Vieze sloten met schoon water

In 2003 kreeg ik een nieuwe baan in Drenthe, een droombaan. Werken voor Nationaal Park Drentsche Aa. Bewoners, bezoekers en andere geïnteresseerden betrekken bij het prachtige, afwisselende en vaak kleinschalige beek- en esdorpenlandschap. Mensen de natuur en het landschap  laten beleven en de cultuurhistorische waarde ervan laten beseffen.

Wat een enorme afknapper kreeg ik te verwerken toen ik bij een van mijn eerste wandeltochten een zwaar vervuilde sloot ontdekte. Een bruinrode sloot met drab op de bodem en een olielaag op het water. Welke barbaar had dit op zijn geweten? Wie haalde het in zijn hoofd om in dit landschap zijn afval te dumpen? Mijn eerste gedachten gingen richting iemand die zijn gierwagen had geleegd of iemand die zijn afgewerkte olie in de sloot had gedumpt.

Ik zat er flink naast. Al snel werd ik bijgeschoold in de boeiende wereld van het Drentse landschap, de natuur en de bijzondere waterhuishouding. Een landschap met oude beekdalen waarin kronkelende beken langzaam het water afvoeren richting zee. Dwars op de beken staan oude houtwallen, of restanten ervan, met oude knoestige eiken en bijzondere planten en dieren. Ik leerde over de waterhuishouding, boven én onder de grond. Een oeroud watersysteem dat mede zorgt voor de bijzondere plantengroei in de beekdalen. Daar horen bruinrode sloten bij met water waarop een olieachtig vlies drijft.

Dus geen vervuilde sloten? Nee, zelfs bijzonder water. De vervuilde sloot bleek een sloot vol mineraalrijk kwelwater. Drents kwelwater? Waar komt dat vandaan? Eenvoudig uitgelegd komt het hier op neer. Tijdens de laatste ijstijden zijn in ons land onder andere lagen keileem en dekzand afgezet. Keileem is slecht doordringbaar voor water, dekzand niet. Regenwater zakt in de bodem. Op gegeven moment komt het een ondoordringbare laag tegen en kan niet verder zakken. Het grondwater verzamelt zich en begint langzaam horizontaal af te stromen. Daar waar zo’n aardlaag wordt ‘aangesneden’, daar komt dit kwelwater tevoorschijn. Het water kan over die ondergrondse reis soms honderden jaren doen. Tijdens die tocht neemt het allellei mineralen mee waaronder kalk en ijzer. Kwelwater heeft dus een andere samenstelling dan regenwater. Sommige plantensoorten doen het goed op dit mineraalrijk grondwater zoals de Dotterbloem, Holpijp Waterviolier en Goudveil.

Wat gebeurt er als je ijzer met water en zuurstof in contact brengt? Denk maar aan je fiets, dan gaat het roesten. Dat is die roodbruine grond die je op meerdere plaatsen in sloten en in het veld ziet. Het ijzer kan ook een verbinding aangaan met fosfor en dat zorgt voor een drab om de slootbodem. Op kwelwater drijft vaak een olieachtig vlies met allerlei kleuren. Dat komt doordat in dit water ijzerbacteriën leven die het ijzer weer omzetten in andere stoffen. Trek je een stokje door dit vlies en ‘scheurt’ het vlies in schotsen? Dan heb je waarschijnlijk met kwelwater en ijzerbacteriën te maken. Vloeit het weer samen, dan heb je mogelijk met olie te maken en dat is foute boel.

Onder de grond kan de kweldruk op sommige plaatsen flink oplopen. Dan kan kwelwater opborrelen als een soort kleine bron. Ik heb wel eens verhalen gehoord over enorme kweldruk in bepaalde gebieden. Studenten die pijlbuizen openden schrokken van het water dat wel twee meter hoog uit de buis spoot. Boeren die hun afrasteringpalen in de grond sloegen en ze de volgende dag weer op de grond terugvonden. Toen zijn ze maar houtwallen gaan bouwen. Dat laatste verhaal klopt sowieso niet en de overige verhalen kon wel eens borrelpraat zijn maar zeker weten doe ik het niet. Ik kijk wel anders naar ‘vieze’ bruine sloten.  

Andre Brasse Puur Natuur nr. 59 dec 2021