Veenhuizen-trainer Marcel van Veenen

VV Veenhuizen Marcel van Veenen

‘We hebben ons plafond nog niet bereikt’

VEENHUIZEN – Het ‘nietige’ Veenhuizen schoot als een komeet van de vijfde naar de derde klasse. Maar de rijzende ster van het amateurvoetbal is nog niet van plan weer terug te keren naar de basis. “We gaan er vol op. Kom maar naar Veenhuizen!”, balt hoofdtrainer Marcel van Veenen de vuisten.

Optimisme viert hoogtij aan sportpark ‘Achter de Molen’. Niet zo verwonderlijk. De galavoorstelling tegen SC Angelslo smaakt naar meer. In het pre-seizoen versloeg Veenhuizen onder meer Grijpskerk, ook derde klasser, maar met eerste klasse-ervaring. Van Veenen: “Het moraal is goed. Het vertrouwen is er. Dat blijkt ook uit de terugkeer van Jonathan Auwen, die gestopt is als veldspeler. Auwen – Veenhuizen’s doelman Mark Tip is vertrokken naar GRC- is na enkele jaren afwezigheid terug in het doel . Hij pakte meteen een paar goede ballen. Daar krijgt de groep ook vertrouwen door. In de derde klasse zal er hard gewerkt moeten worden en dat doen ze nu al heb ik ondervonden. We hebben gekozen voor een zwaardere voorbereiding. Naast de reguliere trainingen een minitoernooi met Helpman (derde klasse) en The Knickerbockers (tweede klasse), oefenen tegen derde klasser Asser Boys en in de beker speelden we tegen tweede klasser ZFC Zuidlaren, SC Stadspark uit de derde klasse en De Griffioen, altijd een sterke tegenstander. Tegenstanders van behoorlijk kaliber. Aan de training zie je het hogere niveau. Het plafond is nog niet bereikt. Ik heb ons doel nog niet geformuleerd, maar duidelijk is dat er nog rek in deze groep zit. Als je de competitie bekijkt, met De Weide, afkomstig uit de tweede klasse, clubs als Hollandscheveld, SJS. Waar staat Veenhuizen dan vraag je je af. We moeten niet alleen blij zijn dat we tegen deze toppers mogen spelen, maar ook proberen om ervan te winnen. Het is niet alleen maar hopen om erin te blijven. Ik wil net als vorig jaar eindigen. Er vol op gaan, met goed voetbal. Mentaal zijn we sterk. De uitdaging aangaan, daar is deze groep wel van. Ik zou eraan toe willen voegen: kom maar op, naar Veenhuizen.”