moest hij het vooral doen met wat toen bekend was omdat er nog geen internet was. Hij haalde alles uit de notulenboeken die vanaf de oprichting bewaard waren gebleven. “Hij zat dagenlang te bladeren in de zeven boeken die er inmiddels zijn.” Ietse-Willem dook later ook in de geschiedenis maar kon daarbij gebruik maken van kranten die inmiddels gedigitaliseerd waren. Hij wijst op oude krantenartikelen, afgedrukt op de grote tafel die midden in het clubgebouw staat. “Kijk, bij de eerste Leekster toertocht was Jan Uitham de nummer 2.” Dat er altijd veel cracks meededen blijkt wel uit het artikel uit 1964 dat de voorzitter vond. Volgens de krant was de winnaar toen Jan Bots. “Een foutje, want het bleek te gaan om de toen nog jonge en onbekende Jan Bols, leuk om te ontdekken.”

De rode ijsbaan

In de beginjaren werd er elke winter geschaatst op de met water ondergestroomde polder op Nienoord. “Er werd dan met de heren van Nienoord overlegd welk stukje kon worden gebruikt om een baan uit te zetten.” Met het verbeteren van de waterhuishouding begin 20e eeuw werd er besloten een ijsbaan aan te leggen aan de achterkant van de huidige ijsbaan. Men was niet tevreden met de plek waar veel wind stond en zo werd ervoor gekozen eind jaren ’30 te verhuizen naar het centrum. “Ze noemden het de rode ijsbaan, omdat het bloedwater van de naastgelegen slachterij de baan op stoomde.” Vanaf 1964 is de 400 meterbaan weer gevestigd op Nienoord, aan het Leekster Hoofddiep, waar het water binnenkort weer uit wordt gepompt. “We hebben bij elkaar maar 25 graden vorst nodig om te kunnen schaatsen, 5 nachten van -5 en overdag niet boven nul.” Ietse-Willem kijkt er weer reikhalzend naar uit.

Hij is trots op één van de oudste schaatstrofeeën die de vereniging rijk is, de Leekster Tak. De legende gaat over de tijd dat Noord-Nederland onder water stond en dat de Germanen uit Friesland op de schaats naar Leek kwamen. Van de grote hulstboom bij Tedema in Nietap werden dan takjes gehaald en mee naar huis genomen, als bewijs dat ze in Leek waren geweest. “Het was de talisman om mensen veilig de winter door te brengen.” Later is dit hulsttakje verworden tot een Leekster Tak en met huisvlijt werd de tak voorzien van papieren bloemetjes. Deze werd later verkocht door winkeliers. “Had je er één gekocht, dan had je een prestatie geleverd door hier op de schaats naar toe te komen.” Nog steeds worden de takken gemaakt door een aantal vrouwen, voorheen lid van de Vrouwen van Nu, sinds kort ingelijfd door de ijsvereniging. In de rijke geschiedenis vond Ietse-Willem een artikel uit 1929, waarin de winnaar een zilveren Leekster Tak en 100 gulden kon winnen. “Je moet je voorstellen dat dat in die tijd bijna 3 maandlonen waren.”

Leekster toertocht

De leukste herinnering als bestuurslid heeft de voorzitter aan de winter van 2009/2010. De winter dat er heel veel sneeuw lag en dat het bestuur en al hun vrijwilligers het voor elkaar hebben gekregen de Leekster toertocht te organiseren. Een van de weinigen die door kon gaan. Toen de pers er lucht van kreeg en het als een lopend vuurtje rondging werden ze deze dag bijna onder de voet gelopen. “De medailles waren op en we hebben nog avonden gezeten om deze na te sturen.” Als jongen van 15/16 jaar heeft hij de mooiste herinneringen aan de winters van ’85 en ’86. De sfeer van de Elfstedentocht in 1985 had hem dusdanig geïnspireerd dat hij als 16-jarige werd meegenomen door een van de bestuursleden van de ijsvereniging, om de tocht der tochten zwart te rijden.

Het bestuur is toekomstgericht. Ze konden niet anders dan nadenken over wat de klimaatverandering voor de vereniging gaat betekenen. “We willen nog zeker 150 jaar bestaan en willen daarbij nog met enige regelmaat onze schaatsen kunnen onderbinden.” Ze hebben er het grootste belang bij en ze werkten dan ook een plan uit om energieneutraal te worden. Het betekent bovendien dat ze de lasten laag kunnen houden. “We verwachten in 2023 geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken en dat we zelf onze energie opwekken.”

Hoewel hij in het voorjaar altijd even verdrietig is als het water, na een winter zonder ijs wegloopt, wordt hij blij zodra het vriest. “Waar ik helemaal vrolijk van word is als ik zelf het eerste rondje mag maken.” Vanaf 1 november kijkt Ietse-Willem ’s ochtends als eerste naar het weerbericht. Hij kijkt naar de korte termijnvoorspellingen maar volgt ook dagelijks de weermodellen op de lange termijn.

Ietse-Willem is verknocht aan de vorstperiode en geniet ervan als hij met het bestuur, wat vooral een vriendengroep is, in het clubhuis kan napraten onder het genot van een glaasje beerenburg. “Dit doen we pas als iedereen weg is hoor, we hebben natuurlijk wel een verantwoordelijkheid.” Dat legt hij ook z’n 19-jarige zoon uit, die hier net als hij niet is weg te slaan. Een nieuw bestuurslid in spé lijkt te zijn geboren.

Op 5 december viert IJsvereniging Leek haar 150-jarig bestaan. “We willen dit seizoen graag groots uitpakken, maar daar hebben we wel één ding voor nodig. Natuurijs.”