Verlate bloei

column-cees-maarts-viooltje

Een beetje merkwaardig is het wel dat je het zo vroeg in het seizoen hebt over verlate bloei. Toch is het van toepassing op de plant die u op de foto ziet, het Maarts viooltje. Zoals de naam al zegt mag je verwachten dat hij in maart begint te bloeien, maar in onze tuin is hij pas sinds kort in volle bloei komen te staan.
Als u de flora er op naslaat kunt u lezen dat de bloeitijd van maart tot in mei is. Het hangt namelijk van de standplaats af wanneer de plant begint te bloeien.
Je kunt je voorstellen dat op een beschutte, zonnige plek de plant inderdaad al in maart tot bloei komt. Bij ons staat een groepje planten achter in de tuin tegen de noordwestkant van een bosrand aan en dat is gewoon een koude plek, omdat ze daar constant in de schaduw staan. Om die reden komen ze hier dus zo laat in bloei en doen ze hun naam geen eer aan. Overigens is dat meer regel dan uitzondering, want als natuurlijke habitat worden plekken gemeld als: onder heggen, onder hakhout, beschaduwde bermen en vochtige loofbossen. Wat echt opvalt aan het paarsblauw gekleurde Maarts viooltje is de welriekende geur. Het Latijnse odoratus betekent geurig/welriekend en dus is Viola odorata een logische naam. Dat geldt tevens voor het Ruig viooltje waarvan de Latijnse naam Viola hirta is. Hirtus geeft aan dat een plant behaard is, hetgeen van toepassing is op het Ruig viooltje. Dit viooltje komt trouwens niet in Noord-Nederland voor, in tegenstelling tot het Maarts viooltje dat wijd verspreid in Nederland voorkomt. Omdat ze ook in tuinen staan worden ze vaak in de buurt verwilderd aangetroffen. Op deze wijze hebben veel meer planten een plekje in de Nederlandse flora verworven.
De meest algemene soort is het Akkerviooltje dat je ook in onze omgeving veel kunt aantreffen op akkergronden. Ga maar eens kijken aan de randen van aardappelakkers en maisvelden. Daar zult u ze iets later in het jaar vast wel aantreffen, tenminste als de zaak er niet kapot gespoten is. Een zeldzaamheidje, waar ik al een keer over heb geschreven, is het Donkersporig bosviooltje. Deze soort komt voor in het Natuurschoonbos tussen Roden en Nietap.
Een stuk algemener is het Bleeksporig bosviooltje, dat daarom ook wel Gewoon bosviooltje wordt genoemd. Een soort die we hier in een natte omgeving kunnen aantreffen, bijvoorbeeld in moerasbossen, veenmosrietlanden, maar ook wel in greppels, is het Moerasviooltje. Als je een blik werpt op het verspreidingskaartje in de atlas van de Nederlandse flora is Drenthe de provincie met de meeste groeiplaatsen. Maar er zijn ook soorten die we hier absoluut niet zullen aantreffen. Van het Zandviooltje zou je dat misschien wel verwachten, maar dat komt uitsluitend voor in de duinstreek van Noord- en Zuid-Holland. Iets wijder verbreid is het Duinviooltje, maar ook deze vind je slechts in de duinen en dan tevens op de Waddeneilanden en in Zeeland.
Een paar soorten laat ik hier onbesproken, het Hondsviooltje (komt hier ook voor), Melkviooltje en de dankzij zinkvervuiling uitsluitend in Zuid-Limburg voorkomende Zinkviooltje. U merkt dat we hier in Nederland heel wat soorten kennen. Er is nog één wilde soort, het Driekleurig viooltje, dat we in allerlei varianten in tuincentra en dergelijke krijgen aangeboden. Dat zijn van die vrolijk gekleurde kleinbloemige viooltjes die je waarschijnlijk nu alweer kunt kopen.
Het meest in trek zijn echter de grootbloemige violen die in een grote verscheidenheid zijn te verkrijgen. Je hebt er soorten bij die zelfs in de winter bloeien, tenminste wanneer het niet te hard vriest. Vriest het wel, dan laten ze het afweten, maar bij minder koud weer richten ze zich helemaal op. De ecologische betekenis van dit soort violen is onbeduidend. Voor enkele van onze wilde violen is er wel een belangrijke ecologische betekenis. Voor de rupsen van meerdere parelmoervlinders zijn wilde violen de belangrijkste voedselbron.
Zo is de Zilveren maan afhankelijk van het Moerasviooltje en voor de Duinparelmoervlinder is dat het Honds- en Duinviooltje. De rupsen van de Kleine parelmoervlinder voeden zich met het Duinviooltje, Akkerviooltje en het Driekleurig viooltje. Naast tal van andere vlindersoorten worden deze kieskeurige vlinders bedreigd in hun voortbestaan. Dat heeft onder meer te maken met vergrassing in hun leefgebieden waardoor de viooltjes verdwijnen.