Visie en identiteit zijn de toverwoorden om vooruit te komen in Noordenveld

In gesprek met Femke Wolthuis, Richard Veurman en Janet Hamstra over de hete aardappels in Noordenveld

NOORDEVELD – Nu het einde van het jaar nadert, betekent dat voor veel mensen een moment van bezinning. Wat is er gebeurd? Welke sporen laat Corona na? Hoe gaat 2021 de boeken in? Maar vooral: vooruit kijken. Want wie vooruitkijkt, staat open voor de toekomst. Met koffie en apfelstrudel op tafel blikt de Krant in de skihut van Snow&Co terug én vooruit met volksvermaker en raadslid van Gemeentebelangen Richard Veurman uit Peize, Roder horecaondernemer Janet Hamstra en voormalig RTL-journalist en presentator Femke Wolthuis die ook nauw betrokken was bij de transformatie van De Tip in haar woonplaats Norg. Een pittig gesprek waarin niets of niemand gespaard blijft.

Dinsdagmiddag 16:00 in de skihut van Snow&Co in Roden. Janet Hamstra is als eerste aanwezig. Ze komt net uit een serie sollicitatiegesprekken in haar hotel-restaurant Onder de Linden in Roden. Niet veel later stappen Richard Veurman en Femke Wolthuis binnen. Janet trapt af met een met een stevige stelling. In Noordenveld ontbreekt het aan visie, vindt de ondernemer. ‘Waar willen we naar toe? Een duidelijke visie is nodig om vreemd geld naar onze gemeente toe te trekken. Alle ingrediënten zijn aanwezig, maar het is los zand.’ Femke haakt in. ‘Het heeft alles te maken hoe je je identiteit definieert. Alle kerndorpen hebben hun eigen unieke elementen. Het ligt voor het oprapen, alleen we definiëren het niet’, meent Femke die de provincie Drenthe als voorbeeld aanhaalt. ‘Twee jaar geleden heeft Drenthe ‘We gaan Oer’ gedefinieerd. Dat geeft houvast.’ Drenthe presenteert zich als Oerprovincie van Nederland waar van alles te beleven valt. Identiteit is nodig om Noordenveld te profileren naar buiten toe. Het verhaal vertellen is belangrijk voor de aantrekkingskracht vanuit de regio, daar zijn beide dames het over eens. Richard Veurman weet dat er hard gewerkt wordt achter de schermen, maar weet ook dat er onvoldoende wordt gecommuniceerd vanuit de gemeente.

Citymarketeer

Hamstra: ‘Is het niet een gebrek aan de juiste personen? We hebben een citymarketeer nodig om lading te geven aan die visie. Kijk naar Leek, dáár maken ze stappen. Zij hebben een bepaalde strategie gekozen, dat werkt. Er is een citymarketeer aangesteld om samen met de ondernemers het centrum gezelliger en aantrekkelijker te maken. Je hebt iemand nodig die de kikkers in de kruiwagen houdt, een aanspreekpunt die bereikbaar is voor ondernemers. Het loopt hier over veel te veel schijven. Zo zijn wij al tijden bezig om een vaste overkapping op ons terras te krijgen. Drenthe is de provincie van de overkappingen, daar is zelfs een boek over. Voor ons zou het veel mogelijkheden bieden. We hebben dit aangegeven bij de gemeente, er werd enthousiast op gereageerd maar we krijgen het niet voor elkaar. Het loopt vast op de ‘verkeerswet.’ We moesten in samenwerking met andere horecaondernemers en een architect maar met een gezamenlijke ‘luifelvisie’ komen, luidde het antwoord. Dat wordt niks natuurlijk. Iedere horecagelegenheid heeft zijn eigen unieke karakter en gelijke overkappingen passen daar niet bij. Bovendien waarom zouden kosten maken zonder enkele garantie? Hoe kan het wel?, die verbinding met de gemeente mis ik. Het is zoals het zo vaak gaat: wanneer je een afspraak hebt met de wethouder, duurt het soms weken voordat je (van een ambtenaar) terugkoppeling krijgt. Als je die al krijgt.’ Richard Veurman begrijpt de behoefte aan een aanspreekpunt voor ondernemers. ‘We hebben een toegankelijk college, maar als je ziet er allemaal op ze afkomt… De portefeuilles van de wethouders zijn zo groot, dat het soms onmogelijk is om persoonlijk te reageren. Een bekend gezicht vanuit de gemeente wordt gemist, dat is duidelijk. Iemand die het gesprek aangaat in plaats van mailtjes stuurt.’

