Verkeerde afslag

column-cees-vink

Het is bekend dat de meeste ongelukken thuis gebeuren, maar met de ijzelperiode van vorige week kon je toch maar beter thuisblijven. Toen was de kans namelijk wel heel groot dat je buiten een ongeluk zou krijgen, zo spekglad was het. Zelf moest ik er nog wel even uit om wat strooizout uit de garage te halen, want je wordt immers geacht je stoep sneeuw- en ijsvrij te houden. Stel je voor dat er iemand voor je deur onderuit gaat en letsel oploopt, dat wil je niet op je geweten hebben.

Het voordeel van het binnen zitten was dat er meer aandacht was voor de tuinvogeltelling van IVN Roden, die gedurende de hele maand januari plaatsvindt. Tijdens het zachte winterweer was er nauwelijks ’aanloop’ van vogels, maar met die ijzel was het voor vogels minder gemakkelijk om in de natuur aan de kost te komen en dan weten ze je gauw genoeg te vinden. Naast de ’gewone’ dagelijkse gasten verscheen eerst een enkele Koperwiek en later werden dat er vijf. Het is de kleinste lijsterachtige die we geregeld in Nederland krijgen te zien en waar ik graag naar kijk. Opvallend is de lichte wenkbrauwstreep en met zijn roestrode flanken is het een gemakkelijk te benoemen soort. Een andere opvallende soort die één keer de voederplek bezocht was de Appelvink. Deze pik je er gemakkelijk uit vanwege de enorme snavel die in de winter lichtbeige is en in de lente en zomer prachtig loodgrijs. Eén keer kwam er een Keep langs en nog een andere vinkachtige was de Sijs. Dat zijn werkelijk acrobaten die ondersteboven hangend de zaden uit elzenproppen weten te peuteren.

Nadat de ijzel was verdwenen zagen we gelijk het aantal vogelsoorten afnemen; ze hebben ons dan niet meer nodig. Wel blijven de vaste gasten komen waaronder de vinkenvrouw die u op de foto ziet. Deze zat achter ons huis en vloog plotseling samen met een andere Vink op, maar in plaats van de tuin in te vliegen namen ze de verkeerde afslag waarbij één tegen ons raam vloog en de ander zich net op tijd bedacht. De klap was gelukkig niet al te hard , want ze vloog weg, maar maakte toen een klein rondje en vloog opnieuw tegen het raam. Ook nu vloog ze weer weg en dook de klimophaag in die onze tuin van de buren scheidt. Het bood me de gelegenheid het arme vogeltje eens van heel dichtbij te bekijken en dat liet ze zich allemaal welgevallen. Kennelijk was ze toch nog wat dizzy van de botsingen tegen het raam en moest ze er een tijdlang van bijkomen. Ik probeerde na enige tijd het ’slachtoffer’ op een takje te zetten, maar ze klampte zich vastberaden aan één van mijn vingers vast. Toen heb ik mijn vrouw gevraagd er maar een foto van te maken en, zo zie je, het leidt ook nog tot een stukje. Allengs zag je dat ze alerter werd en op een gegeven moment vloog ze weg. Eind goed, al goed.

Zo ging het ook een keer met een Goudhaan, in Nederland de kleinste broedvogel. Met die Vink voel je al nauwelijks dat je iets in de hand hebt, maar de Goudhaan stelt qua gewicht helemaal niets voor. Deze vogel was na een klap tegen het raam ook versuft, maar vloog na te zijn bijgekomen weer weg. Van de Sperwer is ook bekend dat ze een prooi zo driest kunnen achtervolgen dat ze nogal eens verongelukken. Van een goede kennis hoorde ik dat ze een Sperwer tegen het raam hoorde klappen. Die had het voorzien op hun kanarie die even in de vensterbank was gestald. Ook deze vogel overleefde het. Ze waren nog maar net bijgekomen van de schrik toen ze opnieuw een knal tegen het raam hoorden. ”Het zal toch niet waar zijn” dachten ze en liepen naar buiten. Daar lag een natte dweil die zoonlief, die in de schuur bezig was, met een flinke vaart tegen het raam had gegooid om zijn ouders schrik aan te jagen. Dat was lachen. Maar heel vaak gaat het niet goed en op jaarbasis heb je het over tienduizenden slachtoffers.