Verdwalen in de tuin van imker en plantliefhebber Arnold Pera

‘Alles mag hier groeien, maar ik houd wel de regie’

RODERESCH – Een biologieleraar op de PABO bracht Arnold Pera liefde voor de natuur mee. Zijn enthousiasme plantte een zaadje dat later uitgroeide tot een enorme wilde tuin met paadjes om te verdwalen, een stuk bos, mysterieus gestapelde torens van houtblokken en stenen fort-achtige muurtjes. En alles insect-, dier- en milieuvriendelijk.
Arnold werkte jaren als leerkracht op een Daltonschool in Leek. ‘We hadden als een van de eerste scholen een groen plein. Tegenwoordig is het helemaal hip. Ik had als leerkracht een extra taak, coördinator natuur en milieu. We hadden een kleine beestjestuin, kruidenvakken, een waterplas met stapstenen… ik vond het leuk dat soort dingen te initiëren.’
Toen het na 32 jaar tijd was voor een nieuwe uitdaging, stopte hij op school en begon zijn eigen praktijk. Daarnaast verkoopt hij honing en producten die hij van bijenwas en planten uit zijn tuin maakt, zoals calendulacrème.
Toen Arnold het huis in Roderesch kocht stonden er rozen in de voortuin. Die gingen eruit. ‘Ik vond het veel te gecultiveerd allemaal. Ik denk dat het belangrijk is dat we kijken naar wat we aan inheemse planten kunnen laten groeien. Daar hoef je ook veel minder aan te doen. En het zijn over het algemeen goeie bijenplanten.’
Hij is ook imker en heeft een aantal bijenkast bij huis staan. Bij de bijenkasten is het een drukte van belang. ‘We staan midden in de aanvliegroute en dan staan we in de weg,’ zegt Arnold, terwijl hij een paar bijen wegwuift. ‘Er is in de tuin aardig wat te halen voor de bijen. Ze vliegen niet verder dan drie kilometer weg. Soms wandel ik door de landerijen en dan schik ik van de armoede. Ik kijk dan niet met mensenogen, maar met de ogen van een bij. Je ziet groen, dus je denkt al snel dat dat dan natuur is. Maar wij noemen dat ook wel de Groene Woestijn. Er is voor bijen niks te halen. Gelukkig zie je wel langzamerhand een kentering ontstaan. Meer mensen ruilen tegels in voor groen in hun tuin en meer mensen zijn zich ervan bewust dat wat ze in de tuin zetten, ook belangrijk is. Zelfs sommige boeren doen mee, dan zie je bijvoorbeeld een land vol witte klaver. Daar word ik dan wel blij van.’
Doordat het slechter gaat met de bij, gaan steeds meer mensen bijen houden. ‘Dat heeft als nadeel dat de wilde bijen in de verdrukking komen. Maar als er meer biodiversiteit komt, is er ook genoeg voedsel voor wilde bijen.’
Toch ziet Arnold de toekomst niet al te somber in. ‘Toen ik hier net begon vond men het maar bijzonder wat ik deed. Nu zie je steeds vaker tuinen met heemplanten. En ik leer zelf ook bij. Zo kreeg ik de tip om te stoppen met maaien. Ik maai nu alleen nog wat paadjes om overheen te lopen en de rest heb ik laten verwilderen. Moet je eens kijken hoeveel daar nu bloeit. Je moet dan wel af van het idee om een nette tuin te hebben. Van een groen biljartlaken is het gras nu een bloemenzee.’
Overal zijn verrassende dingen te zien. Een prachtige lindeboom, maar dan als bonsai. Een fontein die ondiep genoeg is voor vogels, en met trapjes zodat insecten ook kunnen drinken. Een piepkleine vijver opeens ergens tussen het groen. Een geel vink-achtig vogeltje strijkt neer op een tak. ‘Als ik hier alleen zit, komen ze heel dichtbij. Maar nu is het ze te druk. Kom, ik laat je de rest even zien.’
Wandelend over de paadjes die door de tuin slingeren wijst Arnold naar planten en bomen. Hoewel er af en toe wat verkeerslawaai te horen is, voelt het alsof je je in een bubbel bevindt. Een groene rustige bubbel. ‘Mensen zeggen vaak: als ik aan kom fietsen gebeurt er al iets met me. Ik snap dat, maar voor mij is de tuin ook vooral heel veel werk. Andere mensen die hier komen gaan zitten en genieten, ik zie vooral het werk. En al dat moois went natuurlijk ook. Ik ga niet vaak op vakantie, maar als ik eens weg ben geweest, valt het me weer op hoe mooi het hier is.’
Samen met de achterbuurman is Arnold een voedselbos voor insecten aan het maken. ‘Mijn buurman vroeg me of ik kon helpen. We hebben ook geen erfscheiding, mijn bos en dat van hem gaan nu in elkaar over. We willen ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk te halen is voor insecten, maar ook voor vogels. Toen we net begonnen, bleek dat er maar een hele dunne vruchtbare laag op de bodem te liggen. Van de gemeente hebben we inmiddels 40 kuub grond gekregen. Dat is niet alleen goed voor de vruchtbare laag, maar er zit ook allermaal zaad in, waardoor je weer bloemen en planten krijgt. Wat onkruid betreft, dat bestaat niet. Ik laat alles groeien, Maar ik grijp wel in. Als je bijvoorbeeld look-zonder-look hebt en je doet er niks aan, dan heb je alleen maar look-zonder-look. En dat is niet de bedoeling. Dus alles mag hier groeien, maar ik ben wel de baas.’