Identiteit en een citymarketeer dus. Femke Wolthuis ziet kansen genoeg voor de gemeente.  ‘We hebben hier fantastische natuur, veel recreatiemogelijkheden, werelderfgoed in Veenhuizen en veel faciliteiten om te sporten en te fietsen. We hebben één van de beste aangeschreven campings van Nederland en de Kampeerhal. Allemaal dingen met een bovenregionale uitstraling. En we hebben Limoncello uit Peize, koffie en kaas uit Veenhuizen, Norger turfjes en een Roner likeur. In Frankrijk hebben al die producten in winkels een eigen schap. Er is behoefte aan een Gemeentebrede visie, maar die mag in de kernen best anders zijn. Neem citymarketing Groningen. Dat is een metropool. Daar is een identiteit ontstaan waar heel Groningen iets mee kan. Een Noordenveld-app zou een idee kunnen zijn.’

Hamstra: ‘We hebben een hoop te bieden. Met een horecastraat, goede middenstand, cultuur en natuur hebben we goud in handen. Dat moeten we vertellen, daar heeft iedereen baat bij. De horecaondernemer zou graag Ot & Sien een nieuwe lading geven in Roden en ze onderdeel laten uitmaken van het ondernemerschap in het dorp. ‘We moeten er fictieve figuren van maken die van alles beleven. Die verhalen bundelen we in een boekje die bij de Roder horeca komt te liggen.’ Met dat laatste is Veurman het niet helemaal eens. ‘We moeten de geschiedenis koesteren, maar ik denk dat mensen wel een keer zijn uitgekeken zijn op Ot & Sien.’

Participatie

Ander gevoelig punt is participatie. Of beter: het gebrek eraan. Het is de bedoeling dat de gemeente inwoners meeneemt in besluitvormende processen. Hier is de situatie andersom: de gemeente presenteert (al dan niet in samenwerking met belanghebbende projectontwikkelaars) en inwoners mogen meedenken over, zeg het straatmeubilair. Afgelopen september overhandigde Wolthuis namens een initiatiefgroep uit de Noordenvelder samenleving het ‘Manifest Inwonersparticipatie Gemeente Noordenveld’ aan burgemeester Klaas Smid. In dat manifest worden zorgen geuit over de rol, positie en inbreng die inwoners krijgen bij de idee-, plan- en besluitvorming over zaken als woningbouw, zonneparken en invulling van bepaalde gebieden in de gemeente. Inwoners voelen zich vaak buitenspel gezet, niet gehoord, niet serieus genomen en onvoldoende geïnformeerd en betrokken. Er heeft inmiddels een aftastend gesprek plaatsgevonden met twee leden van de werkgroep en Henk Huttinga, griffier van de gemeente, weet Wolthuis. Inhoudelijk is er nog niet gereageerd op het manifest.

‘Communicatie en participatie lijkt soms zo simpel, maar dat is het niet’, weet Veurman. ‘Op de één of andere manier lukt het ons niet voldoende. Op dat gebied valt zeker een grote slag te maken. Er is wel een werkgroep participatie. We moeten er duidelijk mee aan de slag.’ Hamstra vraagt zich af wat er door de gemeente gedaan is aan veranderprocessen als participatie. De gemeente heeft moeite met haar veranderende rol merkt ze. Haar ervaring is dat ambtenaren het lastig vinden om het gesprek aan te gaan met inwoners en het daarom maar uit de weg gaan. Zij moeten ook voldoende ondersteund worden in dit soort processen, stelt ze. Veurman zegt dat er wel wat gedaan is, maar het onvoldoende is omarmd. Femke onderstreept het belang van het communicatie-element. Ze zou naast een citymarketeer graag een professioneel communicatieteam zien. ‘Op tijd communiceren en de wijze waarop, dat is belangrijk. En: je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er zijn gemeenten die er al heel ver mee zijn. Kijk daarna, ga stage lopen desnoods.’ Veurman: ‘Dat ligt nog niet zo eenvoudig. Veel specialisten vertrekken naar grote gemeenten. Die markt is, net als de huizenmarkt enorm overspannen.’

