Van tuingif naar boekdrukkunst

Bij ons groeit het gif in de tuin. In de vorm van Digitális Pupúrea. Bij veel mensen beter bekend onder de naam vingerhoedskruid. Een prachtige plant maar met giftige bladeren. Giftig of medicinaal, het is maar hoe je het bekijkt en gebruikt. In oude kruidenboeken wordt het een van de waardevolste geneeskruiden beschreven. Al in de dertiende eeuw werd het middel gebruikt bij hartklachten, absessen, zweren en hoofdklachten. Aldus het ‘kruydtboeck’ uit 1581. Ik zou het niet proberen en naar de huisarts gaan.    

De naam Digitális zette me aan het denken. Digitális, digitaal, ligt hier ergens een relatie met internet en de digitale tijd waarin we leven? Digitale vormen van communiceren? Nee dus, helemaal niet. Digitális komt van het Latijnse woord digitus ‘vinger’. En Digitálus komt van vingerhoed of handschoen heb ik ergens gelezen. Hier ligt de sleutel tot de Nederlandse naam van de plant ‘vingerhoedskruid’.

Mijn gedachten zochten verder naar koppelingen tussen natuur, digitaal communiceren, ‘Kruydboeck’ en schrijfkunst. Lekker warrig in mijn hoofd, beelden schoten van link naar rechts op zoek naar aanknopingspunten. De eerste grottekeningen, gemaakt met natuurlijke kleurstoffen op rotswanden. Ineens dacht ik terug aan de brief met mooie sierlijke krulletters dat ik ooit in een Belgisch museum zag liggen. Het bleek een brief van Napoleon, geschreven met een ganzenveer, gedoopt in inkt. Ganzenveer, natuurlijk. Waarschijnlijk schreven monniken ook met ganzenveren of met kwasten van marter- of dassenhaar. Naast de brief van Napoleon lag een prachtige oude getekende handleiding hoe je een ‘pen’ maakt van een ganzenveer. Binnenkort toch eens proberen zelf te maken.

En de inkt? Eeuwenlang werd inkt gemaakt op basis van natuurlijke grondstoffen. Al zo’n 2500 voor Chr. werd inkt uitgevonden in onder andere Egypte en China. Verschillende inktsoorten gemaakt van oa roetdeeltjes, beenderlijm, ijzerzouten, walnotenolie en terpentijnharsen.

Blijkbaar ligt hier een ‘latente’ liefhebberij van mij. Ik ben verzamelaar van vulpennen, inktsoorten, kroontjespennen en zegellak. Ooit kocht ik een kalligrafie set om te leren schoonschrijven maar dat is er nog niet van gekomen. Het setje ligt er nog altijd te wachten in de lade van mijn onlangs aangeschafte houten secretaire. Nog zo’n aanwijzing, die onbedwingbare wens om oude secretaire aan te schaffen. Om te kunnen schrijven op zo’n mooi groen vilten blad in een sierlijke houten kast vol laatjes. In deze secretaire liggen ook al mijn schrijf en schildermaterialen opgeslagen. Waaronder een marterharen kwast en oude houten kroontjespennen, beide geërfd van mijn ouders.

Hout? Wat hebben hout en schrijven met elkaar te maken? Ach natuurlijk, kroontjespenhouders, lekker ruikende cederhouten potloden en natuurlijk de beuk. De woorden boek en beuk komen mogelijk van het Duitse Buch. Buch komt van Buche, het Duitse woord voor Beuk. Daar ligt een link met boekdrukkunst. De eerste boekdrukpers is ontwikkeld in Duitsland. Beukenhout werd gebruikt om de letterplanken en gravures voor de pers van te maken. Beukenhout is daarvoor zeer geschikt omdat het niet splintert. Ten minste zo is mij dat uitgelegd.  

Boekdrukpersen in die vorm bestaan niet meer. Alles gaat digitaal. Mijn kinderen lezen sowieso geen boeken meer. Ook studie’boeken’ staan op de pc en tablet. Een boekenkast hebben ze niet. Het doet me goed als ik tijdens het digitaal vergaderen een blik in het kantoor van mijn collega’s werp. Vrijwel overal zie ik boekenkasten vol boeken. Toch een andere generatie. Vraag me af of de jeugd weet wat een ganzenveer pen is.