Veenhuizen verkocht aan erfgoedconsortium

‘Nu is er eindelijk duidelijkheid en liggen de kaarten weer open’

VEENHUIZEN – Na een lange periode van onzekerheid kwam er afgelopen week eindelijk duidelijkheid over de toekomst van Veenhuizen. Het door het Rijksvastgoedbedrijf af te stoten ensemble van ongeveer 80 gebouwen komt binnenkort in handen van een consortium bestaande uit de Nationale Monumentenorganisatie, BOEi en het Drentse Landschap. Daarmee lijkt de toekomst van het erfgoed veilig gesteld.

Directeur Sonja van der Meer van het Drentse Landschap is ‘enorm opgetogen’ over het nieuws dat het ensemble gegund is aan het erfgoedconsortium. ‘Je leeft naar dit moment toe,’ zegt zij. ‘De afgelopen twee jaar hebben we heel veel tijd en energie in de procedure gestoken. We hoopten dat dat zou worden beloond.’

In 1859 werd Veenhuizen eigendom van de Nederlandse staat en kreeg het dorp een volledig justitiële functie. Na bijna 160 jaar maakte het Rijk in 2016 bekend het cultuurhistorisch erfgoed in het dorp af te stoten. Het ging om ongeveer 80 gebouwen, waaronder de voormalige marechausseekazerne, gevangenis De Rode Pannen en het pand van het Gevangenismuseum. Het Rijk blijft wel eigenaar van onder andere de twee nog functionerende gevangenissen en agrarische gronden in Veenhuizen. Aanvankelijk was het de bedoeling dat ieder gebouw afzonderlijk zou worden verkocht, maar het Drents Landschap, BOEi en de Nationale Monumentenorganisatie drongen er op aan om Veenhuizen als ensemble te behouden. Al in een vroeg stadium was duidelijk dat het consortium interesse had in de overname, maar omdat er meer geïnteresseerde partijen waren besloot het Rijk tot een uitgebreide procedure van openbare inschrijving. Het gevolg was een langdurige periode met veel onzekerheid voor huurders en ondernemers.

‘Het heeft lang geduurd,’ zegt burgemeester Klaas Smid. ‘De laatste jaren werd iedereen toch wel een beetje ongeduldig en initiatieven bleven liggen.’ Smid is verheugd dat Veenhuizen nu is gegund aan het erfgoedconsortium. ‘Als gemeente zagen wij ook graag dat het consortium het ensemble Veenhuizen zou overnemen, maar de procedure vond in alle beslotenheid plaats en wij kenden de andere partijen niet, waardoor het nog best spannend was. We zijn blij dat er nu duidelijkheid is. Het consortium kent Veenhuizen en wij hebben er alle vertrouwen in dat het erfgoed zo tot in de lengte der dagen behouden blijft en dat het dorp zo nog meer tot bloei kan komen.’ Smid wijst er op dat ook de gevangenissen in het dorp worden gerenoveerd. ‘Daarmee is de toekomst van de gevangenissen vooralsnog veilig gesteld. Dat geeft rust en is ook belangrijk voor het dorp, want zonder gevangenissen verdwijnt de ziel uit Veenhuizen. Dit alles met elkaar geeft vertrouwen voor de toekomst.’

Ook Otto Huisman, sinds 2019 voorzitter van Veenhuizen Boeit, is blij met de overname door het consortium: ‘Het is deels een lokale organisatie en de drie organisaties hebben ervaring met het beheer en behoud van erfgoed. Wat wil je nog meer?’ Op een bankje met uitzicht op het gebouw van Veenhuizen Boeit en het Gevangenismuseum vertelt hij over het belang van de overname. ‘Dit is een prachtige plek,’ aldus Huisman. ‘De geschiedenis is hier zo dichtbij, die kun je bijna vastpakken. Maar het Rijksvastgoedbedrijf deed weinig. Die behielden wat er was, maar er was geen ruimte voor innovatie. Huurders mochten zelf ook niets doen met het oog op de verkoop. Nu is er eindelijk duidelijkheid en liggen de kaarten weer open. Dat is met name positief voor de huurders van de panden.’