Hamstra is van plan om een participatiemiddag te organiseren in samenwerking met onder andere de Roder Zakenkring, Volksvermaken en met mensen uit de culturele sector. ‘Ideeën ventileren zodat er uiteindelijk een identiteit ontstaat waaraan iedereen zich wil verbinden is het doel. We moeten kijken of we de handen op elkaar kunnen krijgen. Vanuit daar kunnen we verder. Eerst alleen voor Roden. Mijn ervaring is als je het te breed oppakt, je niet verder komt.’

Onzichtbaar

Onvermijdelijk is Corona. Het virus dat nu bijna twee jaar rondwaart heeft grote impact in alle lagen van de bevolking. Ondernemers die het water aan de lippen staat na de zoveelste lockdown, jongeren die eenzaam en somber zijn, de feestjes met vrienden missen. En ouderen die opeens weinig tot geen bezoek meer krijgen. Janet Hamstra wil er wel iets over zeggen. ‘Als ondernemer ben je gewend om koers te houden de handschoen op te pakken en om creatief te zijn. Wat kan er wel in plaats van kijken naar wat er niet kan. Maar het is zwaar. Ik mis af en toe het belletje vanuit de gemeente. Zo van: hoe gaat het? Is er nog iets wat we kunnen doen? Je hoort helemaal niets. Toen het even kon hebben we een heropening georganiseerd van ons hotel. Alles op een veilige manier, met tijdsloten. Klaas Smid zegde af. Onvoorstelbaar vond ik dat. Ik heb gebeld: gedeputeerde van Drenthe Henk Brink komt ook. Toen kwam hij toch. Begrijp me goed, ik houd niet van moddergooien en kijk graag vooruit. Maar het college is onzichtbaar in deze coronaperiode. Dat vind ik jammer.’

Woningbouw

De klok van vijf uur nadert. En omdat het kabinet besloten heeft dat de boel om vijf uur dicht moet, is snelheid geboden. Woningbouw is het laatste onderwerp van gesprek. In de kerndorpen van de gemeente wordt volop gebouwd en zijn er verschillende inbreidingslocaties aangewezen voor woningbouw. Roden-Zuid staat op het programma voor volgend jaar, de Oksel in Roden is aangewezen als woningbouwlocatie, net als Peize-Zuid en de Oude Velddijk. In Norg wordt ondertussen op het Oosterveld verder gebouwd aan nieuwe woonwijken. De behoefte aan woningbouw is enorm, weet ook Veurman. Veel inwoners vragen zich af: voor wie bouwen we? Zij zien een toestroom van Westerlingen in hun dorp. Daar zit ook meteen het spanningsveld: hun eigen kinderen kunnen na hun studie geen woning krijgen. Of er is helemaal geen woning of het is onbetaalbaar. In een aantal Nederlandse gemeenten krijgen eigen inwoners sinds kort voorrang. Een lastige, vindt Veurman. ‘De drie kernen en Peize in het bijzonder, zijn in trek bij mensen uit Groningen. Dicht bij de stad en toch in een rustige, groene omgeving. Je kunt niet tegen Groningers zeggen: en nu terug. Dit is al vanaf de jaren zestig aan de orde. De eerste nieuwbouwwijk in Peize, De Westerd, werd bewoond door mensen die werkten bij UMCG en de RUG. Wat belangrijk is, is dat er gebouwd wordt naar behoefte. En misschien kom je in een overspannen woningmarkt uiteindelijk op een punt: eigen inwoners eerst. We mogen ook de senioren niet vergeten. Mensen die zijn aangewezen op een aanleunwoning of een andere woonvorm voor ouderen. In Peize is er niets. Mijn ouders zijn noodgedwongen verhuisd naar Haren, ze zijn er stokongelukkig.’ Daar zit nou net het probleem, stelt Wolthuis. ‘Er is nooit gebouwd voor vergrijzing. Omdat ouderen zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen, ben je de doorstroom in de woningmarkt kwijt. Maar ze hebben geen keuze. Bejaardentehuizen zoals je die vroeger had, zijn allemaal gesloten. Er zijn geen alternatieven.’

