Vögel im Wald

column-cees-vink

Het is een lichte afwijking van me -gelukkig niet van mij alleen- om (meestal) lijstjes bij te houden van alles wat ik in de natuur waarneem. Dat gebeurt zonder meer tijdens officiële inventarisaties van bijvoorbeeld vogels, flora en paddenstoelen. Maar ook tijdens uitstapjes van de vogelwerkgroep van IVN Roden wordt de dagscore bijgehouden. Nu we het vogelrijke gebied De Onlanden naast de deur hebben liggen zijn we daar vaak te vinden. Daarvoor was het Lauwersmeergebied ’the place to be’.

Nog steeds is het zo dat je daar op een dag de meeste vogels kunt scoren. Op een goede dag is het zelfs mogelijk dat je daar meer dan 100 soorten kunt zien. Dat lukt in de Onlanden niet, hoewel daar vorig jaar 101 verschillende soorten vogels hebben gebroed. In zo’n groot gebied is het uiteraard onmogelijk om die allemaal op een dag op te sporen en zelfs met niet-broedvogels erbij kom je niet boven de 100. In vergelijking met andere landen echter zijn het respectabele aantallen. Dat bleek wel tijdens de twee weken vakantie die we recent in het Teutoburgerwald doorbrachten. Op het eind daarvan prijkten ’slechts’ 65 namen op mijn lijstje. En dat was dan vooral nog te danken aan het feit dat we ook buiten dat gebied hebben rondgestruind. Goedbeschouwd was het ’im Wald’ zelfs een beetje saai. Wat we vooral hoorden was de Vink (foto: Pia Zomer). Het waren er zoveel dat bij mij het vermoeden rees dat er in Duitsland meer Vinken dan Duitsers zijn, hetgeen op zich natuurlijk niet verkeerd zou zijn. Vanaf het terras bij ons vakantiehuis hoorden we op een gegeven moment maar liefst zeven zingende mannetjes. Dat was op een rustige ochtend toen het vrij stil was, maar die verstoord werd door een laag overvliegende straaljager die een pestpokkenherrie veroorzaakte. Daarna was het even stil waarna een vogelconcert losbarstte die zijn weerga niet kende. Ik overdrijf hier wel enigszins. Hoe dan ook, het leek of alle vogels waren wakker geschud. Dat zelfde effect is er ook regelmatig na een stevige regenbui. Wanneer het daarna opklaart, dat kan op een willekeurig moment van de dag zijn, gaan vogels vaak massaal in concert.

Naast de Vink kwam de Zwartkop op de tweede plaats qua aantalssterkte. Andere algemene soorten ’im Wald’ waren de Roodborst, Merel, Zanglijster, Houtduif, Koolmees en Winterkoning. Op de niet beboste hellingen waren de Geelgors en de Grasmus goed vertegenwoordigd en daar zagen we naast de Buizerd tamelijk veel Torenvalken. Een andere roofvogel die ik daar verwachtte was de Rode wouw, maar die liet zich maar één keer zien. Dat gebeurde tijdens een uitstapje naar het Naturschutzgebiet Mettinger Moor, niet ver van ons vakantieverblijf. Het beroerde daar was echter dat je het gebied niet in kon, want tot eind juli mocht dit hoogveenreservaat niet worden betreden. Nou zijn dit soort gebieden op het eerste gezicht nogal saai en wil je er een betere indruk van krijgen dan moet je het van dichtbij bekijken. Daarom zochten we het een stukje (50 km) verderop waar ten noorden van Osnabrück ’ wandelroutes in ’Das Venner Moor’ zijn uitgezet. In een wervend foldertje werden tal van spectaculaire zaken beloofd, maar in de praktijk viel dat een beetje tegen. Wel kon ik er onder andere de Gele kwikstaart, Roodborsttapuit, Blauwborst en een Grauwe klauwier noteren. Dat zijn soorten die je er mag verwachten en die je bij ons in het Bargerveen ook kunt zien. Overigens zie je daar nog heel wat meer dan wat we in Duitsland zagen.

Tikkeltje voorbarig Vijf weken geleden meldde ik onder de kop ’Trieste aanblik’ dat het droevig was gesteld met de Amberbomen naast zorgcentrum De Hullen in Roden. De bomen waren dusdanig gekandelaberd dat het erop leek dat meerdere bomen de geest hadden gegeven, dan wel met een misvormd uiterlijk verder door het leven moesten. Maar terug van vakantie bleek voorwaar dat alle bomen toch zijn uitgelopen. Of het fraaie bomen worden valt te bezien, maar voor een stuk of vier ziet het er redelijk uit. Planten (en bomen) hebben zogenoemde ’slapende knoppen’. Die worden gevormd in oksels van bladeren en lopen pas uit wanneer ze daartoe worden gestimuleerd door beschadiging van scheuten en takken. Dat is hier gebeurd.