Huisman ziet mogelijkheden voor samenwerking met het consortium. ‘Wij zijn bezig met een werkgroep die met duurzaamheid aan de slag gaat. Wellicht kunnen we op dat gebied samenwerken met het consortium, aangezien zij ook werk willen maken van de verduurzaming van Veenhuizen. Bij een pand als dat van Bitter & Zoet vliegt de energie eruit. We hebben een proef gedaan met isolerende raamfolie. Dat werkte heel goed, maar Rijksvastgoed werkte niet mee om het meer toe te passen. Hopelijk kunnen we daar nu weer verder mee.’

Het Drentse Landschap, BOEi en de Nationale Monumentenorganisatie hebben ruime ervaring met het beheer en behoud van erfgoed. Zo is het Drentse Landschap al langer eigenaar van onder andere molen Woldzigt in Roderwolde, Huis ter Hansouwe in Peize, Klein Soestdijk in Veenhuizen en de Zwartendijksterschans in Een-West. De Nationale Monumentenorganisatie (NMO) richt zich onder andere op verwerving en beheer van monumenten, dienstverlening voor de monumentensector en fondsenwerving en vermogensbeheer. De aan de NMO gelieerde stichting Monumentenbezit beheert onder meer de hervormde kerk in Aduard, de Zwolse Sassenpoort en het monument voor Graaf Adolf in Heiligerlee. Ten slotte stelt BOEi zichzelf ten doel om leegkomend Nederlands erfgoed te ontsluiten en door te geven aan volgende generaties door middel van restauratie en herbestemming. De drie partijen in het consortium richten samen een nieuwe stichting op, De Nieuwe Rentmeester, die de daadwerkelijke eigenaar wordt van de panden in Veenhuizen.

Wat de precieze plannen zijn van het consortium kan Sonja van der Meer van het Drentse Landschap nu nog niet zeggen. ‘Over acht weken is de overdracht van de panden. We zijn nu druk bezig met de voorbereiding daarvan. Daarna gaan we heel snel in gesprek met de huurders van de panden om te horen wat er allemaal leeft en wat het dorp nodig heeft. Je merkt wel dat het ook voor hen een enorme opluchting is dat er nu eindelijk duidelijkheid is.’ Van der Meer kan in ieder geval alvast zeggen dat het consortium van plan is om de monumenten op te knappen. ‘Door de lange procedure is er veel achterstallig onderhoud. Wij willen de monumenten de kwaliteit geven die ze verdienen. Projectontwikkelaars kunnen de plannen over tien of twintig jaar weer wijzigen, maar het Drentse Landschap is opgericht om voor de eeuwigheid te behouden wat het waard is om te behouden.’

In de voormalige gevangenis De Rode Pannen wil het consortium een plek maken voor ‘nieuwe kolonisten’. Het moet een broedplaats voor experimenten en samenwerkingen op het gebied van zorg en landbouw worden, die passen in het gedachtegoed van Johannes van den Bosch, de oprichter van Veenhuizen en de Koloniën van Weldadigheid.

Otto Huisman is erg enthousiast over de plannen voor De Rode Pannen. ‘Dat is fantastisch,’ zegt hij. ‘Veenhuizen is een uitdagende plek voor startende ondernemers. Samenwerking is zo belangrijk, juist hier. Wij willen als Veenhuizen Boeit ook graag meedenken en meepraten over de toekomst.’ Huisman gaat ervan uit dat Veenhuizen in juli de UNESCO-werelderfgoedstatus krijgt. ‘Daar ligt nog veel werk. Samen met Frederiksoord kijken we hoe we de koppeling kunnen maken om toeristen van daar naar hier te krijgen en vice versa. Het zal wel drukker worden, zeker wanneer mensen in eigen land op vakantie gaan, maar wij zijn er klaar voor.’

Ook Van der Meer hoopt op de werelderfgoedstatus. ‘Dat zou een prachtige kroon zijn op Veenhuizen en het biedt perspectief voor de toekomst. Het is een mooie waardering voor de plek en de unieke geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid. Dan willen we ook iets te bieden hebben.’ Rond de zomer verwacht Van der Meer meer duidelijkheid te kunnen geven over de plannen voor Veenhuizen.