Hamstra maakt zich vooral zorgen om de jeugd. ‘Ze zitten regelmatig bij mij in het restaurant. Dan temperatuur ik altijd even. Voor jongeren is het lastig om aan een woning te komen in de gemeente. En wat als de jeugd wegtrekt uit het dorp? Dat moet je niet hebben.’ Wolthuis is kritisch: ‘In de jaren negentig hadden we een cellentekort. Niet wetende dat er zoveel criminaliteit was. Rond 2000 zijn er veel cellen gesloten maar de criminaliteit is niet afgenomen. Dat fluctueert. Dat is met woningen hetzelfde. Je moet ook op langere termijn kijken: voor wie bouw je?’

Veurman gelooft in pieken en dalen maar denkt dat de behoefte blijft. Wel vindt hij het belangrijk om circulair en modulair te bouwen. En te kijken naar alternatieven als tiny houses en naar mogelijkheden om bedrijfspanden te verbouwen voor woonruimte. ‘De Rabobank in Roden is daar een mooi voorbeeld van. Maar zoveel van dat soort plekken zijn er niet.’ Het voormalige postkantoor aan de Nieuweweg valt. Dat staat al jaren leeg. Een ontsierende puist in het dorp. ‘Dat pand is van een projectontwikkelaar. We zijn wel in gesprek, maar je kunt als gemeenten iets opleggen, dat maakt het lastig’, zegt Veurman die omwonenden graag laat meedenken over ontwikkeling maar veel hoort: not in my back yard. ‘Je kunt een persoonlijk belang hebben, dat mag je ook uitspreken, maar je moet ook kijken naar het grotere belang. Participeren betekent niet iemand de zin geven.’ Wolthuis: ‘Eens. Liever zou ik het woord samenwerken gebruiken. Samen nadenken over hoe je een wijk vorm kunt geven. Nu is het zo dat het plan er al ligt en inwoners mogen bepalen waar de prullenbakken staan. Peize-Zuid is daar een concreet voorbeeld van.’ Wolthuis doelt op omwonenden buiten de werkgroep om. Zij hebben aangegeven dat ze tussentijds niet betrokken en geïnformeerd zijn. Dorpsbelangen en een verschillende direct aanwonenden beamen dit.’ De deelnemers aan het manifest zeggen er het volgende over: ‘Pas toen de plannen ingetekend waren (rond de afgelopen zomer), zijn ze als een fait accompli door de projectleider breder gecommuniceerd, waarbij de suggestie is gewekt dat er nog sprake was van participatie. Zo hebben omwonenden dat zeker niet ervaren.’

Daar is het Gemeentebelangen raadslid het niet mee eens. ‘Als er ergens ingezet  is op participatie, is het wel bij Peize-Zuid. Dorpsbelangen is betrokken, net als een werkgroep en omwonenden. Maar zoals eerder gezegd: we moeten een slag maken, we zijn er nog niet.’ Volgens Wolthuis heeft het ermee te maken dat het nog redelijk nieuw is. Participatie zit nog niet tussen de oren in Noordenveld. Krapte op de woningmarkt en participatie zijn dé uitdagingen voor de gemeente de komende periode, weet Veurman die het debat afsluit met een boodschap. ‘Koester wat je hebt en kijk ook naar de voorzieningen in je dorp. We hebben een hoop mooie dingen in Noordenveld.’